Artikel

'Steeds meer speelruimte opgeofferd aan parkeren'

Hij richtte op zijn twintigste een stichting op die een toekomst biedt aan kinderen die in Argentinië onder de armoedegrens leven en organiseerde onlangs het eerste Happy Mobility-congres in Rotterdam. Aan ambitie ontbreekt het Jorn Wemmenhove (34) niet. Hoe je met een sociaal oog naar parkeren zou moeten kijken.

Wemmenhove heeft helemaal geen mobiliteitsachtergrond, maar raakte wel verslingerd aan het thema. Niet om de hoek, maar in de Argentijnse stad Rosario, waar hij zich inzet voor de jeugd en het verbeteren van de lokale democratie. “Daar zag ik wat een gebrek aan mobiliteit betekent voor mensen. Sommige jongeren kwamen hun eigen straat niet eens uit. Dat bepaalt mede hoe je naar de wereld en naar andere mensen kijkt.”


Tijdens een uitstapje naar de rivier bleken veel jongeren, hoewel ze maar twintig blokken verder leefden, de rivier nog nooit te hebben gezien. Een eye opener. Ook voor Wemmenhove zelf overigens. Terug in Nederland besloot hij zich met zijn stichting Humankind in te zetten voor betere steden. Niet alleen vanuit technisch perspectief. “We kunnen wel wat leren van Rosario. Mensen lopen daar veel meer. Ze flaneren. Dat wil een stad als Rotterdam ook bereiken.” 

Bredere kijk

Wemmenhove woont en werkt in de Maasstad en groeide op in Papendrecht. “Een typische forenzenstad. In onze tijd konden we nog gewoon voetballen op straat. Tegenwoordig hebben veel mensen twee auto’s voor de deur staan en is dat onmogelijk geworden.” Hij pleit voor een bredere kijk op mobiliteit. “In Argentinië zag ik dat mobiliteit veel meer is dan van A naar B gaan. Het heeft een heel sociale kant.”


Dat geldt ook voor Rotterdam, waar hij deelnam aan de Mobiliteitsarena: een tijdelijk innovatienetwerk opgezet door DRIFT en de gemeente. "In Rotterdam-Zuid wonen echt mensen die niet de luxe hebben om over mobiliteit na te denken. We hebben dus mensen met visie nodig. Dromers zijn superbelangrijk, maar welke actoren heb je nodig om tot iets te komen?” 

Woonerven

“Laatst liep ik met een bevriende gemeenteambtenaar door de wijk Kiefhoek. Dat is een bijzondere buurt met een kenmerkende architectuur, aan het zicht onttrokken door geparkeerde auto’s. In het midden van de wijk is een speelpleintje waar kinderen als een magneet naartoe worden getrokken. Ik zei tegen hem: draai het nou eens om! Maak van dat pleintje een mobiliteitshub en geef de rest van de wijk terug aan de kinderen.”

 

 

 

De Rotterdamse wijk Kiefhoek, aan het zicht onttrokken door geparkeerde auto’s.


Wemmenhove ziet met verbazing dat woonerven, nota bene een Nederlandse uitvinding die tot op de dag van vandaag kan rekenen op internationale belangstelling, op de helling gaat. “Steeds meer speelruimte wordt opgeofferd ten gunste van parkeerplaatsen. Dat lijkt mij geen goede zaak. Kijk eens naar de inrichting van je stad. Als je geen spelende kinderen ziet ben je niet goed bezig, volgens mij.”


Automobiliteit, zo wil Wemmenhove maar zeggen, is uit balans. “We hebben een groot deel van de publieke ruimte opgeofferd aan privébezit.” In tijden van smart cities staat bij zijn bedrijf Humankind de mens centraal. Daarna komt pas de techniek. “Met name in de grote steden is dit helemaal geen verhaal meer van links of rechts. Bij vrijwel alle politieke partijen zie je dat de auto minder ruimte krijgt. Dat kan ook niet anders. De steden staan voor een enorme verdichtingsopgave. Kijk alleen al naar Rotterdam. Als we met die verdichting aan de normen voor groen zouden moeten voldoen, moeten er alleen al in de binnenstad 180 voetbalvelden aan groen bij.”

Calle Recreativa

De vraag rijst dan automatisch: waar dan wel? Hoe krijg je mensen mee in een betere openbare ruimte? Park(ing) Day, waar Wemmenhove voor de Nederlandse edities aan bijdroeg, is een van die voorbeelden. Op die dag worden verschillende parkeerplaatsen tijdelijk omgetoverd tot speelplek, groenvoorziening of terras. Ook het Rotterdamse festival DÂK was zo’n voorbeeld, zonder dat de organisatoren zich ervan bewust waren overigens. “Ze organiseerden gewoon een festival en hadden daarvoor ruimte nodig. Een parkeerdek bleek de meest geschikte oplossing. Daarmee zie je hoe je parkeerruimte ook anders kunt gebruiken.”


Verrassend genoeg ziet Wemmenhove dat een stad als Rosario op sommige vlakken ook vooroploopt. “De gemeente sluit elke zondag complete straten af voor al het verkeer om ze terug te geven aan de voetganger. Dit gebeurt onder de noemer Open Streets, of Calle Recreativa. En het zijn niet de minste straten, maar echt grote verkeersaders. Het leidt tot verrassende effecten. Er is minder criminaliteit, mensen komen naar buiten. De stad wordt 180 graden gedraaid. En je hoort opeens de vogels. Dat is best een rare gewaarwording hoor, dat je denkt: verrek, er leven hier ook vogels natuurlijk!”


Op de Park(ing) Day toveren bewoners parkeerplaatsen om tot speelplek, groenvoorziening of terras.

Conciërgeplek

“Mobiliteit moet echt van ons allemaal zijn”, vervolgt Wemmenhove. “We denken er nu alleen maar over na als er iets misgaat, bij een file of te volle treinen bijvoorbeeld. Maar we moeten veel breder nadenken over mobiliteit.” En dat gaat verder dan alleen individuele mobiliteit ondersteunen. “Ik ben een realistische dromer”, zegt hij. “Een vorm van individueel vervoer zal er altijd blijven bestaan, maar áls er een moment is om iets te veranderen, is het nu wel.”


Volgens Wemmenhove is het vooral zaak om mobiliteit vanuit een andere schaal te bekijken dan nu gebeurt. “Begin bij de buurt. Dat snappen mensen. De stad is erg groot voor velen, een land is al helemaal niet te bevatten.” In de buurt ziet Wemmenhove liefst hubs waar mensen gebruik kunnen maken van ov, deelfietsen, deelauto’s en parkeerplaatsen. “Maar ook van MaaS-achtige oplossingen en andere functies. Denk aan een pickuppoint voor pakketjes of een soort conciërgeplek voor de wijk. Dat soort plekken kunnen dan een kloppend hart worden van de wijk.”

Park

Zijn ideeën hoopt hij in praktijk te brengen samen met ondernemer Marco Stout en architectenbureau MVRDV (bekend van de Markthal). In het Hoogkwartier, net naast het centrum, proberen ze Rotterdammers warm te maken voor een park, in plaats van een parkeerplaats voor de deur. “Het is een redelijke homogene, jonge buurt waar al veel wordt gefietst, dus dat hebben we mee”, zegt Wemmenhove. “Hoe mooi zou het zijn om van gevel tot gevel groen te hebben? Beschouw de openbare ruimte eens als een tuin. Ik zou de mensen die met parkeren bezig zijn een ding willen meegeven: neem eens een kind mee door de wijk en kijk waar je tegenaan loopt. We zetten kinderen tegenwoordig achter hekken om ze tegen auto’s te beschermen. Eigenlijk zou je het precies andersom moeten doen.”



Dit artikel komt uit PARKEER24

Deel dit artikel