Blog

Rechts inhalen is voor weinig snelwegen geschikt

Frans de Haes, Hoofd Mobiliteit, Grontmij

De VVD-fractie in de Tweede Kamer stelt voor om onderzoek te doen naar het toestaan van rechts inhalen op autosnelwegen vanwege onder andere het toenemende aantal 2x4- en 2x5-strooks snelwegen. Beseffende dat van alle autosnelwegen in Nederland, meer dan 90 procent uit 2x2- en 2x3-strooks snelwegen bestaat, vraagt Grontmij zich af of we dan vanwege die andere 10 procent, deze maatregel over het gehele snelwegennet moeten uitrollen.

 

Een dergelijk idee lijkt vooral ingegeven met het oog op het toenemende aantal 2x4- en 2x5-strooks snelwegen in ons land. Kijkend naar de behoeften en het weggedrag van automobilisten lijkt een dergelijke maatregel op deze wegen inderdaad een meerwaarde te bieden; mensen worden zich meer bewust van hun positie op de weg, en de verwachting is dat ze vanuit dat bewustzijn meer geneigd zullen zijn om rechts te rijden. Het gevolg is een homogener snelheidsbeeld en meer rust in het verkeer.

 

Op de 2x2- en 2x3-strooks snelwegen gaat deze redenering echter niet zo makkelijk op. Op deze wegen, waar het vrachtverkeer een relatief groot deel van de capaciteit opslokt, lijkt juist een tegenovergesteld effect te ontstaan. Relatief grote snelheidsverschillen per rijstrook, beperkte(re) inhaalmogelijkheden zullen hier naar verwachting juist voor meer rijstrookwisselingen, meer onrust en minder capaciteit zorgen. De verkeersveiligheid op de weg is hierbij niet gebaat.

 

Beseffende dat, van alle autosnelwegen in Nederland, meer dan 90 procent uit 2x2- en 2x3-strooks snelwegen bestaat, moeten we dan vanwege die andere 10 procent deze maatregel over het gehele snelwegennet uitrollen? Dit lijkt niet logisch uit te leggen. Het is daarbij ongewenst om per snelwegtype onderscheid te gaan maken; één lappendeken van verschillende regimes (de maximumsnelheid) is al meer dan genoeg. Laten we niet daarnaast ook nog gaan differentiëren in inhaalregime.

 

Deze afweging roept nog een andere gedachte op. We hebben het in Nederland steeds vaker met elkaar over het toekennen van meer vrijheden en verantwoordelijkheden aan de weggebruikers. Dit voorbeeld is echter niet de eerste keer dat we er op basis van inhoudelijke argumenten onvoldoende op vertrouwen dat de weggebruiker verantwoordelijk kan omgaan met geboden vrijheden. De vraag die dit oproept: hoe graag willen we nu wérkelijk dat die weggebruiker meer vrijheid en verantwoordelijkheidsgevoel krijgt, en op welke punten durven wij als wegbeheerders deze daadwerkelijk af te staan?



Dit artikel komt uit Verkeerskunde

Deel dit artikel