Lampen die een park verlichten op energie van planten. Drijvende lichtobjecten die de kwaliteit van het water vertalen naar kleur. Biodesigner Ermi van Oers maakt het werkelijkheid en bewijst dat openbare verlichting meer kan zijn dan verlichting. "Met minder lux kun je ook een veilig gevoel creëren, het gaat erom hoe je die ervaring vormgeeft." In een Rotterdams 'Park van morgen' en in waterpartijen in Utrecht, Delft en Rotterdam zijn de eerste resultaten te zien.
Wat als licht samenwerkt met de natuur?
De balans is verstoord, zegt Ermi van Oers, CEO en oprichter van Nova Innova, een biodesign ontwerpbureau. Problemen waar we vandaag de dag mee kampen, zoals de klimaat- en energiecrisis, zijn ontstaan omdat we de natuur in ons eigen voordeel gebruiken, in plaats van ermee samen te werken. Het herstellen van die symbiose tussen mens en natuur is wat haar als bio-designer drijft. Ze wil mensen opnieuw bewust maken van de intelligentie van de natuur.
Licht leent zich bij uitstek voor die missie, omdat je er verwondering mee kunt creëren. "Verwondering is een krachtige motor voor verandering, omdat het zowel het hoofd als het hart raakt. En als het hart wordt geraakt, kan dat veel sneller verandering brengen." Ze haalt een ervaring aan die ze zelf enkele jaren geleden had, tijdens een bezoek aan Vlieland. De pracht van de nachtelijke sterrenhemel trof haar en na een duik in het water zag ze zeevonk om haar heen dansen. "Wie de schoonheid en intelligentie van de natuur ervaart, is eerder geneigd er zorg voor te dragen."
In het zichtbaar maken van de nacht, in plaats van het verdrijven ervan, kan openbare verlichting een grote rol spelen. "Openbare verlichting gaat over een minimale hoeveelheid lux die er moet zijn om veiligheid te creëren, vanuit regelgeving en protocollen. Maar met minder lux kun je ook een veilig gevoel creëren, het gaat erom hoe je die ervaring vormgeeft. Mensen zijn een bepaalde manier van verlichten gewend. Daar kun je met productontwerp op inspelen, door slim te combineren met technologie."

Afval als bron
In dat ontwerpproces gebruikt Van Oers de natuur als kennisbron. Ze combineert die met de nieuwste wetenschap en technologie en brengt het samen in biodesign - een aanpak waarvoor ze tijdens haar studie productontwerp gefascineerd raakte. "Wij als mens zijn het enige organisme op aarde dat lineaire systemen toepast: produceren, gebruiken, weggooien. In de natuur bestaat geen afval: alles is voedsel voor wat anders."
Zo ontdekte ze de technologie van microbiële brandstofcellen, waarbij wordt samengewerkt met bacteriën uit de natuur om stroom te produceren. Bacteriën eten organisch materiaal en tijdens dat proces komen elektronen vrij die kunnen worden omgezet in elektriciteit. Die bacteriën zijn overal: in planten, water, riolering en organisch afval. Dat leidde tot de Living Light-Lamp, een sfeerlamp voor binnenshuis die energie haalt uit het fotosyntheseproces van de plant. "Hoe beter je voor die plant zorgt, hoe meer energie deze geeft en hoe langer de lamp brandt."
Planten verlichten een park
Met die werkende uitvinding ging Van Oers naar de gemeente Rotterdam. "Want als je dat met één plant kan doen, hoe zouden onze stadsparken er dan uit kunnen komen te zien?" Rotterdam haakte aan en samen met outdoorlightingbedrijf InLite en Plant-e ontwikkelden ze een systeem. "Het ontwerpuitgangspunt was hoe je met heel weinig stroom toch een gevoel van veiligheid kunt creëren. De energie die uit de bacteriën komt, is nog beperkt, dus je moet daar extreem slim mee omgaan. Daarom koppelden we per lamp één led aan meerdere glasvezeldraden en ontwikkelden we een natuurlijke lichtcode."
"We hebben slim gespeeld met wat het oog visueel waarneemt en wat de led feitelijk aan licht geeft. Zo lijkt het alsof er overal licht ontstaat als je door het park loopt, terwijl er in werkelijkheid maar één lichtpunt actief is per lamp. De lampen reageren op de aanwezigheid van de bezoeker. Als er niemand is, is het donker en als je door het Park van Morgen loopt, fonkelen de lampen om je heen."
Alles wat er in de openbare ruimte speelt kwam aan bod - van water- en hufterproof tot het leggen van kabels, het maaien van gras en de hoogte van de planten. Het leidde tot het Park van Morgen in de wijk Reyeroord in Rotterdam-Zuid: een park waarin planten de energie genereren om fonkelend licht te laten branden. "Dit laat zien hoe je een veilig gevoel kunt creëren, zonder de planten of het dierenleven schade toe te brengen. Zo komen duurzame energie, biodiversiteit en veiligheid op een innovatieve manier bijeen."

Water als krachtbron
De kern is: hoe beter je voor de planten zorgt, hoe langer licht ze zullen geven. Dat vertrekpunt nam Van Oers mee naar haar volgende project, Living Water-POND (Power Of Nature-based Design). Het ontstond toen ze over de Kralingse Plas uitkeek en zich afvroeg: hoe kan ik zichtbaar maken dat deze mooie waterplas ook een energiebron is? Het systeem bestaat uit drijvende lichtobjecten op het water, gevoed door microben, die van kleur veranderen afhankelijk van de waterkwaliteit.
"Het water wordt gebruikt als vergrootglas voor het ledlampje, dat net onder het wateroppervlak zit. Alles wat op het wateroppervlak gebeurt, zoals kleine insecten en visjes, wordt in grote silhouetten uitvergroot. Zo maak je van een hele kleine lichtbron een groot visueel vlak dat steeds in beweging en altijd anders is."
In de drijvende domes kunnen ook planten groeien die het water helpen zuiveren. Hoe gezonder het water, hoe meer licht er kan worden gegenereerd. "De kleur van het licht laat zien hoe gezond het water is: van groen (heel gezond) tot rood (ongezond). Slechts één procent van onze wateren voldoet aan de Europese normen in Nederland. POND maakt dit zichtbaar en vertaalt cijfers naar emotie. Zorgdragen voor water is geen taak van één partij, maar van ons allemaal."
Natuurlijke ecosystemen
Van Oers werkt voor dit project samen met Rotterdams Weerwoord, Deltares, gemeente Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Waternet, Fieldlab Westvoorne en gemeente Oostvoorne. Het is inmiddels toegepast in Rotterdam, Delft en Utrecht en wordt dit jaar ook in Amsterdam en Oostvoorne geïnstalleerd. "Zo kun je laten zien dat openbare verlichting meer kan zijn dan verlichting, dat het ook een taal kan zijn en je iets kan vertellen."
Ze ontmoet veel positivisme met haar denken, waarin steden als natuurlijke ecosystemen functioneren. "Je merkt dat iedereen wel met de natuur in de stad wil samenleven. Dan zien ze soms wel veel beren op de weg, maar met de combinatie van natuur, wetenschap en design kun je steeds nieuwe stappen zetten."
Storytelling is daarbij belangrijk, vandaar dat bij Living Water-POND op de wal een infobord met uitleg staat.
"Met POND hebben we ook een digital twin gemaakt die live de waterkwaliteit vertaalt en visualiseert. Zo krijgt het water een stem, als een soort levend wezen waarvan we leren hoe we ermee om moeten gaan. Hopelijk kunnen we nog veel meer wateren een stem geven. Daarom roepen we waterschappen, gemeenten en andere partijen op om dit samen met ons mogelijk te maken."
In de openbare ruimte kunnen we veel meer daarop inspelen, besluit ze. "Met doorontwikkeling kun je de openbare ruimte zodanig vormgeven dat het de symbiose tussen mens en natuur versterkt. En ik hoop dat dit een stap mag zijn in de nieuwe toekomst, waarin we de natuur niet als grondstof zien maar als symbiotische samenwerkingspartner."
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 2/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
