Blog

Een thriller?

Op 15 januari 2018 werd de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie gepresenteerd. Deze beschrijft de strategie om tot een circulaire bouweconomie te komen in 2050 en bevat de Agenda voor de periode 2018-2021.

In dit artikel ga ik, Daaf de Kok, nader in op de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. En dan niet of het juist is wat er staat en of de agenda correct is. Mijn inzet is om te kijken hoe we met elkaar verder kunnen komen en hoe we gezamenlijk invulling kunnen geven aan de doelstellingen. Ofwel: op welke wijze en in welke mate kunnen we de maatschappelijke opgave verbeteren en versnellen. En kunnen we de agenda verrijken met ideeën en proposities? 

De transitieagenda

De Transitieagenda Circulaire Bouweconomie beschrijft de strategie om tot een circulaire bouweconomie te komen in 2050 en bevat de Agenda voor de periode 2018-2021. Deze Agenda is opgesteld door een transitieteam van experts uit wetenschap, overheid en marktpartijen.

Het in januari 2017 gesloten Grondstoffenakkoord is leidend voor de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Het team bouwt voort op het werk van de SER, gericht op een circulaire economie en op het Rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’. De Transitieagenda sluit aan op ‘De Bouwagenda’, die een strategie en aanpak beschrijft om de bouwsector te versterken en Nederland toekomstbestendig te maken. 

Instrumenten

Het woord transitie geeft aan dat het wenselijk is dat er iets gaat veranderen, namelijk dat de bouwsector economisch gezien circulair wordt. Nut en Noodzaak daarvan zijn iedereen wel duidelijk. Om iets te veranderen ga je zoeken naar middelen, technieken en instrumenten die daarbij kunnen helpen. Traditioneel worden verschillende instrumenten ingezet. Juridische instrumenten die de verschillende partijen iets opleggen. Dit kan door bijvoorbeeld eisen op te nemen in een uitvraag van projecten.

Er zijn ook financiële instrumenten. We denken daarbij al snel aan subsidies en financieringsconstructies. Je kunt echter ook denken aan nieuwe businessmodellen. Innovaties spelen daarbij een rol en daarmee dus ook de bijdrage van kennis- en opleidingsinstituten. En dan heb je ook nog de communicatieve instrumenten. Deze creëren onder meer bewustwording bij de diverse doelgroepen. Ook het communiceren van de resultaten hoort daarbij, we willen immers weten of de transitie lukt! 

Vier speerpunten

De Transitieagenda Circulaire Bouweconomie heeft vier speerpunten die ik kort wil doorlopen. Het vierde is kennis en bewustwording. Vanzelfsprekend, dat is van belang. En ja, velen zijn dat stadium ook al voorbij. Het speerpunt gaat ervan uit dat aan kennis en bewustwording ook een handelingsperspectief vastzit. De vraag is of dat ook zo is en of het dan vanzelf gaat. Het derde speerpunt is beleid, wet- en regelgeving. Dit speerpunt heeft verschillende kanten. Er is beleid, wet- en regelgeving die de transitie tegenhoudt, terwijl die zou moeten stimuleren. De ontwikkelingen gaan snel en het is bekend dat beleid, wet- en regelgeving altijd achter de feiten aan lopen. Verder gaat dit speerpunt ervan uit dat er ruimte is om te handelen, maar daadwerkelijk gebeurt dat nog niet.

Het tweede speerpunt is meten. Dat is prima, maar dan moet er wel wat te meten zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft nu aangegeven hoe te gaan meten. Nu moet er nog uitvoering plaatsvinden. Het eerste speerpunt is marktontwikkeling. Aha, daar heb je hem dus, dat zal het speerpunt zijn waardoor circulariteit nu echt in de praktijk zal worden uitgevoerd. Wat marktontwikkeling precies inhoudt, dat blijft ongewis. 

Het boek

Kortom, van het circulaire boek van de bouw dat voor ons ligt is de inleiding nu wel geschreven. Op hoofdlijnen kan iedereen zich daarin wel vinden. De vraag is echter wie nu wat gaat doen. Wie gaat inhoud geven aan de hoofdstukken die volgen? En wordt het een roman of een thriller? De bouwagenda zet erop in dat de markt nu de hoofdstukken gaat invullen, echter de markt bestaat niet. Deze kun je niet aanwijzen, het is slechts de verzamelnaam van alle organisaties die binnen de bouw opereren. Dus nogmaals: wie gaat nu echt wat doen, met welke intensiteit en ook: hoe gaan we de doelstellingen voor 2030 en 2050 realiseren. 

Enkele eerste hoofdstukken

In de bouw worden verschillende initiatieven genomen om invulling te geven aan de hoofdstukken op basis van de inleiding van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. De initiatieven die alleen leiden tot een enkel icoonproject geven het voorbeeld, maar verdwijnen vaak ook snel van de agenda. We moeten op zoek naar initiatieven die voldoen aan in elk geval twee extra criteria, daar waar daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan circulair bouwen en daar waar dat structureel invulling krijgt. Net als anderen is ook BouwCirculair bezig om enkele hoofdstukken te schrijven.

Om te beginnen voor beton en asfalt. Daarmee zijn we er nog lang niet, maar het is wel een mooi begin. In de bouw hebben we het al snel over het eindproduct: een woning, een kantoor, een weg, een brug of viaduct of wat dan ook. Deze werken zijn door de jaren heen steeds technologischer en complexer geworden. Het circulair maken van een materiaalstroom is vaak al moeilijk genoeg, laat staan een heel bouwwerk. Je ziet organisaties daar ook mee worstelen. Circulariteit krijgt daardoor iets negatiefs, iets dat moeilijk te realiseren is.

Hoofdstukken schrijven is ook samenwerken en afstemmen in netwerken en ketens en het daarbij maken van kleine maar concrete stappen in de materiaalketens. Elke materiaalketen heeft een andere scope en andere belanghebbenden. Leveranciers zijn in een circulaire economie afhankelijk van verschillende ketenpartners. De markt, dat zijn de mensen die intrinsiek gemotiveerd dagelijks hun werk doen, daarbij keuzes maken en graag een bijdrage willen leveren aan de toekomst van het leven op aarde. En het zijn deze mensen – gesteund door het bestuurlijke kader – die daadwerkelijk invulling geven aan de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. En het zijn deze mensen die de hoofdstukken moeten schrijven. 

De volgende nog te schrijven hoofdstukken

De instrumenten die worden ingezet richten zich op producten en processen met het doel de transitie te versnellen. Steeds meer producten worden verbeterd en meer circulair geproduceerd en ook toegepast in werken. Het helpt verder deze producten te implementeren door er in de uitvraag naar te vragen of in elk geval naar een circulaire prestatie. Wat daarbij kan helpen is zorg te dragen:

  • voor een bestuurlijk kader; 
  • voor een prikkelende omgeving en samenwerking met producenten en leveranciers 
  • voor een transparant proces; 
  • dat materialen afkomstig van werken functioneel blijven of anders in de materiaalketen blijven; 
  • dat opdrachtgevers over instrumenten beschikken die structureel circulariteit realiseren; 
  • dat opdrachtgevers en opdrachtnemers op projectenniveau in gesprek gaan om invulling te geven aan het thema; 
  • voor het uitvoeren van zoveel mogelijk projecten, zodat iedereen er ervaring mee op kan doen en het van zelfsprekend wordt; 
  • dat we gewoon gaan beginnen en degenen die er al mee bezig zijn maar snel volgelingen krijgen. 


Ach, dit rijtje is met gemak nog wel langer te maken. Ieder weet en kent wel mogelijkheden of kan op zoek gaan om een bijdrage te leveren. Laten we zorgen dat het boek van de circulaire bouweconomie geen thriller wordt.

Dit is een blog van Daaf de Kok, geplubiceerd in Bouwcirculair 1.



Dit artikel komt uit BouwCirculair

Deel dit artikel