Artikel

Hoe leerzaam zijn buitenlessen?

Dinsdag 11 april vond voor de tweede keer de Nationale Buitenlesdag plaats. Tijdens deze dag gingen kinderen door het hele land naar buiten om daar te leren. De lessen kunnen gaan over de natuur, maar ook reken- en taallessen zijn mogelijk. Naast dat een buitenles gewoon erg leuk kan zijn, komen de kinderen op deze manier meer buiten en zitten ze vervolgens weer scherper in het lokaal. Zijn buitenlessen misschien de nieuwe leermethode?

Bij kindcentrum talent.nl in Meppel hebben ze ervaring met buitenlessen. Daar leren de kinderen niet alleen maar uit een boek, maar ook door te doen en actief de kennis toe te passen. De school telt zo’n 50 leerlingen en bestaat nu twee jaar. De verwachting is dat dit er de komende jaren steeds meer zullen zijn. Volgens docent Timon Koster kunnen buitenlessen het onderwijs verrijken: “Er zijn verschillende leerstijlen. Elk kind leert anders. Sommige kinderen leren beter door te doen en het te ervaren.” Het geven van buitenlessen is bovendien voordelig voor de lessen die nog gewoon in het lokaal gegeven worden. “Kinderen hebben ook behoefte aan beweging. Als je de dag opbreekt en de kinderen ook lessen aanbiedt waarbij ze kunnen bewegen, zitten ze vervolgens weer scherper in de klas”, aldus Koster.  

 

Deze manier van lesgeven wijkt af van de standaard en al helemaal van moderne onderwijs systemen waarbij veel met iPads wordt gewerkt. “Het is belangrijk om de balans te vinden tussen moderne devices en het opzoeken van de buitenwereld,” vertelt Koster. Voor de buitenles halen de docenten hun inspiratie onder andere uit Scandinavië. “Daar zijn ze al veel verder met dit soort ontwikkelingen. Verder is het vooral veel improviseren.” De buitenles gaat daarbij veel verder dan met je laarzen in de sloot staan. “Wij hebben elke zes weken een nieuw thema en gaan dan minimaal een keer op pad. Zo zijn we pas bij de tweede kamer in Den Haag geweest. We reizen dan bewust met de trein en de tram, want ook dat moeten ze leren,” aldus Koster. 


“Benoem de verschillen”

Volgens Emeritus-hoogleraar Louis Tavecchio zouden met name jongens baat hebben bij buitenlessen. In de klas worden zij beschouwd als lastige leerlingen. Er is ergernis over hun gedrag. Tijdens de les hoor je stil te zitten en moet je luisteren. Dit is voor jongens over het algemeen moeilijker dan voor meisjes.  “De rijping van de hersenen werkt bij jongens anders dan bij meisjes. Dit is neurologisch vastgesteld”, vertelt Tavecchio. Dit verschil uit zich ook het gedrag van kinderen in de klas. “Meisjes willen graag aardig gevonden worden en de relatie met de leerkracht goed houden. Jongens willen uiteraard ook aardig gevonden worden, maar hebben dit veel lager op hun prioriteitenlijstje staan.”  

 

Er zijn dus duidelijk verschillen, maar deze worden nauwelijks benoemd. Tavecchio verwijst hierbij al naar de lesboeken op de PABO.  “Sekseverschillen worden nauwelijks erkend. Kinderen worden niet gedifferentieerd in opgroeiende  mannen en opgroeiende vrouwen.” En dat terwijl die sekseverschillen er wel zijn. In plaats daarvan wordt er gesproken over het ideale leerlingengedrag die die norm zou moeten zijn. Tegenwoordig ook wel bekend als de meisjesnorm. Meisjes kunnen makkelijker stilzitten en luisteren. Jongens daarentegen vinden het erg moeilijk om lang stil te zitten. Hun spanningsboog is korter dan die van meisjes en zij leren ook op een andere manier. Vanwege de verschillen tussen jongens en meisjes zouden jongens meer baat hebben bij een wat minder schoolse omgeving. Buitenlessen spelen hierop in. Hier kunnen ze lekker uitrazen en hoeven ze niet stil te zitten. Wat dat betreft zijn de buitenlessen ook leuk voor meisjes, want waar jongens er baat bij kunnen hebben, ondervinden meisjes er gaan nadeel van. 


Nieuw beleid

Het lijkt dus alsof er de buitenlessen veel voordelen hebben. Kinderen komen meer buiten en leren op datzelfde moment over verschillende onderwerpen. Zou er dan niet meer aandacht voor moeten zijn vanuit de overheid? Tavecchio denkt niet dat de overheid hier op korte termijn mee aan de slag gaat. “Te veel beleidsmakers denken dat je voor jongens niet hoeft te doen. De emancipatiestrijd voor meisjes is nog bezig en deze is nog lang niet ten einde. Veranderingen zijn voor nu vooral op meisjes gericht. Met de emancipatie willen we meiden uit hun achterstand halen, maar daarbij zijn we de jongens vergeten, omdat zij op bepaalde punten verschillen van meisjes.”

 

Koster twijfelt ook of aandacht vanuit de overheid ook echt een positief effect zal hebben: “Ik vind het belangrijk en mooi dat er aandacht voor is, maar het is voornamelijk de rol van de leerkracht. De overheid kan van alles zeggen, maar het is de leerkracht die alles moet uitvoeren. Ik denk dat die de belangrijkste positie hierin heeft.”

Auteur: Eline Huls



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel