Nieuws

'Regelzucht beknot vrij spelen door kinderen'

Kinderen van nu hebben te maken met bezorgde ouders die hun kinderen volgen met gps. Op straat is weinig ruimte voor avontuur en op school en in de kinderopvang tellen resultaten en bepalen volwassenen wat er gebeurt. Te weinig spelen leidt vroeg of laat tot problemen – niet voor niets heeft het VN-comité inzake de Rechten van het Kind regeringen opgeroepen meer aandacht aan dit ‘vergeten recht’ te geven.

Het beknotten van vrij spelen door bezorgde ouders en regelzucht vanuit de overheid zijn actuele thema’s die veel losmaken. De Volkskrant publiceerde hierover eind januari het artikel: ‘Kinderen worden te veel beschermd en kunnen te weinig vrij spelen' . In drie weken tijd werd het ruim 59.000 keer gelezen. Uit de vele reacties op sociale media blijkt dat vooral ouders met een dilemma worstelen. Enerzijds de angstcultuur die het vrij spelen door kinderen beknot en anderzijds het willen stimuleren van vrij spelen. Dat laatste is belangrijk. Kinderen moeten leren wat gevaar is, hoogtes kunnen inschatten, zacht en hard kunnen onderscheiden. Een losse stoeptegel zien en er langs manoeuvreren met een fietsje. Als alle gevaren worden weggewerkt in het kinderleven en kinderen er niet mee leren omgaan, heeft dat nadelige gevolgen voor hun ontwikkeling.

 

Nog meer regelgeving?

De discussie over vrij spelen roept allerlei vragen op. Nog meer regelgeving? Niet dus. Want is het niet onmogelijk om alle waterkanten van hekken te voorzien, bij alle muurtjes en bomen waarschuwingsborden te plaatsen? En belangrijk is ook de vraag: hoeveel ruimte hebben kinderen nodig? Waar ligt een opvoedende taak voor ouders om met gevaren in de samenleving om te gaan, en waar ligt de aansprakelijkheid van de overheid? Wat het antwoord op die vragen ook mag zijn: het welbevinden van kinderen moet voorop staan. En dat betekent ook: risico’s accepteren. Onderzoek wijst uit dat kinderen die met risico’s kunnen omgaan veerkrachtiger zijn, een eigenschap die ze in hun verdere leven goed van pas komt.
 

Struinachtige BSO

Een cruciale rol vervullen de ouders – ik zei dat eerder al. Mogen kinderen in hun spontaniteit proberen een boom in te klimmen, of moeten ze eerst bedenken dat ze hun valbeschermers thuis moeten ophalen? Het is aan volwassenen om een uitdagende omgeving te creëren, die niet stijf staat van bordjes en hekken, maar waar echt wat te beleven valt. Het succes van jeugdlandjes en de ‘struinachtige’ BuitenSchoolseOpvang die los van de gangbare kinderopvanginstellingen hun eigen beleid ontwikkelen illustreren dat dat mogelijk is. Het is belangrijk dat er zulke plekken zijn. Ouders werken beiden steeds meer - de toename van de 4/4 gezinnen is een feit (vader en moeder werken ieder 4 dagen), dat betekent dat de kinderopvang een aantal dagen in de week én in vakanties de tijdsinvulling na schooltijd bepalen.
 

Verschraling

Als we het zo belangrijk vinden dat kinderen speelkansen krijgen, dan moeten zij ook de gelegenheid krijgen, in ruimte en in tijd. Ik noemde de ‘struinachtige’ BSO’s en de avontuurlijke speelplekken. Helaas hebben niet alle kinderen die speelmogelijkheden in hun directe woonomgeving. Tegelijk is er een verschraling gaande in het jeugdwerk. Bezuinigingen op (geschoolde) begeleiders in het jeugd- en speeltuinwerk hebben hun weerslag op de speelkansen van kinderen die niet automatisch alle kansen van huis uit meekrijgen. De eigen kracht van burgers zal hier gemobiliseerd moeten worden om het gat dat professionele kinderopvang zonder vrijwilligers laat vallen. Enthousiaste goede vrijwilligers zijn nu ook meer dan ooit actief in het jeugdwerk. Zij zijn echter vaak niet zichtbaar in de beleidsdiscussies in gemeenten. 
 

Verder lezen in BuitenSpelen #1 2016

Dit artikel is verschenen in de nieuwste editie van BuitenSpelen (verschenen op 25 maart 2016). Verder lezen? Download dan de editie in onze bibliotheek, of neem contact op met onze klantenservice om een losse editie te bestellen. 



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel