Artikel

NIOO-gebouw is te gast in het landschap  

Het ultramoderne en vooral duurzame gebouw van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) heeft al vele prijzen in de wacht gesleept. Deze zomer is daar een bekroning voor de buitenruimte bijgekomen. NL Greenlabel waardeerde het NIOO-terrein met de hoogste score voor integrale duurzaamheid. Het gebouw is ontworpen met de natuur als belangrijkste leermeester. Daarmee geeft het meer terug dan wat het aan het landschap heeft ontnomen.

Voor een wetenschappelijk instituut dat wereldwijd de ecosystemen bestudeert, lijkt het niet meer dan logisch dat dit kiest voor een duurzaam gebouw om zich in te huisvesten. Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), dat van 2009-2011 een nieuw gebouw in Wageningen liet bouwen, wilde echter meer dan dat. "Als je een gebouw neerzet in het landschap vernietig je op die plek enorm veel aan leven, zowel boven als onder de grond”, zegt professor Louise Vet, evolutionair ecoloog en directeur van het NIOO. "We wilden met de nieuwbouw niet alleen de schade aan de natuurlijke omgeving beperken, maar juist de biodiversiteit stimuleren en verbeteren. Dat past ons ook als ecologisch instituut.” Het architectonische gebouw, dat het beeld van grijze wollensokken ver achter zich laat, is een harmonieus onderdeel van het landschap geworden en helpt de natuur ook echt vooruit. Niet alleen door het ecologisch onderzoek dat er plaatsvindt, maar ook omdat de natuur, vanaf het ontwerpproces tot in de realisering, de belangrijkste inspiratiebron was.

Cradle to Cradle

Louise Vet had de vurige wens om het gebouw volgens de Cradle to Cradle filosofie te bouwen. Deze filosofie gaat uit van gesloten kringlopen (verspilling in de natuur bestaat niet), van de zon als natuurlijke energiebron en van de diversiteit van het leven op aarde. Met die circulaire benadering richt het NIOO-gebouw zich niet op één aspect van duurzaam bouwen, maar op het totaal van op elkaar ingrijpende systemen. Geprobeerd wordt om zoveel mogelijk kringlopen (energie, water, voedingsstoffen) te sluiten met nieuwe technieken op het gebied van energieopwekking, duurzaam energiegebruik, watertechnologie, materiaalkeuze en CO2-uitstoot.

Proeftuin

Het NIOO-complex is een proeftuin voor duurzaamheid en weerspiegelt het ecologisch onderzoek dat er in plaatsvindt. ,,Onze vragen komen uit en gaan over de natuur. Dat is de zachte kant van ons werk. De harde kant is die van het laboratorium en de technologie”, zegt Louise Vet, die ervan overtuigd is dat we die technologie in combinatie met de biologie hard nodig hebben om oplossingen te vinden voor de enorme uitdaging waarvoor de mens staat: het voortbestaan van de aarde. Die zachte en harde kant zie je terug in het gebruik van bouwmaterialen zoals respectievelijk het Platohout en het beton, in de klinische inrichting van de laboratoria en de natuurlijke en sfeervolle inrichting in de ontmoetingsruimten, alsook in de verbinding tussen binnen- en buitenruimte. "Als je in het lab staat, sta je ook in de natuur.” Vanuit de meeste plekken in het gebouw is zicht op het omliggende, natuurlijk ingerichte terrein.

Biodiversiteit

De ambitie voor de buitenruimte is dat de diversiteit aan planten, insecten en dieren op het terrein toeneemt. Biodiversiteit is een kernthema van het NIOO en het was voor de directeur dan ook uitermate belangrijk dat de nieuwbouw goed ingepast zou worden in het landschap met aandacht voor de al aanwezige natuurlijke waarden. Voor een instituut dat denkt in kringlopen en waar het ecosysteem dagelijks tot op microbieel niveau wordt onderzocht, lijkt dat een eenvoudige opgave. "We hebben weliswaar de kennis, maar de uitdaging voor ons was hoe je die toepast in de inrichting van de buitenruimte. We zijn toch een terrein met functionele gebouwen en een parkeergelegenheid.” De directeur van het NIOO vroeg Ger Londo, botanicus en ‘vader van de natuurtuingedachte’, mee te denken over de inrichting van de tuin. Stichting Heg en Landschap uit Heteren, vereniging Mooi Wageningen, De Vlinderstichting, Vogelbescherming Nederland, de KNNV, Heem uit Overberg en Ingenieursbureau Boot uit Veenendaal brachten hun kennis op onderdelen van de tuin in vanuit het overkoepelende vertrekpunt: hoe kunnen we meer ecologische kwaliteiten aan het terrein toevoegen. In het ontwerp is de heterogeniteit in het landschap uitgangspunt om zoveel mogelijk verschillende soorten te kunnen aantrekken. Er zijn daarom verschillende gradiënten op het terrein gecreëerd: hoogten en laagten, natte en droge zones, zon en schaduwzijden, rijke en arme gronden.

Ecologisch prikkeldraad

Ecologen hebben de natuurwaarden van het gebied in kaart gebracht voordat de bouw begon. Op het terrein stonden knotwilgen en oude elzenstoven. Deze moesten wijken voor de nieuwe huisvesting. Om de wilgen en elzen te behouden zijn ze in depot gedaan. Na de realisatie van de nieuwbouw zijn ze onderdeel geworden van een houtwal die het terrein omheint. Meer dan 9.000 heesters van 18 inheemse soorten zoals meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos, kardinaalsmuts, hazelaar, lijsterbes, hondsroos, vuilboom en kamperfoelie zijn op de tuunwal aangeplant en fungeren als ecologisch ‘prikkeldraad’.

 

Heg en Landschap vlecht samen met vrijwilligers en medewerkers de houtwal tot een ondoordringbare afrastering. "Deze levende haag is veel beter dan een kaal hekwerk”, zegt Louise Vet die ervoor pleit deze natuurlijke manier van omheinen op industrieterreinen toe te passen. Iemand loopt niet door de wirwar van takken heen, het biedt nestelgelegenheid aan vogels en voedsel in de vorm van zaden en vruchten. De heesters, die afhankelijk van de soort vanaf het vroege voorjaar tot in de zomer bloeien, trekken bijen, vlinders en andere insecten. Lijnvormige elementen in het landschap zoals hagen zijn bovendien belangrijk voor vleermuizen. Er is uiteraard gekozen voor soorten die endemisch zijn in het gebied en die goed aansluiten bij de ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en het rivierengebied waar het terrein deel van uitmaakt. In de grondwal zijn 10 oude bunkerelementen van defensie ingegraven. "Na een jaar overwinterde de eerste vleermuis al in deze kelder.”

Bodem is basis

De bodem van het NIOO-terrein is samengesteld uit het zand van de Veluwe-uitlopers en de kleiige riviergronden. Om verschillende milieus op het terrein te creëren, is de rijke toplaag gescheiden van de armere onderlaag. Van die rijke laag is een steile grondwal van 1,5 m hoog gemaakt waarop de vlechtheg groeit. Tegen de wal is een toplaag van afgeplagde stroken van een naastgelegen weiland aangebracht. Dit geeft de wal extra stevigheid en de jonge planten extra voeding. Het maken van tuunwallen is een oude techniek die alleen nog door het Texelse bedrijf Tatenhove B.V. wordt toegepast.

"De bodem is zo enorm belangrijk, het is de basis van alles. Dat wordt nog altijd onvoldoende ingezien”, meent de ecologe. Het gaf haar ook hoofdbrekens, want hoe kon ze voorkomen dat de bodem verstoord en gemengd zou raken tijdens de bouw? "Voorafgaand hebben we de bodem zo goed mogelijk gescheiden en deze op hopen op het terrein aangebracht. Daarmee hebben we deels voorkomen dat er menging plaatsvond.” Om de natuur zo snel mogelijk op de verstoorde bodem te herstellen en de heterogeniteit te bevorderen heeft het NIOO maaisel van de nabijgelegen oude tuin van Alterra (nu Wageningen Environmental Research) op delen van de tuin van het NIOO aangebracht. "Onderzoek van ons instituut heeft aangetoond dat je natuurherstel kunt sturen met bodemtransplantatie, ook wel bodeminoculatie genoemd. Van gezonde natuurgebieden transplanteer je een klein laagje van de bodem naar de nieuwe plek. Behalve allerlei zaden neem je ook het micro- en dierenleven mee. De bodemgemeenschap blijkt bepalend in de richting van het natuurherstel”, aldus Vet die hiermee benadrukt dat je het bodemleven moet koesteren. Na enkele jaren groeien er verschillende orchideeën op het terrein. Maar ook allerlei andere interessante plantensoorten, zoals grote ratelaar, gulden sleutelbloem, duifkruid, bevertjes, heelblaadjes en wilde cichorei.

Groene daken

Een duurzaam gebouw kan niet zonder een groen dak dat in de zomer voor verkoeling zorgt, in de winter de warmte binnenhoudt en dat het teveel aan regenwater opvangt en geleidelijk aan de bodem afgeeft. Het NIOO heeft een uniek experimenteel blauw-groen dak. Hierop wordt met een consortium van bedrijven, overheden, Wageningen Universiteit en andere stakeholders verschillende gemengde vegetaties en substraten beproefd in relatie tot de waterhuishouding. Zo wordt de plantsuccessie en de biodiversiteit bestudeerd zoals de insecten en vogels die door de beplanting worden aangetrokken. Ze meten de hoeveelheid regenwater die verschillende vegetaties bufferen en testen welk daksysteem de hoogste isolatiewaarde heeft. Ook wordt gekeken hoe deze daken het efficiëntst kunnen worden beheerd. Het groendak staat in verbinding met een grote vijver voor het gebouw. Er zijn ook andere waterpartijen op het terrein, waaronder een helofytenfilter. Deze zuivert in een laatste stap het water uit een C2C-zuiveringsproces met biovergister en algenreactor. Het helofytenfilter zorgt samen met een grote vijver voor het gebouw, een slootje en een wadi waar het regenwater van het verharde parkeerterrein in wegstroomt voor een goede waterhuishouding op het terrein.

Beheer

In enkele jaren tijd heeft biodiversiteit op het terrein een hoge vlucht genomen. Je treft er in de late lente verschillende orchideeën aan, de ijsvogel heeft een plek gevonden in de boomstobben bij de wadi en kleine karekieten nestelen in het riet van het helofytenfilter. En die ontwikkeling gaat door. Inmiddels is een voedselbos aangelegd op het terrein, zijn er nog vier bijenhotels bijgebouwd en wordt er verder gevlochten aan de struiken op de tuunwallen. Dit alles onder bezielende leiding van de Tuincommissie van het NIOO. Deze wordt bijgestaan door Ger Londo en Heg en Landschap. Twee keer per jaar worden de bloemrijke grasvegetaties afgemaaid en afgevoerd. Niet in een keer, maar gefaseerd: voor het behoud van voedsel, nestel- en schuilplekken van insecten en dieren.

Gebiedslabel

Het integrale pakket aan duurzame ingrepen dat de natuur heeft verrijkt, leverde het NIOO een gebiedspaspoort met duurzaamheidsklasse A van NL Greenlabel op: de hoogste waardering van het gebiedslabel (zie kader). NL Greenlabel staat voor een levende en duurzame buitenruimte waarin de mens prettig en in harmonie met de natuur kan leven. "Het NIOO voldoet hier op alle fronten aan”, zegt Nico Wissing, vormgever van tuin- en landschapsontwikkeling en samen met Lodewijk Hoekstra initiatiefnemer van het duurzaamheidslabel. "Het gaat erom dat je ecologische kwaliteiten toevoegt aan de leefomgeving waar de flora en fauna, én de mens profijt van hebben.” Wat dit project zo bijzonder maakt, volgens Wissing, is dat het landschap en de natuur als uitgangspunt zijn genomen in het totale proces van ontwerp tot realisatie en beheer. Veelal zie je dat het groen na de bouw als duurzaamheidsausje over de buitenruimte wordt heen gegoten, maar hier is het gebouw te gast in het landschap.

Voor het NIOO is het label belangrijk, omdat het ondersteunt waar ze als wetenschappelijk instituut mee bezig is. "Als je een duurzaamheidslabel voor de integrale benadering van de buitenruimte hebt, dan kan het ook niet anders dat wij als ecologisch instituut onze inspanningen laten toetsen. Ik ben blij met de hoogste score die we daarin hebben behaald”, zegt de directeur met gepaste trots.

Samenwerking

Louise Vet en Nico Wissing vinden elkaar in hun overtuiging dat groen niet louter decoratie is maar een functie heeft op het gebied van gezondheid, leefomgeving en economie. Beiden vinden het ongelofelijk belangrijk dat het denken in kringlopen verder gaat dan alleen de wetenschappelijke wereld. Het NIOO ziet het als zijn taak om de resultaten uit wetenschappelijk onderzoek ‘te vertalen’ naar een groter publiek vanwege de maatschappelijke relevantie van de onderwerpen, denk alleen maar aan de gevolgen van het klimaat. NL Greenlabel probeert de biodiversiteit te vergroten en de schade aan de leefomgeving te verkleinen door de mate van duurzaamheid van producten, materialen, planten en gebieden inzichtelijk te maken zodat zowel consument als professional verantwoorde keuzes kan maken voor mens en milieu. "Ik waardeer de activiteiten van NL Greenlabel en zie toekomst in een samenwerking”, zegt Louise Vet. "We spreken dezelfde taal: maar het NIOO vanuit de wetenschap, NL Greenlabel vanuit de toepassing.” Ze voegt daar aan toe: "De wetenschappelijke kennis die we dagelijks opdoen, maar ook de ervaringen met het NIOO- terrein zou ik graag meer willen delen met groenbeheerders, tuin- en landschapsarchitecten, hoveniers en projectontwikkelaars. Maar ik kan die kar niet trekken. Ik zie NL Greenlabel als de schakel tussen onze kennis en degenen die zich met het groen bezighouden. Er is namelijk nog zoveel te leren van de natuur.”

Gebiedslabel NL Greenlabel

Het gebiedslabel van NL Greenlabel is een methodiek om duurzaamheid van de buitenruimte (ongeacht het schaalniveau), te beoordelen, alsook integraal mee te nemen in ontwerp, realisatie en beheer. Het label maakt de mate van duurzaamheid inzichtelijk en biedt handvatten om een terrein verder te verduurzamen. Daarbij kijkt het niet naar één onderdeel van duurzaamheid maar naar het totaal. Royal HaskoningDHV beoordeelt in samenspraak met Stabilitas bv de buitenruimte op ontwerp, aanleg en onderhoud, producten en materialen, energie en klimaat, bodem en water, biodiversiteit, relatie mens & omgeving en borging. De resultaten worden vertaald in een duurzaamheidspaspoort met scores van A (hoogste) tot G (laagste). Een buitenruimte kan op twee verschillende momenten gelabeld worden: via een nulmeting (startsituatie) of via het toetsen van de eindsituatie.

Bij de beoordeling van het NIOO-terrein is uitgegaan van de startsituatie.  Met een behaalde score van 92,5% op de maximale score van 100% ontving het NIOO het gebiedslabel A. Op het terrein is bijvoorbeeld nog meer winst te behalen op het gebied van hittestress. Er zijn weinig bomen aanwezig, dat overigens inherent is aan de onderzoeksfunctie van het terrein.

NL Greenlabel wordt ondersteund door een Wetenschappelijke Raad van Advies waarin wetenschappers van VU medisch Centrum, Technische Universiteit Delft, Universiteit Twente en Wageningen Universiteit and Research zitting hebben.

Het gebiedslabel is ontwikkeld in samenspraak met branchevereniging VHG in het kader van de Green Deal Levende en Duurzame Buitenruimte. RoyalHaskoning ontwikkelde het rekenmodel.

Meer informatie op www.nlgreenlabel.nl

Nederlands Instituut voor Ecologie

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doet fundamenteel en strategisch ecologisch onderzoek, en is één van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De onderzoekers van het NIOO bestuderen organismen, populaties, levensgemeenschappen en ecosystemen. Samen onderzoeken ze de volle breedte van planten-, dier- en microbiële ecologie, zowel op het land als in het water. Hierbij zoeken ze naar algemene regels of patronen die in de natuur gelden. Dit wetenschappelijk inzicht gebruiken de NIOO-ers om de effecten van wereldwijde veranderingen zoals de afbraak van de biosfeer, het verlies van soorten en de opwarming van de aarde, in te kunnen schatten. Daarbij bieden de huidige ecosystemen oplossingsrichtingen voor milieuvervuiling, de productie van voedsel en het behouden van schoon drinkwater maar ook het beschermen en herstellen van de natuur.

Sinds 1999 is evolutionair biologe Louise Vet directeur van het onderzoeksinstituut. Ze is groot voorstander van de circulaire economie. "Laten we leren van de natuur en gebruik maken van het 3,8 miljard jaar succesvol natuurlijk ontwerp om onze lineaire economie te veranderen in een circulaire!" Onlangs werd bekend dat ze dit jaar de hoogste eer van de British Ecological Society ontvangt voor haar uitzonderlijke bijdragen voor het uitdragen van ecologische kennis en oplossingen op internationaal niveau. Vet is niet alleen een excellent wetenschapper maar - zeker de laatste jaren - ook een zeer maatschappelijk geëngageerd persoon die de grote waarde van de natuur voor onze menselijke economie en welbevinden benadrukt. Zelf zegt ze: "Ik leef relatief maar kort op deze planeet, maar ik wil de aarde wel beter achterlaten dan hoe het was.”

Meer informatie op: www.nioo.knaw.nl

Deel dit artikel