Nieuws

Veiligheid ovl is geen sinecure

Meer dan zeventig deelnemers kwamen op 5 september af op het IGOV Kenniscafé over veiligheid van openbare verlichting. IGOV ontving het gezelschap samen met Normec Reilux in Utrecht. Na afloop was een ding duidelijk: veiligheid is een veelkoppig monster.

Daaf de Kok loodste de deelnemers door het programma heen. “Veiligheid doet denken aan angst”, begon hij. “En met angst kun je niet leven. Dus moeten we benoemen wat er mis is en onze verantwoordelijkheid nemen. Om dat te kunnen doen moeten we wel weten waar het over gaat.”

Aarding

Veiligheid gaat over heel veel dingen, bleek uit de veelzijdigheid aan presentaties die middag. Na een korte introductie over gastheer Normec Reilux door directeur René Mulders beet Arthur Klink het spits af met zijn relaas over aarding. Zijn voornaamste boodschap was dat elektrische veiligheid zeer zeker een verantwoordelijkheid is van de gemeente en niet alleen van de netbeheerder. “De aangeslotene is verantwoordelijk vanaf het overdrachtspunt”, aldus Klink. Als ovl-beheerder kun je een aantal dingen doen om de veiligheid van je mast te garanderen. Je kunt een aardpen slaan, gebruik maken van de aarde van de netbeheerder of werken met dubbel geïsoleerde masten. Bij iedere keuze horen wel specifieke aandachtspunten die nader toegelicht werden. Klink bekritiseerde verder het gebrek aan eenduidigheid rond afschakeltijden, normen en we en beloofde de aanwezigen dat branchevereniging OVLNL haar leden goed zal blijven informeren over alles rond elektrische veiligheid.

Wetten en normen

Johan Jonker nam namens de werkgroep Veiligheid OVL het stokje over. De werkgroep is bezig met het in kaart brengen van elektrotechnische wetten en normen voor de openbare verlichting. Het doel hiervan is scherp te krijgen waar de lichtmast of installatie van de ovl-beheerder enof de IV’er aan moet voldoen. Dat lijkt eenvoudig maar blijkt een wir war van juridische aspecten. Van dit voor onderzoek is een rapport uitgebracht dat is gepubliceerd in de OVLNL bibliotheek.  Vervolgens gaat de werkgroep bekijken welke risico’s er zijn en welke maatregelen daarvoor genomen kunnen worden. Tot slot is de vraag of de wet- en regelgeving aangepast zou moeten worden. Het werd met name duidelijk dat de verantwoordelijkheid van de ovl-beheerder groot is. Als de lichtmast gebruikt wordt voor andere diensten in het kader van smart city wordt de situatie complexer, dan nog is de ovl-beheerder verantwoordelijk. Hij geeft nu eenmaal toestemming voor het gebruik van de mast.

Ook de publicatie Medegebruik van de Lichtmast deel II die dit jaar uitkomt gaat hier over.

Inspectie

Adviesbureau Hoebink OVL daagde de aanwezigen uit met een technische uiteenzetting over inspecties van ovl-installaties. Een belangrijk onderdeel van veiligheid. Laurens Hoebink onderscheidde twee soorten inspecties: de visuele en elektrische inspectie. Het bedrijf verzorgt dit proces van A tot Z voor gemeenten en zet alle bevindingen inclusief foto’s in een rapport en doet aanbevelingen voor het verbeteren van de veiligheid. Overigens blijft de gemeente altijd juridisch verantwoordelijk voor haar areaal, ondanks dat de inspectie door een derde gedaan kan worden.

Chroom-6

Na een korte pauze was het de beurt aan Gerwin van Rossum van Van Rossum Hoeven om iets te vertellen over chroom-6. Een gemeen goedje dat zeer kankerverwekkend is. De stof is onder meer ontdekt in verf op trams en treinen, maar is ook gebruikt in verf en coatings op lichtmasten en vri-installaties. “Tot 2016 werden producten toegepast met chroom-6 erin”, vertelde Van Rossum. “Inmiddels gaan we er hetzelfde mee om als met asbest”, schetst hij de ernst van de situatie. Overigens is er ook goed nieuws. Net als bij asbest vormt chroom-6 geen gevaar voor de gezondheid zolang er niets mee gebeurt. Pas als een mast geschuurd of geslepen wordt, komt de stof vrij. Dit soort werkzaamheden moet dan ook zorgvuldig uitgevoerd worden. Bij voorkeur in de buitenlucht met beschermende kleding aan. Doeken die gebruikt worden bij de werkzaamheden moeten behandeld worden als chemisch afval. Van Rossum adviseert verder om bij het schilderwerk van lichtmasten gebruik te maken van grof schuurpapier. Daarnaast moet de mast ontvet worden om stofdeeltjes weinig kans te geven.

https://www.rivm.nl/chroom-6-en-carc/chroom-6

https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/chroom-6


Bodemveiligheid

Namens Stantec vertelde Arthur Coevert iets over veiligheid bij grondwerkzaamheden. Voordat de schop in de grond gaat, moet duidelijk zijn of de grond bijvoorbeeld geen schadelijke stoffen bevat. Dit onderzoek is een wettelijke verplichting op basis van de Wet bodembescherming en de ARBO wet. Hiervoor is de bodemrisicokaart ontwikkeld. Op deze kaart kunnen aannemers en andere belanghebbenden precies zien welke status de grond heeft waar werkzaamheden gedaan moeten worden. De kaart is samengesteld op basis van wbb-gevallen, de bodemkwaliteitskaart, bodemonderzoeken en een overzicht van bodembedreigende activiteiten. Omdat in de tool van Stantec  al deze bronnen worden gecombineerd, scheelt het de aannemer veel zoekwerk. Iets wat cruciaal kan zijn bij werkzaamheden die snel moeten gebeuren.

Spandraadverlichting

Johan Jonker mocht voor de tweede keer die middag het woord nemen, nu over veilige spandraadverlichting. Jonker, werkzaam voor de gemeente Dordrecht, dacht zijn zaken goed op orde te hebben. “We hadden een montagebeleid en een inspectiebeleid en deden dan ook regelmatig controle op ankers, spanners en draden.” In december 2017 ging het echter goed mis, toen de ene dag drie spandraden knapten en de andere dag een muur werd uitgebroken. De oorzaak was de grote hoeveelheid sneeuw die op de feestverlichting lag en voor extra gewicht zorgde. Gewicht die in de berekeningen niet was meegenomen.

 

De incidenten waren reden voor Jonker om zijn beleid grondig aan te scherpen en veel diepgaander onderzoek te doen naar zaken als trekkracht of de bouwkundige staat van muren. “Ik adviseer ook om goed te overleggen met monumentenzorg, winkeliersverenigingen en andere partijen die iets aan de ovl-installatie willen hangen. Denk bijvoorbeeld aan vlaggen of spandoeken.”

Meten is weten

Tot slot was het de beurt aan Rob Oostewechel om iets te vertellen over de werkzaamheden van Normec Rei-lux. Het bedrijf meet veiligheid van bijvoorbeeld masten en spandraadverlichting. “Niet meten kan gevaarlijke situaties opleveren”, waarschuwde Oostewechel. “Kijken is niet voldoende, je moet ook trekproeven doen. Wij doen een solitaire en duale meting. Hiervoor gebruiken we het meetprogramma CableCalc, dat is goedgekeurd door TNO.”

Presentaties

Kon u er niet bij zijn of wilt u alle presentaties nog eens rustig doorlezen? Die zijn te downloaden op de website van IGOV.

Deel dit artikel