Nieuws

Werkgroep OVL Circulair geeft aandacht aan onderzoek

Technologie ontwikkelt zich steeds sneller. Onze leefomgeving verandert de komende jaren spectaculair. De economie is booming. Dit klinkt allemaal positief, maar als we doorgaan zoals we tot op heden hebben gedaan, hebben we in 2050 twee extra planeten nodig om in onze behoeften te voorzien. In de Verenigde Staten denkt men serieus aan het koloniseren van Mars, omdat de aarde niet meer leefbaar zal zijn.

Een beter milieu begint hier gewoon op aarde. En niet in 2050 of 2030, maar vandaag. Natuurlijk kunnen we op korte termijn niet alle problemen oplossen. Maar we kunnen wel een begin maken. Daarom is OVLNL in 2017 de werkgroep ‘OVL Circulair’ gestart. De leden van de werkgroep brengen circulariteit een stap in de goede richting. Maar alleen kunnen we het niet en we proberen daarom landelijke bekendheid te geven aan de circulariteit-thematiek.

101 definities van circulaire economie

Het begint eigenlijk bij de definitie van circulariteit. Vraag aan 100 personen wat de definitie van circulaire economie is en je krijgt 101 verschillende antwoorden. Gezamenlijke afspraken maken is dan lastig. Voor de transitie naar circulaire economie is er nog geen handleiding om de stappen naar 2050 te nemen. Het beste advies is te beginnen met bewustwording: bekend maken bij het grote publiek. De leden van de werkgroep brengen ieder op hun eigen manier het gedachtegoed in praktijk en als we bij elkaar zijn wisselen we ideeën uit.

Draagvlak vergroten en kennis uitwisselen

Een bijeenkomst eind maart in Venlo stond in het teken van kennis delen via presentaties. Peter Wijnands, Jurgen Ooms en Hans van Bakel behandelden circulaire thema’s die stof tot nadenken gaven: nieuw leven aan armaturen geven, uitleg over de transitieagenda van de overheid en methoden om circulaire transitie meetbaar te maken.

Aandacht voor onderzoek

In deze editie van Ruimte en Licht willen we graag aandacht schenken aan onderzoeksopdrachten die in de werkgroep aandacht hebben gekregen.

Onderzoek Luisa Leroy: vergelijk producten op circulariteit

Voor haar tweejarige opleiding in Zweden ‘Master in Innovation through Business, Engineering en Design’ overkoepelt Luisa Leroy twee eerder genoten vooropleidingen: een financiële en een creatieve richting. Het streefdoel van deze opleiding is oplossingen te vinden (product, dienst, systeem) die maatschappij, milieu en omgeving niet schaden.

Luisa onderzoekt in opdracht van Spectrum Advies & Design de mogelijkheden om producten op basis van circulaire criteria met elkaar vergelijkbaar te maken. Zij startte met onderzoek naar bestaande certificering en de toepasbaarheid ervan in een circulaire economie. Haar conclusie: 

  • Er zijn circa 500 certificaten voor producten en diensten;
  • Vrijwel alle certificeringsmogelijkheden zijn gebaseerd op een lineaire economie;
  • Alleen het cradle-2-cradlecertificaat is bruikbaar voor circulaire principes.

Het grootste effect van circulariteit van een product moet worden gerealiseerd in de ontwerpfase. Aspecten als onderhoud, flexibiliteit in het gebruik en aanpasbaarheid, demontagemogelijkheden en de bruikbaarheid bij einde levensduur worden bepaald door het ontwerp. De keuze van materialen waaruit een product bestaat is hierbij ook belangrijk. Luisa ontwikkelt een methode die circulariteit meetbaar maakt. Op basis van productinformatie van de leverancier becijfert het model de mate van circulariteit. 

 

Onderzoek Ramon Zagers: Circulair vergelijk van oude en nieuwe technologie

Ramon Zagers, student International Business aan de Hogeschool Zeeland, richtte zijn bachelor scriptie op het bepalen van de milieu-impact van armatuur-lichtbroncombinaties. 

In het onderzoek richtte Ramon zich op de meest voorkomende armaturen. 44% van de OVL in de gemeente Middelburg bevat TCL24W lichtbron. Aan het einde van hun levenscyclus worden deze producten vervangen door een armatuur met ledlichtbron. In het onderzoek worden de twee conventionele armatuur-lichtbron-combinaties en de vervangende led-armatuur met elkaar vergeleken. 

De oorspronkelijk intentie om de milieu-impact te bepalen met het software systeem van EcoChain draaide op niets uit, omdat producenten informatie over hun productieproces niet konden of wilden delen. Ramon heeft een eigen methode ontwikkeld om een vergelijk te maken op basis van de onderdelen van de armaturen, op basis van de CML2001 LCA methode.

De led-armatuur is bijna 90 procent energiezuiniger dan de oorspronkelijke armaturen en de levensduur is 10 keer langer. Door de vervanging wordt afval met 94 procent gereduceerd en gaat de recyclebaarheid-ratio met 18 procent omhoog. Wel is bijna 50 procent meer ruw materiaal uit eindige bronnen nodig (staal en aluminium) om het nieuwe product te fabriceren.

Dat producenten niet meewerkten aan het onderzoek, geeft aan dat er nog veel ruimte is voor voorlichting omtrent de kansen van de circulaire economie, waarin strategisch samenwerken en het delen van kennis belangrijke succesfactoren zijn. Er zijn diverse oplossingsrichtingen in ontwikkeling om hier verder invulling aan te geven.

Onderzoek Stef Bleyenberg: opschalen van ‘best practices’

In februari is een projectgroep van vier studenten gestart binnen de minor Circular Economy van de Hogeschool Zeeland. Deze groep bestaat uit een mix van Nederlandse en Franse studenten met een achtergrond in International Business & Management Studies en Commerciële Economie. Het doel van het onderzoek is het bepalen van zogenaamde ‘best practices’ en mogelijkheden en belemmeringen voor het opschalen van deze goede voorbeelden. Hierbij ligt de focus op het vaststellen van draagvlak voor verandering en na te gaan wat precies gebeurt met de afvalstromen van openbare verlichting.


Het contact tussen de projectgroep en de betrokken partijen verloopt vlekkeloos. Hierbij laten organisaties merken dat circulariteit een belangrijk punt op de agenda is. Deze organisaties zijn bereid om mee te denken en oplossingen te zoeken voor problemen waar zij nu tegen aanlopen, zoals de lage mate van standaardisatie in de sector.


Beide studenten-onderzoeken zijn uitgevoerd onder begeleiding van Ingrid de Vries en zijn in opdracht van Bureau Openbare Verlichting Zeeland uitgevoerd. De Hogeschool Zeeland is voornemens om verder te gaan met het onderwerp circulariteit en verlichting, in de vorm van een zogenaamd living lab.


Workshop in mei

Tijdens een vervolgbijeenkomst van de werkgroep ‘OVL Circulair’ in mei presenteerden de minor-studenten de eerste resultaten van het onderzoek. Onder hun leiding werden tijdens een gezamenlijke workshop breed gedragen oplossingen en scenario’s bedacht om de mate van circulariteit van materialen te verhogen. De uitkomsten zullen uiteraard openbaar worden gemaakt.

Dit artikel is verschenen in ruimte en licht nummer 2, mei 2018. 

Deel dit artikel