Blog

Sigarendoosberekening infra-overschrijdingen: 100 miljard euro

Prof.dr. Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid, TU Delft

‘Op verzoek van De Telegraaf ( publicaties 21 en 22 juni) berekende ik het bedrag aan kostenoverschrijdingen in grote transportinfrastructuurprojecten in de afgelopen 30 jaar. Mijn ‘sigarendoosberekening’ gaat als volgt.

Uit onderzoek van Chantal Cantarelli naar de kosten voor grote infrastructuurprojecten sinds 1980 blijkt dat de gemiddelde kostenoverschrijding van grote transportinfrastructuurprojecten in NL, die gereed zijn gekomen sinds 1980, 16.5 procent is (de overschrijdingen lopen uiteen van -40.3 procent tot 164 procent, met als uitschieter de tweede Heinenoordtunnel van 164 procent).

Uitgaande van 8-10 miljard investeringen in nieuwe infra kom ik op ruwweg 1,5 miljard per jaar. Het ministerie geeft de laatste jaren circa 7 a 8 miljard aan transportinfra uit. Daar komen nog aanvullende gelden van lagere overheden bij. Uitgaande van 16.5 procent kostenoverschrijding zou het totaal circa 9 miljard moeten zijn. 1980 is 33 jaar geleden; 33 x 1.5 mld is 50 mld.

Hierbij heb ik de volgende feiten meegewogen: De kostenoverschrijdingen in het genoemde onderzoek  betreffen alleen grote projecten. Binnen de onderzochte categorie kenden de kleinere projecten relatief grotere kostenoverschrijdingen. Ik heb verondersteld dat het gemiddelde van 16.5 procent ook voor de niet-onderzochte kleinere projecten geldt; mogelijk is dit een onderschatting.

Oplopende kosten voorafgaand aan formeel besluit
Vaak lopen de kosten al op voorafgaand aan het formele besluit. Goed onderzocht is  dit voor de Betuweroute en de HSL-zuid, maar niet voor andere projecten. Kostenramingen van beide projecten zijn tussen de initiële schattingen en de schattingen ten tijde van het besluit 3 respectievelijk 2 miljard toegenomen.
We weten overigens niet precies wanneer er in beide gevallen ‘geen weg terug’ meer was. Er is geprobeerd dat te onderzoeken via (ex) Tweede Kamerleden, maar de respons was te laag voor betrouwbare uitspraken. Van andere projecten weten we niets van oplopende kostenschattingen voorafgaand aan het formele besluit.

Op een congres in Noorwegen over grote infrastructuurprojecten in 2012 heb ik deze gang van zaken ter discussie gesteld; vele aanwezigen herkenden deze gang van zaken; Nederland in het algemeen, en Betuweroute en HSL in het bijzonder zijn vrijwel zeker geen uitzondering.

Extra rentekosten door vertraagd gebruik
Sommige projecten worden de eerste jaren veel minder gebruikt dan verondersteld; bij latere aanleg waren rentekosten voorkomen (onder andere:  HSL-Zuid door de Fyra-problemen; Betuweroute). Met achterafkennis hadden projecten dus soms beter later aangelegd kunnen worden, dan had de overheid rente op staatleningen kunnen beperken (of andere, ‘betere’ projecten in de betreffende periode kunnen bouwen).

Renteverliezen gerekend in de tijd
Over in het verleden gerealiseerde kostenoverschrijdingen treden renteverliezen op. Uitgaande van de hierboven genoemde 50 miljard en 4 procent rente (ruwe schatting staatsleningen in deze periode; vermoedelijk onderschatting) over gemiddeld 15 jaar renteverliezen is alleen al meer dan 40 miljard euro. Alles bij elkaar heb ik voor deze, aanvullende posten een zeer voorzichtige schatting gemaakt: 50mld, waarmee het totaal komt op 100 mld.

Het is uiteraard interessant een en ander nader onderzoeken/inschatten. Ik vermoed dat dan blijkt dat mijn schatting te laag is.



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel