Artikel

Verlichting krijgt volwaardige rol in openbare ruimte

Op het gebied van openbare verlichting is in dertig jaar ontzettend veel veranderd. Martin van Stigt Thans van GHM Eclatec weet dat als geen ander. Van een overzichtelijke naar een ingewikkelde, maar boeiende tijd.

30 jaar geleden ben ik begonnen bij het GEB (Gemeentelijk Energie Bedrijf) Rotterdam op de afdeling openbare verlichting als ontwerper en tekenaar. Terugkijkend was dit een prachtige, maar vooral overzichtelijke tijd. Met vijf man verzorgden we de ontwerpen en bijbehorende tekeningen voor alle projecten, zowel nieuwbouw als onderhoud, binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam. 

Eenheidsworst, behalve op de Coolsingel 

Qua keuze van materialen was het zeer simpel. Er waren drie typen armaturen, voor lage masten Friso Kramers, en hogere masten met op doorgaande wegen SOX en in de rest van de stad met SON. De masten waren al net zo standaard: ze waren van staal en de hoogte varieerde van 4, 6, 8, 10 tot 12 meter hoog. De kleur was standaard RAL7032, dus grijs. De enige uitzondering was destijds de Coolsingel in Rotterdam. De gemeenteraad had besloten dat daar na de reconstructie decoratieve bolarmaturen geplaatst mochten worden, dat was toch wel heel wat. 

Grotere keuze in armaturen en masten 

Zoals in zoveel grote gemeenten werden de nutsfuncties als openbare verlichting overgeheveld naar andere bedrijven, in mijn geval ENECO (rond 1995). Daar mocht ik in één van de vijf regio’s de openbare verlichting verzorgen. De overzichtelijke tijden waren al langzaam verleden tijd aan het worden. De inrichting van de buitenruimte kreeg steeds meer aandacht en er kwam een steeds grotere keuze aan armaturen en lichtmasten. Deelgemeenten, architecten, stedenbouwkundigen en bewoners kregen inspraak in het geheel. Mijn laatste project in dienst van ENECO was de Kop van Zuid in Rotterdam, waar een havengebied een nieuwe bestemming kreeg; wonen. Een project met een hoog ambitieniveau en bijbehorend budget voor de buitenruimte, wat voor Rotterdamse begrippen hoog was. Voor mij persoonlijk was het maken en realiseren van een plan voor het Wilhelminaplein op de Kop van Zuid in die tijd een memorabel project qua materiaalgebruik maar vooral door de vele vergaderingen die daar over belegd zijn. 

Overgang naar led 

Na mijn lichtloopbaan bij de gemeente Rotterdam en Eneco ben ik inmiddels een aantal functies en bedrijven verder. Ruim 13 jaar geleden ben ik in aanraking gekomen met het Franse bedrijf GHM Eclatec. In deze 13 jaar is de wereld van de openbare verlichting totaal veranderd en is de inrichting en verlichting van onze buitenruimte echt een item geworden. Bij Eclatec (anno 1927) hebben de ontwerp- en productieafdelingen de slag van gasontlading naar led gemaakt en rijden robots in fabriek die armaturen en lenzen monteren. Bij GHM (anno 1840) worden de stalen lichtmasten geproduceerd op semi-geautomatiseerde lijnen en wordt de productie naar een hoger plan getild.  


Gelukkig blijven sommige dingen zoals ze waren.Passie, expertise en de gedrevenheid om mooie producten te maken. Ook niet gewijzigd is onze unieke productie van gietijzeren masten en straatmeubilair. Bijna opdezelfde manier als 180 jaar geleden maken onze collega’s handmatig de mooiste gietijzeren lichtmasten, meubilair en beelden.  


Samen met onze 700 collega’s in Frankrijk kijken we natuurlijk ook naar de toekomst. Wij blijven mooie en efficiënte producten ontwerpen en produceren maar zijn natuurlijk bezig met de hedendaagse problematiek. Reductie van CO2, voorkomen van lichtvervuiling, circulair produceren, gebruik van andere materialen hebben meer dan de gewone aandacht binnen de organisatie. GHM Eclatec is net als Straatbeeld klaar voor de toekomst. 


Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 06/2019. Lees meer van Straatbeeld in onze bibliotheek.

Deel dit artikel