Blog

Volwassenen willen vaak te snel

Iedereen die met kinderen werkt, zou iets moeten weten over de betekenis van spel. Dat begint dus in de beroepsopleiding. Buiten Spelen sprak met twee bevlogen medewerkers van de Hogeschool Utrecht: Wilna van den Heuvel, programmaleider speltherapie en spelagogiek bij het centrum voor Social Work. En Lisette van der Poel, docent onderzoeker bij het Instituut voor Ecologische Pedagogiek.

Tekst: Marian Schouten 


Is er in jullie opleidingen voldoende aandacht voor spel? 

Lisette van der Poel: "Jazeker. De Hogeschool Utrecht onderscheidt zich met aandacht voor creativiteit en speelse werkvormen. Het is een erfenis van de vroegere sociaalagogischeopleidingenMiddeloo en Jelburg, waar spel en creatieve activiteiten centrale methodieken waren om mensen te helpen bij hun ontwikkeling. Bij Pedagogiek is er vanaf het begin van de opleiding aandacht voor spel. Logisch: spelen is een wezenskenmerk van kinderen."  


Wilna van den Heuvel: "Twee jaar geleden zijn verschillende sociale opleidingen samengevoegd tot de bachelor SocialWork. Spel is onderdeel van het curriculum, waarbij spel dan wel een middel is, geen doel. In de eerste twee jaar zijn er verschillende workshops over spel, in het derde jaar is er onder andere aandacht voor spelvormen bij communicatie 


Daarnaast bieden we een
post-bachelor Spelagogiek. Lerend spelen is daar de hoofdzaak. Het gaat dan om kinderen waar ‘iets mee is’, maar ook steeds vaker om kinderen die gewoon te weinig speelervaring hebben. Deelnemers aan de post-bachelor hebben al een hbo-opleiding gedaan en werkenin het (speciaal) onderwijs, op IKC’s, medisch kinderdagverblijven en in de zorg. Zij hebben in hun opleiding amper iets gehad over spel, hooguit iets over verschillende spelvormen. Maar niet over spelontwikkeling, terwijl je juist daaraan kunt zien hoe een kind zich ontwikkelt, of het groeit. Blijft die ontwikkeling achter, dan is spelbegeleiding nodig. Die begeleiding moet altijd kindvolgend zijn, het kind moet het gevoel houden dat het de regie heeft over z’n spel." 


Wat is
het belangrijkste dat studenten moeten leren met betrekking tot spel? 

Wilna van den Heuvel: "Eén van de eerste dingen die we bij Spelagogiek doen, is de cursisten zelf laten spelen, bijvoorbeeld met scheerschuim of klei. Na een tijdje vragen we een aantal cursisten om elk een ‘kind’ te gaan begeleiden. Zo doet het ‘kind’ ervaring op hoe het voelt als er een volwassene bij je komt zitten terwijl je aan het spelen bent. We maken daar ook filmopnames van, zodat de cursisten kunnen reflecteren op hun gedrag. Wat je bijna altijd ziet, is dat de volwassene vanzelfsprekend de regie overneemt. Het kind heeft klei en zit daarmee te rommelen. De volwassene vraagt: wat ga je maken? Of: moet dat poppetje geen ogen hebben? Terwijl het kind daar op dat moment helemaal niet mee bezig is, dat geniet van het gevoel van de klei. Na een tijdje komt er vanzelf wel een volgende stap: het kind rekt de klei uit en hé, dat lijkt wel een slurf. En nog wat later komt het dan zelf wel op het idee dat een slurf bij een olifant hoort en weer later krijgt de olifant ogen. Volwassenen willen vaak te snel. Maar door zo te trekken, rem je het hele speelproces alleen maar af.  


Dat is ook wat de
kind-cursisten zelf ervaren als een volwassene zich zo met hun spel bemoeit. Dat is een geweldige eye-opener. Je kunt dan ook andere manieren uitproberen: bijvoorbeeld naast het kind gaan zitten en hetzelfde gaan doen als het kind doet. Dat werkt vaak wel goed. Het kind voelt zich geaccepteerd (hé, het is oké wat ik doe) en zal zich veilig voelen om eens iets nieuws te proberen." 


Lisette van der Poel: "Ook bij Pedagogiek oefenen we met zelf spelen en begeleiden van spel. Wat de studenten vooral moeten leren is het kind te volgen: loslaten, niet oordelen, niet te snel ingrijpen. Goed leren kijken en luisteren: wat heeft dit kind nodig, wat past bij dit kind? En bij de ouders? De ene student speelt makkelijk mee met een kind, die moeten we bijsturen om voldoende afstand te houden. De ander neemt te snel de regie, die moeten we leren om wat meer los te laten en te vertrouwen op het kind.  


Bij Pedagogiek vervlechten we spel in alle vakken. Ons onderwijs is praktijkgericht.
In het eerste jaar gaan studenten bijvoorbeeld de wijk in met de opdracht om in gesprek te gaan met kinderen, jongeren en sleutelfiguren over hun leefwereld. En om daarna iets te bedenken dat de verbinding tussen deze mensen kan creëren. Er zijn ook stages met kinderen, met de opdracht om niet alleen contact te leggen via gespreksvoering, maar ook via spel, drama, muziek en andere creatieve vormen." 


Neemt de belangstelling voor spel toe of af?  

Lisette van der Poel: "Het zijn golfbewegingen. Je ziet nude zorg om kinderen en jongeren die niet zo gelukkig meer zijn, een burn out hebben op jonge leeftijd. Het besef groeit: we moeten kinderen minder overvragen, ze meer ruimte geven. 


Ik zie het bij de studenten die meedoen aan
promotieonderzoek naar riskyplay. Die zijn enorm gedreven om kinderen weer de ruimte te geven om vrij te spelen. Twintigers zijn erg bezig met ‘terug naar de basis’ en daar hoort spelen bij. Ook bij docenten zie ik gedrevenheid. Eén docent heeft van ons – met een knipoog - de titel ‘creatieve vermogenspolitie’ gekregen: die moet steeds blijven opletten of er wel voldoende aandacht blijft voor creativiteit en spel."  


Wilna van den Heuvel: "We zien gewone kinderen die weinig speelervaring hebben. Dat heeft onder andere te maken met alle beeldschermen, het taboe op vies worden, risico’s lopen. Je ziet – voorzichtig - wel een kentering. Er komt weer waardering voor risicovol spel. Misschien is dit het begin van een omslag en hebben we over tien jaar weer gewoon spelende kinderen." 


De Hogeschool Utrecht is een van de deelnemers in het Landelijk Docentennetwerk Spel. Doel van het netwerk is dat er in opleidingen voor jeugdprofessionals meer aandacht komt voor vrij spel. Het netwerk is toegankelijk voor mbo- en hbo-docenten en werkveldvertegenwoordigers, zoals medewerkers van stagebedrijven. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Froukje Hajer, f.hajer@planet.nl.  



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel