Blog

Autorijdende fietser of fietsende automobilist?

Het verkeer is een behoorlijk verzuilde bedoening. Ieder type vervoersmiddel heeft zijn eigen rijstrook en eigen verkeerslichten en probeert (letterlijk) zo min mogelijk met de andere zuilen in aanraking te komen. Hoewel heus hier en daar een supercontemporain Shared Surface-initiatief opduikt (wég met dat hokjesdenken, lekker alles met elkaar delen. Sharing is caring), zit over het algemeen ieder in zijn eigen zuil. Rijst natuurlijk wel de vraag: bij welke zuil hoor je?

Die vraag werd actueel toen ik een brief van de gemeente kreeg. Mijn straat gaat op de schop en de bewoners mogen hun voorkeur uitspreken voor een ontwerp. Kort gezegd kunnen we kiezen tussen a) wel parkeerstroken en daardoor een nogal smal fiets- en voetpad, of b) geen parkeerstroken en dus een veel breder fiets- en voetpad. En dan komt het er dus op aan: bij wie hoor je? Want hoor je bij de automobilisten, dan wil je graag parkeren. Val je onder de fietsers of voetgangers, dan wil je meer ruimte. Maar er zijn meer nuances. Zebra’s bijvoorbeeld, of fietsenrekken, tramhaltes. In andere verzuilde omgevingen is het vaak vrij duidelijk bij wie je hoort en wat je dus moet stemmen. Je bent katholiek óf protestant. Ajacied óf Feyenoorder.

 

Verkeersidentiteit

In het verkeer is dat anders; veel verkeersdeelnemers spelen meerdere rollen. Een automobilist zit ook wel eens op de fiets en is regelmatig voetganger. Maar een autorijdende fietser is wezenlijk iets anders dan een fietsende automobilist. En juist voor hen is zo’n herindeling van de straat een gewetensvraag: ben je in beginsel meer een fietser of een automobilist? Misschien kun je hierachter komen met een simpel testje. Want wanneer je wilt weten of je links- of rechtsbenig bent, moet je met je ogen dicht een paar rondjes draaien, waarna iemand je een zet geeft. Het been waarmee je jezelf dan opvangt, is je voorkeursbeen. Wellicht werkt dit ook voor je verkeersidentiteit. Leg ’s avonds je auto-, fiets- en scootersleutels naast elkaar op tafel en ga naar bed. Vraag iemand om midden in de nacht het brandalarm af te laten gaan. Naar welke sleutels grijp je instinctief? Zo weet je hoe de vork in de steel zit. Ren je zonder sleutels naar buiten, dan hoor je bij de voetgangers.

 

Botsende zuilen

Tussen de zuilen botst het regelmatig. Automobilisten worden woest van roekeloze fietsers. Voetgangers ook, maar die zijn tegelijkertijd boos op de asociale automobilisten die niet stoppen voor een zebrapad en met Autobahn-snelheden door de bebouwde kom scheuren.
 

Fietsers hebben op hun beurt weer de pest aan voetgangers, vanwege dat gewandel op het fietspad en onbezonnen oversteken. En aan automobilisten, vanwege de continue doodsdreiging. Dan blijven scooterrijders en taxichauffeurs over, die eigenlijk door iedereen gehaat worden. Gezellige boel eigenlijk.

 

Ook binnen de eigen zuil kan het behoorlijk rommelen. Automobilisten schelden elkaar de huid vol (al dan niet middels opgestoken vingers en driftig getoeter), scooters drukken elkaar van de weg, fietsers snijden elkaar af en voetgangers lopen elkaar voor de voeten. Maar tegelijkertijd vormen ze dus een front tegen de andere zuilen. Eigenlijk zijn het een soort voetbalsupporters. Fans van verschillende clubs vechten elkaar de tent uit, maar hossen en janken in elkaars armen wanneer Oranje speelt. Misschien moet ik dus maar een Shared Surface-voorstel doen. Weg met de verzuiling. Moeten we die surface alleen wel oranje maken. 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel