Blog

RvS: Laantje van Alverna is een ongesloten spoorwegovergang

Op 9 december 2015 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in zaak van het Laantje van Alverna. In de kern gaat het hier om de vraag of de spoorwegovergang ter hoogte van het Laantje van Alverna, gelegen tussen de Leidsevaartweg in Heemstede en de Boekenroodeweg in Aerdenhout, gemeente Bloemendaal, al dan niet als een ‘openbare weg’ moet worden aangemerkt.

Het gaat hier om een onbewaakte spoorwegovergang. ProRail heeft in de nacht van 8 op 9 oktober 2014 deze spoorwegovergang afgesloten door de betonnen verhardingen tussen de rails te verwijderen en afgesloten hekwerken te plaatsen. De overweg zelf is voorzien van klaphekken. Op deze plek staat ook een blauw bord met de tekst: ’Na gebruik overweg de hekken sluiten! Het niet sluiten van de overweghekken kan worden bestraft met een boete van vijfhonderd gulden of met hechtenis van ten hoogste een maand. Dit volgens artikel 35, tweede lid, en artikel 43 van de Spoorwegwet’

De rechtbank Noord-Holland heeft in eerste aanleg in deze zaak op 13 maart 2015 overwogen, dat tussen partijen niet in geschil is dat sinds de oplevering van de overgang deze is voorzien van klaphekken. Nu deze hekken kennelijk zijn geplaatst voor de veiligheid en voor een ieder te openen waren teneinde de spoorbaan over te steken, heeft de aanwezigheid van de klaphekken niet verhinderd dat de overgang deel is gaan uitmaken van de openbare weg’. Kortom: volgens de rechtbank is deze spoorwegovergang een openbare weg.

De rechtbank voegt daar aan toe, dat, indien het niet toegankelijk maken van de overweg voor andere gebruikers dan aanwonenden met een recht van overweg de intentie was geweest, dan zou het in de rede hebben gelegen de overweg fysiek af te sluiten met hekken of kenbaar te maken dat de overweg slechts ter bede (op verzoek of met toestemming van de rechthebbende) toegankelijk is. Voor het oordeel dat de overweg openbaar is, vindt de rechtbank steun in de door de Fietsersbond en Wandelnet overgelegde beschrijving van de historie van het Laantje van Alverna en in de vele verklaringen van gebruikers van de overweg in de periode 1938 tot heden.

Omdat ProRail de overgang in oktober 2004 heeft afgesloten, moesten honderden wandelaars en fietsers een half uur omlopen of –fietsen. De Fietsersbond en Wandelnet stapten om deze reden naar de rechter om de overgang weer open te krijgen. De inzet van het geding was het weghalen van het afgesloten hekwerk en het herstellen van de spoorwegovergang voor fietsers en wandelaars.

In de kern draait het om de vraag of deze spoorwegovergang nu wel of geen openbare weg is en wat nu de exacte betekenis is van het blauwe bord met de hiervoor genoemde tekst:’ Na gebruik overweg de hekken sluiten!’.

ProRail kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank en stapt vervolgens naar de Raad van State. ProRail betoogt, dat bij deze spoorwegovergang altijd dit blauwe bord heeft gestaan met daarop een verwijzing naar artikel 35, tweede lid, en artikel 43 van de Spoorwegwet 1875. Hieruit zou, volgens ProRail, afgeleid kunnen worden, dat het (voor niet-rechthebbenden) verboden was om van de overweg gebruik te maken. Volgens ProRail waren ook de hekwerken aan en de feitelijke inrichting van de spoorwegovergang signalen, dat het gebruik van de spoorwegovergang wederrechtelijk was.

De Raad van State verwerpt deze argumentatie van ProRail. Immers, de Fietsersbond en Wandelnet hebben diverse getuigenverklaringen overgelegd, waaruit blijkt, dat de onbewaakte spoorwegovergang reeds lang (vanaf de jaren ’60) feitelijk door fietsers wandelaars is gebruikt, zonder dat het voor deze weggebruikers aanwezige klaphek dat verhinderde.

De Raad van State komt dan ook tot de conclusie, dat ‘niet is gebleken dat dit gebruik door effectieve afsluiting met het hek op enig moment onderbroken is geweest’.

De Fietsersbond en Wandelnet hebben, volgens de Raad van State, dan ook aannemelijk gemaakt dat gedurende ten minste 30 jaar van de twintigste eeuw, 30 achtereenvolgende jaren zijn verstreken, waarin fietsers en voetgangers in de feitelijke mogelijkheid zijn geweest de spoorwegovergang te betreden. Dat laatste is het toepasselijke criterium in artikel 4, eerste lid, onder I, Wegenwet.

En dan nu het blauwe bord met die tekst ‘Na gebruik overweg de hekken sluiten!’.

Volgens de Raad van State zijn de hekken aan en de inrichting van de spoorwegovergang niet aan te merken als uitingen van de wil van ProRail dat de weg niet voor een ieder toegankelijk is. De hekken, die pas in 2011 tijdelijk voorzien zijn geweest van een slot waren daarvoor steeds te openen en dienden, zoals de rechtbank heeft overwogen, tezamen met de inrichting, kennelijk de veiligheid van gebruikers, doordat zij verhinderden dat fietsers zonder stil te staan de spoorwegovergang betraden, dan wel opreden.

De verwijzingen naar de Spoorwegwet hebben betrekking op de volgende artikelen uit de Spoorwegwet 1975:

Artikel 35, tweede lid, bepaalt dat, waar de hekken tot afsluiting van uit- of overwegen dienen, de sluiting geschiedt door of vanwege hen, die, hetzij als eigenaars, huurders of pachters of krachtens enige andere titel, gebruikers van landen of erven zijnde, genot van die wegen hebben.

Artikel 43 bepaalt dat het aan een ieder, aan wie het uit de aard van zijn betrekking niet vrij staat, verboden is, buiten toestemming van de bestuurders der dienst, of van hem, aan wie dit door de bestuurders is opgedragen, langs of op de spoorweg te lopen of te rijden.

Volgens de Raad van State hebben de tekst van het blauwe bord en artikel 35, tweede lid, van de Spoorwegwet 1875 betrekking op het sluiten van de hekken na gebruik van de spoorwegovergang. Hierin is niets bepaald over de vraag wie de spoorwegovergang mag betreden. In artikel 43 van de Spoorwegwet 1875 is dit naar het oordeel van de Raad van State evenmin gebeurd.

Aangezien er een duidelijke gelegenheid is om het spoor over te steken, heeft het verbod om over of langs het spoor te lopen volgens de Raad van State geen betrekking op het kortstondig betreden van de spoorwegovergang ten behoeve van de oversteek.

Dit alles brengt de Raad van State tot het oordeel, dat de rechtbank Noord-Holland met juistheid heeft overwogen, dat de Fietsersbond en Wandelnet aannemelijk hebben gemaakt, dat de spoorwegovergang openbaar is geworden in de zin van artikel 4, eerste lid, onder I, Wegenwet.

Terzijde merk ik op, dat tijdens de behandeling van deze zaak bij de Raad van State op 22 oktober 2015 uitvoerig werd gediscussieerd over die gewraakte tekst op het blauwe bord ‘Na gebruik overweg, de hekken sluiten’!

ProRail betoogde, dat ‘die tekst het spoorse equivalent is van verboden toegang’. Dit betoog ging volgens de staatsraden (de bestuursrechters van de Raad van State) niet op.

Of zoals Staatsraad Verheij opmerkte: ‘Artikel 43 betekent, dat je niet over het spoor mag lopen, maar over de overweg toch wel? Anders heeft een overweg weinig zin’. De voorzitter van de meervoudige kamer van de Raad van State, Staatsraad Vlasblom voegt daar het volgende aan toe: ‘Waarom was het gebruik van de overweg verboden? Er staat alleen een gebod om het hek te sluiten?’

De moraal van dit verhaal is dat een spoorwegbeheerder, in dit geval ProRail, moeilijk het gebruik van een spoorwegovergang kan verbieden. Een overweg, voorzien van door fietsers en voetgangers (niet gemotoriseerd verkeer) te openen hekken, is er juist voor bedoeld om de spoorbaan veilig over te kunnen steken. Het betoog van ProRail, dat een ‘spoorwegovergang onderdeel van het spoor is, en om deze reden als verboden gebied kan worden aangemerkt’ gaat niet op.

Gelet op deze uitspraak van de Raad van State kan ProRail niet zomaar spoorwegovergangen sluiten.

Als uit getuigenverklaringen of ander bewijsmateriaal blijkt, dat deze spoorwegovergang reeds geruime tijd openbaar is geweest ingevolge de Wegenwet, kan ProRail deze openbaarheid niet zomaar opheffen.

ProRail overtreedt met de afsluiting van de spoorwegovergang volgens de Raad van State artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In artikel 2:10 APV staat het volgende: ‘Het is verboden om een weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan’. Men kan op grond van deze bepaling uit de APV niet zomaar een openbare weg afsluiten of het gebruiker van deze weg belemmeren , dan wel verhinderen.

Is ProRail van mening, dat de veiligheidssituatie ter plaatse van de overgang niet naar behoren is, dan is het volgens de Raad van State aan ProRail als eigenaar om de veiligheid ter plaatse te garanderen.

En het kan natuurlijk geen kwaad, als ProRail ter hoogte van een onbewaakte spoorwegovergang een bord plaatst met een voor iedere (weg)gebruiker duidelijke en heldere tekst.

Bron: Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 9 december 2015, uitspraak in de zaak 201503098/1/A3, ECLI:NL:RVS:2015:3727

 

10 december 2015



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel