Artikel

Van versnipperde naar slimme verlichting

Schréder, specialist in openbare verlichting, zag in de afgelopen decennia verlichting zowel technisch als qua functie veranderen. Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van Straatbeeld blikt John van der Vlies, zelf al ruim 25 jaar in dienst bij Schréder, terug en vooruit.

John van der Vlies startte in 1993 als vertegenwoordiger voor straatverlichting in Nederland bij Schréder, een van oorsprong Belgisch bedrijf met sinds 1952 een Nederlandse tak. Van der Vlies, inmiddels keyaccountmanager voor de tunnel- en infra-tak van Schréder, herinnert zich de situatie bij zijn komst: “Schréder had in die periode een bescheiden rol in de openbare verlichting.”

Het beheer van de openbare ruimte was destijds sterk versnipperd. “Het was in handen van veel, vaak nog kleine, gemeenten. Bovendien had je destijds ook nog talloze provinciale, regionale en soms zelfs lokale energiemaatschappijen."

Nieuwe lichtbronnen

In de jaren 90 speelde ook de introductie van nieuwe lichtbronnen: “In de jaren 70 werden veel lagedruknatriumlampen (SOX-lampen) geplaatst in de straatverlichting in woonwijken. In de jaren 90 maakte dat vanwege sociale veiligheid plaats voor TL/PL-spaarlampen. Daarbij heeft Schréder een belangrijke rol gespeeld, evenals bij de vervanging van conventionele PL-lampen door TL-lampen met elektronische apparatuur. De conventionele PL-lampen gebruikten een ijzerkoper voorschakelapparaat en hadden een hoog energieverbruik en een beperkte levensduur (8000 uur). Bij de elektronische TL-lampen nam het energieverbruik af en verdubbelde de levensduur.”

Rond 2010 werden PL-lampen met elektronische apparatuur steeds meer vervangen door ledverlichting. Dit had aanvankelijk wel een imagoprobleem: “Ledlicht werd aanvankelijk ervaren als koud en onprettig. Terwijl ze ook een groot voordeel hadden, het aantal branduren: 50.000, zo’n 10 tot 12 jaar. Inmiddels is de kwaliteit van ledlicht, alsmede het aantal branduren, fors toegenomen.”

Decoratieve segment

Daar waar het in de jaren 90 vooral ging om het functioneel vervangen van openbare verlichting, zag Van der Vlies dat na het jaar 2000 architecten en stedenbouwkundigen zich steeds meer gingen bemoeien met de verlichting. “Dat betekende dat de armatuur een bepaalde vorm moest hebben en dat het decoratieve segment van Schréder een enorme boost kreeg.” Die boost werd in 2008 ruw onderbroken door de economische crisis. “Het gevolg was dat er weer meer gekozen werd voor standaard verlichting.”

De markt veranderde ook nog in een ander opzicht. Het grote aantal kleine energiebedrijven uit de jaren ’90 maakte na een reeks overnames en fusies plaats voor een beperkt aantal grote spelers, die zich bezighielden met openbare verlichting. De overheid vond dat geen goede ontwikkeling en besloot in 2005 dat gemeenten verantwoordelijk moesten worden voor de openbare verlichting. “Voor ons betekende dat we een nieuw netwerk van contactpersonen moesten opbouwen. Dat is gelukt, maar heeft wel veel tijd en energie gekost. Bovendien kwam er vanaf 2008 steeds meer de verplichting voor gemeenten bij dat ze aanschaf en onderhoud openbaar moesten aanbesteden.”


De Teceo armaturen die geplaatst zijn op Strijp-S zijn niet alleen functioneel – om de veiligheid en zichtbaarheid te verbeteren – maar ook esthetisch en interactief om de levende natuur van de openbare ruimte weer te geven. 

Slimme verlichting

Van der Vlies verwacht dat de komende jaren bij openbare verlichting de nadruk steeds meer zal gaan liggen op het beheer, verlichting als een asset. “Verlichting zal ook steeds meer worden opgenomen in intelligente beheersystemen, die bijvoorbeeld automatisch een foutmelding of storing geven.” Een andere verandering die eraan zit te komen heeft te maken met de energietransitie en de overgang naar gelijkspanning. Van der Vlies verwacht dat door dit alles verlichting steeds slimmer zal worden. “Je hebt het dan niet meer over een lantaarnpaal, maar over een intelligente lichtmast.” Bij deze veranderingen kunnen volgens Van der Vlies concepten als Light as a Service een rol spelen als accelerator. “Je zult wel goed moeten kijken hoe je dat als businesscase opneemt in het aanbestedingsbeleid. Want wij zijn er als markt wel klaar voor, maar dat moet ook gelden voor de opdrachtgevende partij, in ons geval vaak de overheid.”

Schréder is anno 2019 een vooraanstaande speler geworden in openbare verlichting. Toch blijft het bedrijf ook in staat om licht op maat te leveren. Van der Vlies: “Hoe complex de vraag ook is, je kunt hem bij ons neerleggen. Dat doen we zelf of met dedicated partners, lokaal of internationaal. Zulke partners kunnen ons bijstaan bij zaken als slimme verlichting.” Hij noemt tot slot een mooi voorbeeld van een ‘gekke vraag’: “We hebben ooit van een architect de vraag gekregen om bij een school in Tilburg zes stuks verlichting te leveren in de vorm van een korfbalmand. De businesscase daarvan klopte natuurlijk van geen kant. Door een efficiënte inrichting van het proces en de inzet van een dedicated partner hebben we het echter toch rond gekregen! Het laat ook mooi de filosofie van Schréder zien: we kunnen groot – bijvoorbeeld Industrieterrein STRIJP-S, de Boulevard van Scheveningen en de A2 tussen Utrecht en Amsterdam – maar desgevraagd ook klein.”

Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6/2019. Download hier het magazine!

Deel dit artikel