De fiets is de afgelopen tien jaar in vele opzichten veranderd. Waar vroeger de keuze vaak niet verder ging dan terugtraprem of handrem, is het straatbeeld inmiddels verrijkt met elektrische fietsen, fatbikes, handbikes (rolstoelfietsen), bakfietsen, driewielers en scootmobielen. Dat is op zichzelf een positieve ontwikkeling: het vergroot de mobiliteit, biedt ruimte voor maatwerk en sluit aan bij een duurzamer mobiliteitsbeleid. Maar het heeft ook gevolgen. Vooral voor de manier waarop we de openbare ruimte, en specifiek het fietspad, inrichten en gebruiken.
Toegankelijke fietspaden: ruimte voor verandering
Grote variëteit
Wie goed kijkt, ziet het dagelijks op straat: scholieren met kratten voorop de fiets, ouders met kinderen in voor- en achterzitjes of in een bakfiets, mensen op een driewieler of met een scootmobiel, wielrenners, mensen in een rolstoel of met een rollator die liever het fietspad gebruiken dan het smalle, scheve of hobbelige trottoir. Al deze gebruikers bewegen zich over dezelfde infrastructuur. En dat zorgt, zeker in gebieden waar fietspaden niet zijn aangepast aan deze diversiteit, voor drukte en ongemak.
Maatvoering
De breedte van veel bestaande fietspaden biedt maar beperkt ruimte voor deze variatie. Waar een standaard tweewieler zich met gemak door een smalle doorgang manoeuvreert, geldt dat niet voor een scootmobiel of bakfiets. Die nemen al gauw zo’n dertig centimeter extra in beslag. Tel daarbij op dat deze voertuigen vaak niet strak langs de rand van het fietspad kunnen rijden — uit angst om in de berm of goot terecht te komen en te kantelen — en er is zo een kleine halve meter extra ruimte nodig om comfortabel en veilig te kunnen passeren. In de praktijk is die ruimte er lang niet altijd.
Tweerichtingsverkeer
Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat veel fietspaden tegenwoordig worden ingericht als tweerichtingsverkeer. Vanuit ruimtelijk oogpunt is dat begrijpelijk, zeker in binnenstedelijke gebieden waar de ruimte schaars is. Maar met de grotere voertuigen, verschillen in snelheid en het toegenomen aantal gebruikers wordt die keuze op drukke routes al snel een knelpunt. Vooral op plekken waar ook voetgangers met een beperking het fietspad gaan gebruiken, omdat het naastgelegen trottoir niet geschikt (meer) blijkt.
Vluchtroute trottoir
In veel gemeenten zien we dat bepaalde routes steeds intensiever gebruikt worden door mensen die niet vanzelfsprekend als ‘fietser’ worden gezien. Denk aan ouderen die zich met een rollator verplaatsen, mensen met een rolstoel of scootmobiel, of ouders met kinderwagens. Zeker als het om de route naar een winkelcentrum, gezondheidscentrum of bushalte gaat, is de keuze voor het fietspad vaak snel gemaakt. Soms omdat het trottoir niet vlak is, soms omdat het te smal is om elkaar te passeren, soms omdat obstakels de doorgang belemmeren. De toegankelijkheid van de fietspaden wordt dan onbedoeld een vangnet voor wat het trottoir tekortkomt.
Klein verschil, grote gevolgen
In de praktijk zien we ook dat subtiele keuzes in ontwerp of uitvoering grote impact kunnen hebben. Zo is in een gemeente een nieuw fietspad aangelegd waarvan de asfaltlaag iets smaller bleek dan de oude. Het gevolg: een verlaagde smalle strook ‘niemandsland’ aan de zijkant, waar een wiel nét in kan wegzakken. Niet ernstig misschien voor een jonge fietser met balans, maar wel voor iemand op drie wielen of met een scootmobiel. Elders bleek nieuwe belijning net iets naar binnen geplaatst, waardoor de effectieve breedte werd beperkt. In combinatie met tweerichtingsverkeer levert dat situaties op waarin gebruikers elkaar nauwelijks kunnen passeren, met alle gevolgen van dien.
Breder kijken
Dergelijke voorbeelden onderstrepen hoe belangrijk het is om bij ontwerp, uitvoering en beheer breder te kijken dan alleen naar de gemiddelde fietser. Toegankelijkheid is niet iets wat je erbij doet; het vraagt om oog voor detail én voor de menselijke maat. Want mensen bewegen zich niet alleen rationeel. Ze reageren ook op gewoontes, inschattingen, automatismen. Een fietspad dat er optisch hetzelfde uitziet maar in werkelijkheid iets smaller is, zorgt al voor ongemak — laat staan wanneer het verschil wél zichtbaar is.
Regelmatig checken
Daarom is het goed om regelmatig, bij aanleg én onderhoud, opnieuw te kijken naar hoe een route wordt gebruikt. Niet alleen volgens het bestemmingsplan, maar in de dagelijkse realiteit. Wie maakt er gebruik van? Welke voertuigen zijn gangbaar geworden? Wat is het effect van obstakels, van gootjes, van versleten bestrating? En: is het trottoir eigenlijk nog een volwaardig alternatief voor mensen die zich minder soepel kunnen verplaatsen?
Breed gedragen
Het zijn vragen die niet alleen bij ontwerpers of uitvoerders thuishoren, maar juist ook bij beleidsmakers, beheerders, toezichthouders, programmaleiders. Toegankelijkheid raakt alle schakels in het proces. En het is iets wat tijd vraagt — niet alleen bij het begin van een project, maar juist ook in de jaren daarna. Want een route die vandaag toegankelijk is, kan dat over vijf jaar zomaar niet meer zijn.
Een goed ingericht trottoir bijvoorbeeld, heeft voldoende breedte — idealiter minimaal 180 centimeter op druk belopen routes — en blijft vrij van obstakels. Lantaarnpalen, elektriciteitskasten, fietsnietjes: ze staan het liefst buiten de loopruimte of zijn zo geplaatst dat ze makkelijk te passeren zijn. En als het rustiger is in een straat, dan kan ook een vrije breedte van 120 centimeter volstaan, mits er op strategische plekken passeerruimte is. Dat vraagt geen grote ingrepen, maar wel aandacht en regelmaat.
Dagelijkse praktijk
Wie verantwoordelijk is voor de openbare ruimte, weet dat ruimte schaars is. En dat keuzes altijd in samenhang moeten worden gemaakt. Maar juist binnen die complexiteit is het belangrijk om te blijven kijken naar de dagelijkse praktijk. Want uiteindelijk moet de straat niet alleen op papier kloppen, maar ook uitnodigend én veilig zijn voor iedereen die zich erop begeeft — of dat nu met twee wielen is, met drie, op eigen kracht of met hulp van een hulpmiddel.

Links het fietspad, rechts de versmalling door een niet berijdbare rand
Denise Janmaat is directeur van het Nederlands Instituut voor Toegankelijkheid en laat in iedere editie van Straatbeeld haar licht schijnen op de toegankelijkheid van de openbare ruimte.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Utrecht zoekt ontwerpers voor nieuwe uitstraling elektriciteitshuisjes
23 apr om 08:38 uurUtrecht start een ontwerpwedstrijd voor een nieuwe uitstraling van elektriciteitshuisjes in de binnenstad. De…
In Singelpark Oldenzaal komen middeleeuwse stadsgeschiedenis en klimaatadaptatie samen
22 apr om 09:44 uurOldenzaal krijgt stap voor stap een binnenstad waarin je het verleden niet alleen ziet, maar ook echt ervaart.…
Dien nu jouw sessievoorstel in voor MOVE24 2026
21 apr om 14:09 uurHeb jij een inspirerend idee voor de toekomst van een beweegvriendelijk Nederland? Voor MOVE24 2026 kun je nu…
HolieMolie: goot die regenwater direct zichtbaar maakt
21 apr om 08:49 uurDuurzaam waterbeheer stopt niet bij de grens van de openbare ruimte. Toch blijft het afkoppelen van regenwater…
Publieke stroomvoorziening vraagt om meer dan een snelle scan
20 apr om 12:08 uurEen plein is geen momentopname, maar een levend systeem. Toch baseren gemeenten de energievoorziening voor…
Hoe één groen schoolplein voor de hele stad verschil kan maken
20 apr om 08:21 uurEen groen schoolplein lijkt een kleine ingreep, maar kan tegelijk hittestress verminderen, regenwater opvangen…
Ruimte voor water, ruimte voor verbeelding
17 apr om 09:25 uurHerman Reezigt is stedenbouwkundige en partner bij BURO MA.AN. In deze column stelt hij de vraag hoe we opnieuw…
Alphen aan den Rijn meet tien jaar lang hoe groen binnenstad afkoelt
16 apr om 09:05 uurAlphen aan den Rijn wil de binnenstad op hete dagen 8 tot 10 graden koeler maken door fors te vergroenen.…
