Artikel

Arthur Klink: OVL niet alleen meer voor OVL'ers

In 2009 deelde ik mijn visie op openbare verlichting naar 2020. Nu is het moment bijna daar en veel van de toen nog wilde ideeën zijn de dagelijkse praktijk geworden. Zo aan de vooravond van 2020 is het een mooi moment om de gedachten de vrije loop te laten over de komende 10 jaar naar 2030. Welke ontwikkelingen staan ons komende jaren te wachten en hoe gaan wij daar in het vakgebied openbare verlichting mee om?

Tekst: Arthur Klink


Het kon eigenlijk al niet
, maar naar de toekomst toe zal er zeker niet meer aan te ontkomen zijn dat anderen dan de OVL-vakspecialisten zich ook gaan bezighouden met openbare verlichting. En dat is maar goed ook. De normen en richtlijnen kunnen de ontwikkelingen in de techniek en maatschappij niet meer volgen. Het is dus zaak om nieuwe flexibele standaarden te vinden. Niet meer de richtlijnen die centraal staan maar het welbevinden van mens en natuur en de omgeving en het milieu en het gewenste gebruik van de openbare ruimte voorop. Het Omgevingsgericht Ontwerpen van openbare verlichting gaat zich verder ontwikkelen.Dat vraagt om professionalisering van de openbare verlichting organisatie en specialisten. En om een bredere kennis dan alleen die van het vakgebied.  


Er is behoefte aan een interactief, multidisciplinair platform voor het delen van ervaringen en voor kennisoverdracht. OVLNL moet een vooraanstaand kennis- en inspiratieplatform worden en een netwerkorganisatie voor openbare verlichting, met hierin verbindende elementen zoals het Lichtontwerp Atelier, de OVL
-beurs, de vakbeurs Openbare Ruimte, een online podium en kennisbibliotheek, een jaarlijkse OVL-monitor, kenniscafés en een jaarlijks congres met internationale allure.OVLNL zal nieuwe en internationale partnerships aangaan om breder kennis te delen en te leren van plekken waar men al verder is. Zoals bijvoorbeeld de PLDC en LUCI.

Young OVLNL 

Het vakgebied blijft bestaan, het is van belang het voor jonge mensen aantrekkelijk te maken zodat er nieuwe aanwas kan komen bij overheden en marktpartijen. Te denken valt aan een Young OVLNL dat nauwe banden heeft met (hoge)scholen en universiteiten. 


Marktpartijen zullen zich meer open moeten stellen om hun kennis toegankelijk te maken voor iedereen zodat er lichtontwerpers kunnen komen die samen met gemeenten een brug kunnen slaan naar gebruikers. Er is meer onderzoek en kennisontwikkeling nodig binnen de thema’s die belangrijk worden
in het ontwerpen van lichtkwaliteit en lichtbeleving. 


De markt is niet in staat om de publieke taak in te vullen, ik denk dat de trend naar verleggen van taken naar de markt getemperd wordt. Wie coördineert de afstemming tussen vraag en aanbod? Wie formuleert de balans tussen kwaliteit en kosten? Welke kennis is nodig om tot passende kwaliteit te komen? Wie wordt eindverantwoordelijk, wie de investeerder en wie
de beheerder?  Dat zijn zaken die bij een overheid passen. De burger is niet gebaat bij een onpersoonlijke en zakelijke  benadering van kiestonen en gesprekscomputers. 

Risicomijdende tijd 

Veiligheid van de installatie en veilig werken - of dat nu in het verkeer is, in de bodem of aan de installatie - wordt alsmaar zwaarder aangezet. We leven in een risicomijdende tijd. Het voorkomen en kunnen aantonen van getroffen maatregelen om de veiligheid te borgen is zeer belangrijk. Daar zou de aannemer en netbeheerder een belangrijke rol in moeten nemen als deskundige op dit vlak. Hier is ontzorging van de OVL-beheerder belangrijker dan alles. Deze moet er meer op kunnen vertrouwen dat dit zorgvuldig en deskundig wordt ingevuld na opdracht. De gemeente moet hiervoor in haar opdracht de ruimte krijgen en geven. Regelgeving en de wet zou hierop aangepast moeten worden.

Manier van inkopen 

De manier waarop wordt ingekocht roept ook om verbetering. De beoogde voordelen van ontzorging en innovatie en duurzaamheid wordt niet gehaald en vaak zelfs in de kiem gesmoord. De sfeer van wantrouwen over overleg tussen overheden en aannemers moet veranderen zodat een goede kennisdeling mogelijk wordt. 


De OVL-beheerder moet flexibeler zijn en zelf de verantwoordelijkheid nemen bijvoorbeeld op het gebied van natuur, duurzaamheid en energierapportage. Maar ook om kunnen gaan met participatie en de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen. En soms een keuze durven te maken. 


Maar de OVL
-beheerder moet ook kritisch kunnen zijn op trends als smart city en circulariteit.  Dat iets (technisch) mogelijk is wil niet zeggen dat hij het ook moet willen. Het is belangrijk om te waken voor een blinde omarming van innovatie als antwoord op problemen of ontwikkelingen in de maatschappij. Een innovatie is geen doel op zich. Belangrijk is om uzelf altijd af te vragen: wat is de waarde van deze innovatie voor de kwaliteit en het doel van openbare verlichting en de eindgebruiker, de inwoner en bezoeker van de stad.

Digitalisering 

De digitalisering zal ook in de openbare verlichting haar invloed hebben. Data uit openbare verlichting kunnen door anderen gebruikt worden. Maar ook de OVL-beheerder kan veel meer doen met de data. Met behulp van algoritmen en Artificiële Intelligentie kunnen storingen- en kwaliteitsvoorspellingen gedaan worden. Er is behoefte aan connectiviteit, de lichtmast en het kabelnetwerk van de openbare verlichting wordt vooral door leken van buiten het vakgebied gezien als ideale drager van vele andere functies.   


Het is zeer de vraag of dit wel een verstandige keuze is.
Van buiten de vakwereld van Openbare Verlichting (OVL) wordt nog steeds vaak de lichtmast als uitgangspunt voor medegebruik gekozen. Inmiddels lijkt dat uitgangspunt te keren. Niet langer de lichtmast als uitgangspunt maar een  


City-Hub als uitgangspunt. De City-Hub
(zie kader) is een modulaire eenheid die meerdere functies kan herbergen.  Eén van die functies kan het dragen van een OVL-armatuur zijn.  De OVL-beheerder is niet gesteld voor het beheer van de City-Hub. De combinatie van functies en onderwerpen vraagt om een nieuwe beheerorganisatie op dit specifieke onderdeel.Martin Springer van de gemeente Arnhem zei het ook bij zijn rede toen hij het IGOV-speldje ontving: er moet meer aandacht komen voor de complexe en veelomvattende  taak van de OVL medewerker. We moeten inzien dat deze taken zwaar onderschat worden en als we de professionaliteit en kwaliteit willen halen zal serieus geïnvesteerd moeten worden in personeel en opleiding.Ik kan dat alleen maar beamen. 

 

Tenslotte nog kan ik het iedereen aanraden om de Visie OVL2030 op te vragen bij de Bibliotheek van OVLNL.   


Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 06/2019. Lees meer van Straatbeeld in onze bibliotheek

Deel dit artikel