Blog

Vrouwen en meiden laatst

Kies een willekeurig pleintje in een stad of dorp en kijk er een paar uur rond. Overdag ziet u kinderen spelen, meisjes en vrouwen fietsen en flaneren, of zitten op een bankje. Maar zodra de avond valt, verandert het tafereel. Groepjes jongens en jonge mannen, skaters, pannavoetballers en jongeren op scooters domineren nu het straatbeeld. De openbare ruimte en haar leefbaarheid zouden nochtans gendergelijk moeten zijn. Waarom blijft dit masculiene straatbeeld dan toch zo herkenbaar?

Het is laat op de avond. Bestuurskundige Shantie Singh krijgt telefoon van haar man terwijl die door de straten van Parijs loopt, een zorgeloze toerist die geniet van ‘Paris by night’. Zelf zou ze dat nooit doen, bedenkt ze. “Na ons telefoongesprek dringt het tot me door hoezeer mijn vrouw-zijn gevolgen heeft voor mijn ervaring van de nachtelijke straten. Dagelijks neem ik als vrouw bewust of onbewust besluiten die alles te maken hebben met de (on)vrijheid van de publieke ruimte. Keuzes waar mannen nauwelijks mee van doen hebben” (Volkskrant, 17 februari 2016).

 

Vrouwen en meisjes delen de openbare ruimte met mannen en jongens, maar beleven haar anders. Studies tonen een duidelijk verschil tussen het onveiligheidsgevoel en de reële onveiligheid van vrouwen. Elisabeth Stanko’s slachtofferonderzoek toont aan dat jonge mannen veruit het meest blootgesteld worden aan gewelddaden in de openbare ruimte. Toch spreken vrouwen gemiddeld drie keer meer over (hun vrees voor) dat soort geweld (Stanko, 1992).

 

Voor velen legde de documentaire ‘Femmes de la rue’ van Sofie Peeters de vinger op de wonde. Peeters filmde met een verborgen camera de straatintimidatie in Brussel. De beelden tonen het verbale en non-verbale geweld waarvan vrouwen dagelijks het slachtoffer zijn in de hoofdstad. In het tijdschrift Brusselse Studies gaat Marie Gilow dieper op de kwestie in. Ze stelt vast dat het onveiligheidsgevoel bij vrouwen groot is, wat “hoofdzakelijk voortvloeit uit de ongelijke betrekkingen tussen de geslachten, die onze samenleving nog steeds structureren”.

 

(Brusselse Studies 87, 1 juni 2015). De gelijkheid tussen mannen en vrouwen is, zegt Gilow, verre van  verworven in de openbare ruimte. Volgens haar gaat het mis in de relatie tussen de ruimte en de gebruiker, die teveel is afgestemd op één doelgroep. Een succesvol stedelijk ontwerp moet voldoen aan de behoeftes van de hele samenleving.

 

Lees ook de Whitepaper Vrouwen en meiden laatst


Ongelijkheid begint in het ontwerp

Waar komt die ongelijkheid dan vandaan? De openbare ruimte wordt overwegend ontworpen door mannen. Clara Greed stelde in 1998 vast dat “vrouwen een achterstandspositie [hebben] in de stad omdat mannelijke planners stedelijke oplossingen hebben bedacht vanuit hun eigen perceptie van ‘logisch’ en ‘normaal’. Gepland voor de behoeftes van ‘mensen zoals zij’. Het beleid van mannelijke beleidsmakers is nog het best te omschrijven als stedenbouwkundige pornografie; van veel en groot naar nog groter … Terwijl vrouwen intimiteit, geborgenheid en sociale veiligheid belangrijk vinden.” Volgens het Nederlandse architectenregister is ruim driekwart van de stedenbouwkundigen en architecten man. Bij de landschapsarchitecten is dat twee derde en bij de interieurarchitecten de helft (Architectenregister, jaarverslag 2014). Deze cijfers lijken te betekenen dat in dit metier, heel traditioneel, ‘buiten’ de wereld van de man is en ‘binnen’ het domein van de vrouw. Dat is een oud zeer. Tot ver in de 20e eeuw weerspiegelde het stedelijk weefsel dezelfde gedachte met een onderscheid tussen de ‘mannelijke steden en de vrouwelijke suburbs’ (Saegert, 1980). De man was kostwinner in de stad; de vrouw bleef thuis. 

 

De special van BuitenSpelen 2 van 2017 staat in het teken van gender. Deze editie staat nu online in onze Bibliotheek. Liever een exemplaar thuis ontvangen? Stuur dan een mailtje naar klantenservice@acquirepublishing.nl ovv BuitenSpelen 2 2017



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel