Blog

Leren van Vlaanderen

Hoe kan het dat de beste Nederlandse architecten in België werken? Onze Expert Wilma Kempinga diept in deze blog de Europese aanbestedingsregels uit en legt bloot hoe deze regels tot wantrouwen kunnen leiden.

Auteur: Wilma Kempinga


Neem nu het Rotterdamse bureau Korteknie Stuhlmacher. Het voltooide vorig jaar Het Predikheren in Mechelen, een prachtige transformatie van klooster tot openbare bibliotheek. Het werkt nu aan de renovatie, transformatie en nieuwbouw van een groot onderwijscomplex voor technische en creatieve vakken, Cadix, op het Eilandje in Antwerpen. Eerder ontwierp het bureau twee Vlaamse basisscholen. Natuurlijk, bureaus als Korteknie Stuhlmacher werken ook in Nederland, maar in België kunnen ze een ontwerpkwaliteit realiseren die hier vrijwel uitgesloten is. Hoe kan dat?

De verklaring ligt in de condities waaronder ze moeten werken. Gek genoeg zijn die in de basis in beide landen gelijk: de Europese aanbestedingsregels. Alleen worden ze radicaal anders toegepast. In Nederland is de uitwerking van de aanbestedingsregels toevertrouwd aan juristen, bureaucraten en andere procestijgers. Het resultaat is een bureaucratie waarin het eigen karakter van de architectuur gemakkelijk vermalen raakt. De overheersende drijfveer is risicomijding en angst voor verrassing, die leidt tot wantrouwen jegens de vormende kracht van de architectuur.

In Vlaanderen is voor publieke projecten een andere weg gekozen, namelijk die van de Open Oproep. De Vlaams Bouwmeester publiceert halfjaarlijks een reeks (semi)publieke opdrachten waarop binnen- en buitenlandse bureaus kunnen inschrijven. In de selectie zijn architectonische kwaliteit en inhoudelijke motivatie zwaarwegende criteria. De gekozen architecten dragen een brede verantwoordelijkheid voor het project en kunnen in ruil hun ontwerpkracht en inventiviteit bewijzen.

Toen Vlaanderen in 1999 de Open Oproep introduceerde, was Nederland met zijn enerverend architectuurklimaat nog een lichtend voorbeeld. Nu zijn de verhoudingen omgekeerd. De concrete gevolgen vallen scherp op als je ze bij één gebouwtype onderzoekt, bijvoorbeeld het schoolgebouw.


Voor het nieuwste Architectuurboek Vlaanderen bezocht ik vier recente nieuwe scholen. Stuk voor stuk zijn het ingetogen gebouwen, eenvoudig in hun materiaalgebruik, ruimtelijk en architectonisch zeer overtuigend. Ze vormen een verfrissend contrast met de doorsnee Nederlandse nieuwbouwschool, die te vaak op een schoenendoos lijkt doordat lage energielasten prioriteit hadden boven aangename en inspirerende lesruimten.

 

Architectuur kan opbloeien als ze vertrouwen krijgt, niet als ze uit wantrouwen wordt gekneveld. Dat kan Nederland nu van Vlaanderen leren. Meteen de hele Nederlandse interpretatie van de Europese aanbesteding overhoopgooien, is misschien te veel gevraagd. Laten we overzichtelijk beginnen door voorlopig voor één specifieke ontwerpopgave de Open Oproep-methode in te voeren.

En welk gebouwtype komt hiervoor meer in aanmerking dan dat even waardevolle als alledaagse, bij uitstek maatschappelijke type van het schoolgebouw?

Reageren?
wk@mevrouwmeijer.nu
mevrouwmeijer.nu



Dit artikel komt uit Stedebouw & Architectuur

Deel dit artikel