Nieuws

De Zuidas: on-Amsterdams ontwerp

De Zuidas in Amsterdam is volop in ontwikkeling. Je vindt er kantoren, woningen en voorzieningen als woningen en horeca. Architect Pi de Bruijn stond aan de wieg van de ontwikkeling van de Zuidas. In 1998 werd hij aangesteld als stadsontwerper. Samen met de dienst Ruimtelijke Ordening maakte hij een plan voor de inrichting van ‘de toekomstige stad’. Daarin staat een mix van functies centraal: werken, wonen, winkelen en recreëren. “De Zuidas is eigenlijk on-Amsterdams," vindt De Bruijn. "Met de ontwikkeling van de Zuidas is duidelijk gebroken met de bouwtraditie van voorgaande jaren waarbij in naoorlogse wijken zoveel mogelijk functies werden gescheiden. Bij de Zuidas geldt dat alles functioneel moet zijn. De Zuidas is anders, het is een gebied met een internationale uitstraling.”

Aanvankelijk had de gemeente Amsterdam andere plannen met het gebied aan de zuidrand van de stad. Van een kantorenpark was geen sprake, dat zag ze liever aan de IJ-oever herrijzen. Daar moest een nieuw businesspark komen. “De gemeente is er jaren mee bezig geweest. ABN Amro, een van de grote banken, vond die locatie echter maar niets en wilde liever een plek op de Zuidas. Een plek dicht bij de stad en Schiphol en goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Er was de gemeente veel aan gelegen om de bank binnen de stad te houden. Uiteindelijk werd een ingewikkelde deal gesloten. Ingewikkeld omdat de grond in eigendom was van de gemeente en de bank niets te maken wilde hebben met erfpacht.” 

Beste plek in Nederland

Voor de nieuwbouw van de ABN Amro werd een Amerikaanse architect in de arm genomen. Pi de Bruijn was de Nederlandse co-architect. Vanuit die betrokkenheid en vanwege de kennis die hij bij het project opdeed, was De Bruijn een voor de hand liggende keuze als stadsontwerper. De Zuidas is ingeklemd tussen het Amsterdam Zuid van Berlage en Buitenveldert, ontworpen door Van Eesteren. Een groter contrast is bijna niet denkbaar. Het was aan De Bruijn en het team van Ruimtelijke Ordening om een plan te maken dat paste bij beide wijken. “Toen ik begon, had de gemeente nog het plan om van de Zuidas een kantorengebied te maken. Bij de Dienst Ruimte Ordening bestond al het idee voor het ondergronds brengen van de infrastructuur en het creëren van een dok. Juist vanwege de goede bereikbaarheid, was ook duidelijk dat dit een plek was om de lucht in te gaan – te zorgen voor een dichtheid die je elders in de stad niet ziet. Wat betreft bereikbaarheid is de Zuidas zo’n beetje de beste plek in Nederland, naast Utrecht. Het is een locatie waar binnen een uur reizen een enorme hoeveelheid mensen kunnen zijn. Daar moet je gebruik van maken.” 

Het plan voor de Zuidas is het tegenovergestelde van het ontwerp van de Bijlmer, een plek waar De Bruijn lange tijd woonde. “Ik geloofde heilig in de opzet van de Bijlmer. Een soort tuinstad met een lage dichtheid, waarin verschillende functies zoveel mogelijk zijn gescheiden. Achteraf bezien was dit naïef. Door de strikte scheiding werd het een steriele omgeving. In plaats van veilig, was het er juist onveilig. Bij de scheiding van functies krijg je saaie woonwijken, waar niets te beleven is. Plekken met alleen kantoren zijn 's avonds na 18 uur doods en uitgestorven.” 


Geen monocultuur

In een stad waar het bij het bouwen vooral draaide om functionaliteit, moest De Bruijn hard werken om medestanders te krijgen voor zijn plannen. “In het begin hebben we een aantal deskundigen uit Londen en Parijs erbij gehaald, die onze mening deelden. Ze waarschuwden het stadsbestuur om vooral niet dezelfde fout te maken als zij door te kiezen voor een monocultuur. Het was lastig om die Amsterdamse mentaliteit om te krijgen.” 

Niet alleen het stadsbestuur moest overtuigd worden, ook omwonenden moesten worden betrokken bij de plannen. Daartoe stond De Bruijn regelmatig in zaaltjes de plannen toe te lichten, om de mening van omwonenden en andere belanghebbenden te peilen. “Deze werkwijze heb ik voor het eerst moeten toepassen in 2000, toen ik in Enschede in de wijk Roombeek aan de slag ging. Daar werd ik gedwongen te participeren. Inwoners van de wijk en ondernemers konden echt meepraten over hoe de wijk zou moeten worden ingericht en hoe ze wilden wonen. Dat is in die wijk goed gelukt. Diezelfde openheid wilde ik in Amsterdam ook. Mijn droom was om een platform op te richten waarin omwonenden een stem hadden, mee konden denken over deze toekomststad. Dat is uiteindelijk gelukt, maar niet iedereen stond open voor deze nieuwe manier van werken.” 

Sociale woningbouw 

Als stadsontwerper werk je aan een ideaal. In het geval van De Bruijn was dat een gezonde en bruisende stad waar ruimte is voor iedereen – dus geen rijkeluisgetto, maar ook sociale woningbouw. Bij een dergelijk ideaal draait het niet zozeer om het verkopen van zoveel mogelijk kavels, maar om een zo goed mogelijk resultaat. Idealen blijven echter lastig overeind wanneer er geld te verdienen valt. Daarom kwamen er meer en meer kantoren, de ene na de andere kavel werd uitgegeven. Daardoor bleef minder ruimte over voor andere functies, bijvoorbeeld cultuur. Het museum dat De Bruijn graag had gezien is er daarom niet; hetzelfde geldt voor de bioscoopzaal. Maar wellicht komt dit in de toekomst. “Bij de gebouwen aan de Zuidas is gekozen voor een flexibel ontwerp. De panden kunnen daardoor makkelijk een andere functie krijgen. Wellicht worden in de toekomst bij een aantal kantoren de bovenste verdiepingen omgeturnd tot appartementen. Die oplossing ligt voor de hand – bedrijven zullen steeds minder kiezen voor kantoorkolossen voor duizenden werknemers.” 


Gemengde gevoelens 

In 2006 stopt De Bruijn als stadsontwerper. Zijn ideaal blijkt niet langer verenigbaar met die van een aantal betrokken partijen. Hij legt zijn functie neer, met spijt. Het is een periode waar De Bruijn met gemengde gevoelens op terugkijkt. Op het gebied zelf is hij trots. “Binnen Nederland is Amsterdam de mooiste stad en binnen Amsterdam is de Zuidas de mooiste plek.” Op de mooiste stek van de Zuidas staan de Symphony torens, een ontwerp van De Bruijn. Stond eerst het ABN kantoor symbool voor de Zuidas, nu doen de Symphony torens daar volop aan mee. 

Over het resultaat is hij zeer tevreden. “Op de Zuidas staat geen ander bakstenengebouw waar de verfijning zo goed is als bij Symphony. Voor de gevel hebben we vijf kleuren bakstenen gekozen met detaillering. Van een ruwe, hoekige variant onder tot een gladde steen boven. De kleuren zorgen voor een interessant verloop. Het pand staat er inmiddels ruim tien jaar en verveelt nog niet. De bakstenen zorgen voor een weldadig gevoel. Hadden we voor glad marmer (zoals het kantoor van ABN Amro) of glas en metaal gekozen, dan zou het resultaat veel sterieler zijn geworden.” 

Mix van functies

Nog steeds wordt er volop gebouwd op de Zuidas. De komende jaren staat nog heel wat op stapel qua infrastructurele projecten. Toch wordt de idas steeds meer het gebied dat De Bruijn 20 jaar geleden voor ogen had. “Je krijgt nu pas echt een mix van functies. Naast restaurants komen nu de eerste winkels. Daarmee wordt het steeds meer een leefgebied.” Helemaal geworden zoals hij hoopte is de Zuidas niet. “Op de Zuidas zouden de beste gebouwen komen, het meest duurzaam, met de mooiste ontwerpen. De gebouwen zijn goed, maar het zou beter kunnen. Dat heeft echter te maken met de Nederlandse mentaliteit. Hier is 'gewoon' goed genoeg, vaak ingegeven door het rendement op korte termijn. Internationale ontwikkellocaties laten zien dat een oog op de lange termijn kan bijdragen aan hogere, duurzame kwaliteit.”

Dit artikel is verschenen in B:ton nummer 1, juni 2018.



Dit artikel komt uit Bton

Deel dit artikel