Artikel

Warm licht voor paviljoen en plein

Met de herinrichting van het Kaiser-Wilhelmplein transformeerde de gemeente Freiburg een belangrijk verkeersknoopunt tot openbare ruimte met verblijfskwaliteit. Een met convexe en concave daklijnen getooid paviljoen van architectenbureau J. Mayer H. markeert er nu de noordelijke stadsentree.

Auteur: Hans Fuchs
Foto's: J. MAYER H. und Partner, Architekten mbB

´s Avonds onderstreept terughoudend indirect licht in de ver uitkragende daken de contour van het paviljoen en belicht tegelijkertijd de pleinruimte rondom. Voor de bijbehorende ov-haltes koos lichtontwerpster Katrin Söncksen van bureau Lichttransfer voor verkeersveilig direct licht. In beide gevallen zette Söncksen flexibele lichtlijnen in van het bedrijf LED-Linear. 


Freiburg staat in Duitsland bekend als universiteitsstad met een faible voor fiets en OV. Fietsen wordt in de kleine stad volop gestimuleerd. Recentelijk besloot de gemeente ook tot een verbeterslag van het openbaar vervoer. Een van de wapenfeiten: de aanpak van het Kaiser-Wilhelmplein. Het tot Europaplein herdoopte verkeersknooppunt werd heringericht tot stadsplein met meer ruimte voor openbaar vervoer en een meer prominente rol als noordentree tot het historische stadscentrum.

Mayersignatuur

In het kielzog van de pleinaanpak schreef de gemeente in 2015 een prijsvraag uit voor een paviljoen met café en werkruimtes plus haltes voor bus en tram. Die prijsvraag werd gewonnen door het Berlijnse bureau J. Mayer H. und Partner. Projectarchitect Sebastian Finckh balde al die functies samen in een gebouw met herkenbare J. Mayer H.-signatuur; aan alle zijden kraagt het dak in ronde lobben tot ver over de randen van het paviljoen het plein op. Ook de twee losse, meer centraal op het plein gelegen haltes, kregen de organisch welfende dakvorm. Paviljoen en haltes werden in mei 2019 opgeleverd

Museumobject

Het licht voor het Europapviljoen werd ontworpen door Katrin Söncksen van het Berlijnse bureau Lichttransfer. Dat licht is een integraal deel van het paviljoen, onderstreept Söncksen: "Al in de prijsvraagfase was ik als lichtontwerper bij de plannen voor het paviljoen betrokken. Zodoende is het licht niet later als separate laag aan het gebouw toegevoegd."


Söncksen koos voor een lichtplan met warm en zacht licht dat het gebouw naar eigen zeggen als cultureel object overeind houdt: "Die insteek ligt dicht aan tegen de lichtplannen die ik maak voor musea en tentoonstellingen, mijn specialisme. Met warm, indirect licht haal ik de bijzonderheden van het paviljoen naar voren, als was het een object in een museale collectie. Atmosfeer speelt hier, net als in een museale omgeving, een vooraanstaande rol."

Referentie: tankstation

In samenspraak met projectarchitect Sebastian Finckh verwerkte Söncksen in de daken van het paviljoen de flexibele lichtlijn Phobos SV van LED-Linear. Söncksen: "Als eerste referentie voor het lichtontwerp gold aanvankelijk het tankstation uit de jaren vijftig, met zijn ronde, paddestoelvormige dakvormen en opvallend neonlicht aan de daklijn. We wilden hier met het licht echter niet die dominante lichtlijn inzetten. Die zou op deze locatie het gebouw te sterk naar voren halen."


Söncksen stak in op zacht, verborgen licht dat expliciet niet de complete contour van het gebouw zou onderstrepen: "Dat was deels ook uit kostenoverwegingen. Licht dat rondom de hele dakcontour zou volgen, was domweg te kostbaar. Maar daarnaast wilden we met het licht ook heel specifiek de dynamiek in de hoogteverschillen van het gebouw onderstrepen."

Gereduceerd licht

Het indirecte licht in de ver uitkragende daken draagt tegelijkertijd in hoge mate bij aan de verblijfskwaliteit van het heringerichte plein, aldus Söncksen: "Licht en architectonische dynamiek werden nauw op elkaar afgestemd, waarbij over en weer aanpassingen zijn gedaan in architectuur en licht, om uit te komen op een optimale, gereduceerde belichting op uitgelezen plekken in de onderzijde van het dak, zodat het licht niet alleen zou bijdragen aan het nachtbeeld van de architectuur, maar ook aan de verlichting van de openbare ruimte." Voor dat finetunen van het licht maakte Söncksen gebruik van lichtberekeningsprogramma Relux.

Verkeersveilig

Tegelijkertijd moest het licht ter hoogte van de OV-haltes voldoen aan de eisen ten aanzien van de verkeersveiligheid. Söncksen: "Om de verkeersveiligheid te garanderen, werden op sommige plekken als aanvulling enige lichtlijnen met direct licht gebruikt. We hadden gevraagd of rondom paviljoen en haltes zo min mogelijk conventionele lichtmasten zouden kunnen worden geplaatst, zoals ze elders op het plein en langs de OV-route zijn ingezet. In de daken van de vrijstaande haltes van J. Mayer H. is als alternatief voor die conventionele belichting de flexibele lichtlijn Skylla SV van LED-Linear gebruikt. Hiermee voldoen we aan de wens van de opdrachtgever om overal in het ontwerp minstens acht lux in te zetten, maar op deze plekken omwille van de verkeersveiligheid vijftien tot 25 lux te gebruiken."

 

Deel dit artikel