Nieuws

Nederlandse delegatie op leerzame Spielmarkt in Potsdam

De 27e editie van de Internationale Spielmarkt vond begin mei in Potsdam. Een aantal pedagogische opleidingen werkt samen met het protestantse jeugdwerk vanuit vier nationale kerken en een diaconale organisatie bij deze Spielmarkt, die door ruim 3000 bezoekers uit heel Duitsland en andere EUlanden bezocht werd.

De Spielmarkt is er een begrip. Vooral onderwijs-professionals en studenten nemen eraan deel, naast vele professionals en vrijwilligers uit het werkveld. De Spielmarkt biedt een uitgebreid bijscholingsprogramma en voor leraren in de oostelijke Duitse deelstaten Berlijn, Brandenburg, Saksen-Anhalt, Saksen en Thüringen wordt het bezoek aan de Spielmarkt dan ook als bijscholing erkend. Het thema was dit jaar ‘Weniger spielt mehr!’, een actueel thema in de huidige tijd waarin smartphones en commercie een grote invloed hebben op het spel. Wat betekent dit voor de pedagogen die kinderen begeleiden in hun spel? Hoe kunnen zij met minder middelen meer spel mogelijk maken? Een Nederlandse delegatie bezocht de Spielmarkt om te bekijken of een dergelijk evenement ook voor Nederland interessant zou kunnen zijn.

Internationale uitwisseling

Deskundigheidsbevordering, uitwisseling, bijscholing en inspiratie rond de betekenis van spel en stonden centraal gedurende twee dagen op het prachtig gelegen eiland Hermannswerder, ten zuiden van Potsdam, waar ook een hogeschool is gehuisvest. Dit Sozialpädagogisches Fortbildungsinstitut is een door de Evangelisch Lutherse kerk gedragen organisatie die zorgt voor een gedegen programmering zonder een opvallend inhoudelijk religieus karakter. Opleidingen vanuit diverse landen verzorgen onderdelen tijdens de Spielmarkt en ook de internationale uitwisseling is een belangrijke component.



Veel landen zijn op de markt actief, naast Nederland ook Polen, Italië, Duitsland, Zweden, Litouwen, Roemenië, Hongarije, België, Kroatië, Bulgarije en Wit-Rusland. De discussies waren levendig en lieten vooral ook zien hoezeer men betrokken is bij het fenomeen spel. Niet zozeer op een academisch niveau maar vooral vanuit praktische activiteiten. Ook werd duidelijk dat men bezorgd is over de toenemende druk in de opvoeding op prestatie waardoor de mogelijkheden voor spel steeds meer in de verdrukking komen. Wilna van den Heuvel, Froukje Hajer en Pim van der Pol vormden de Nederlandse delegatie. Zij verzorgden ook elk een workshop/lezing tijdens de Spielmarkt. Wilna van den Heuvel ging in op de "methodiek van spelbegeleiding", Pim van der Pol op "Speldiagnostiek bij kinderen tussen de 3 en 12 jaar met de GOrS-methode (Power and strength of play and imagination, 2005)", en Froukje Hajer over "Spel is een kinderrecht, een politieke opdracht vanuit het VN-verdrag inzake de rechten van het kind".

Cultureel programma

Honderden deelnemers verdeelden zich over meer dan 120 specialistische evenementen (workshops, seminars, lezingen), een tentoonstellingsruimte met informatie en activiteiten van uitgevers, instellingen, en diverse verenigingen. Een cultureel programma met voorstellingen, performances, en tentoonstellingen completeerde het programma.

De Spielmarkt is primair gericht op beroepskrachten uit het onderwijs, de kinderopvang en het jeugd- en jongeren- en buurtwerk. Ook professionals vanuit kunst- en cultuur en sport én vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie en het ziekenhuis alsmede diverse therapeuten (bewegingsagogie, ergo-, muziek-, kreatieve therapie, logopedie) bezochten de Spielmarkt en verzorgden allerlei onderdelen.

In een prettige sfeer ontmoeten de ‘speeldeskundigen’ elkaar gedurende drie dagen. Spellen werden uitgeprobeerd maar er waren ook meer theoretische bijdragen, terwijl studenten werden begeleid door hun docenten. Ook kwamen vele kinderen met (groot)ouders mee naar de Spielmarkt. Er werd volop door iedereen gespeeld. We zagen dan ook amper smartphones op het speeleiland bij Potsdam!

Zelfgemaakte spellen

Overal viel iets te beleven, van jongleerworkshops tot straattoneel en generatiespellen. Het motto ‘Weniger spielt mehr’ zag je terug in de keuze van de materialen, zelfgemaakte spellen en belevenissen met kosteloze materialen. Centraal stond de pedagogische rol van de (spel)begeleider, de professional. Hoe kun je kinderen een betere speelomgeving bieden? En hoe stimuleer je de kinderen? De creativiteit van de begeleider is daarbij cruciaal. Je speelt met toevallig voorhanden materiaal…. Kartonnen dozen worden robotten of tafel-theaters met eigen figuren. Zo heeft een speelzaal in België een speelgoedvrije dag ingesteld. Na de nodige protesten en kritiek en met doorzettingsvermogen van de professionals had dit experiment tot gevolg dat kinderen creatiever werden, meer gingen samenspelen en beter communiceerden.

Binnen het onderwijs wordt spel vooral ingezet als middel om kinderen iets te leren. Het spel is niet een doel op zich maar wordt ingezet om kinderen schoolse vaardigheden bij te brengen, zoals rekenen of lezen of aanleren van begrippen, ‘welke kleur hebben de blokjes van de toren’? Vrij spel echter wordt onderschat, een kind dat de ruimte krijgt vrij te spelen, vrij van druk om te presteren, wordt nieuwsgierig naar de wereld om zich heen en zal daardoor de wereld ontdekken en zijn eigen leermeester zijn.

In Duitsland en Oostenrijk doen steeds meer scholen mee aan het initiatief 'Schule im Aufbruch' ('School onderweg'). Het doel van dit initiatief is het bevorderen van kennisoverdracht ter ondersteuning van de ontwikkeling van elke leerling tot zijn volle potentie.

Dit artikel is geschreven door Froukje Hajer, adviseur jeugdbeleid en kinderrechten rond Kind-spel-ruimte. Het is verschenen in Buiten Spelen 2, juni 2018.



Dit artikel komt uit BuitenSpelen

Deel dit artikel