Beheer en toegankelijkheid zit 'm in de details

maandag 23 februari 2026
Denise Janmaat kijkt vanuit haar rol als directeur bij Platform Toegankelijkheid dagelijks met een deskundig oog naar hoe toegankelijkheid in de praktijk uitpakt. Niet in de grote lijnen, maar in de details die bepalen of iemand zich zonder gedoe door een straat kan bewegen. In dit artikel zoomt ze in op precies die kleine hindernissen die ongemerkt grote impact hebben. Ze laat zien dat echte toegankelijkheid niet ontstaat in dikke plannen, maar in dagelijks beheer en voorspelbaarheid. Dáár beslist de openbare ruimte of zij mensen welkom heet of juist buitensluit.

Wanneer we het over toegankelijkheid hebben, denken we vaak aan grote oplossingen: bredere trottoirs, duidelijke routes, logische oversteekplaatsen. Maar wie zich bezighoudt met toegankelijkheid - of dat nu professioneel is of vanuit ervaring - weet dat de echte hindernissen vaak veel kleiner zijn. Ze zitten niet in de grote ontwerpen, maar in het dagelijkse gebruik van de stad. In die zone waar beheerders, ondernemers en bewoners elkaar raken, zonder dat iemand er precies ‘eigenaar’ van is. 

Wat mij telkens opvalt, is dat toegankelijkheid niet breekt op de grote lijnen, maar op de details die daartussen hangen, staan of ineens verschijnen. En juist die details bepalen of iemand zelfstandig door een straat kan bewegen, of voortdurend rekening moet houden met wat er vandaag weer anders is dan gisteren. 

Reclameborden en uitstallingen: veranderlijke obstakels  

Neem de obstakels die op de grond staan, maar vaak op precies de verkeerde plaats: reclameborden, uitstallingen, tijdelijke displays. Voor rolstoelgebruikers en mensen met een rollator zijn dit soms vrijwel onneembare hindernissen. Voor mensen die slecht zien zijn ze vooral onvoorspelbaar. Het ene moment is het pad vrij, het volgende moment staat er een bord met dagaanbiedingen midden in de looplijn. 

Voor de gebruikers met een beperking zijn het juist deze wisselende obstakels die de meeste spanning veroorzaken. Niet alleen omdat ze in de weg staan, maar omdat ze geen patroon volgen. Je weet niet waar ze morgen staan. Een toegankelijke openbare ruimte draait, naast ruimte en veiligheid, vooral om betrouwbaarheid. De stad moet niet elke dag nieuwe verrassingen introduceren.  

Feestverlichting: invloed op de looproute 

In de winter komt daar nog iets bij: feestverlichting. Tijdelijk, maar wel langere tijd aanwezig in de belangrijkste looproutes. En juist doordat het tijdelijk is, wordt het minder snel meegenomen in inspecties of toegankelijkheidsafspraken. 

Feestverlichting kan prachtig zijn, maar voor iemand die slecht ziet, verandert een vertrouwde route in een bron van onzekerheid. En die onzekerheid blijft vaak veel langer hangen dan de verlichting zelf. De hoogte en ook de felheid van de verlichting kan voor slechtzienden flinke impact hebben op wat zij wel en niet kunnen zien. Net zoals de schittering ervan in de natte straten hen belemmert om hun route goed te kunnen waarnemen. Tot slot brengt knipperende en bewegende verlichting onrust in het toch al moeizaam waarneembare zicht op de route die zij bij avond afleggen.  

De toegankelijkheidsvraag is hier niet of de verlichting mooi is of past in het straatbeeld, maar of die voorspelbaar is. Mensen die afhankelijk zijn van routine, navigatiehulpmiddelen of taststokken, hebben baat bij een stad die niet telkens verandert op manieren waarop ze niet kunnen anticiperen. Een decemberstraat vol licht kan prachtig zijn, zolang de looproute dezelfde blijft als in november en ook als zodanig herkenbaar blijft. 

Zonwering: onverwacht obstakel op ooghoogte 

Tot slot zijn er zonweringen. Ze zijn onschuldig, functioneel, en vaak een logisch onderdeel van een winkelgevel. Tot ze te laag hangen - soms uit gemak, soms door ouderdom, soms omdat iemand niet in de gaten heeft dat ze gedurende het jaar steeds verder zijn doorgezakt. Ze worden soms ook vastgezet om te voorkomen dat de wind die eronder komt ze wegblaast (zie foto). Zo’n spanband is voor iedereen risicovol en voor slechtzienden en blinden helemaal.  

Voor mensen die slecht zien, vormen zonweringen een bijzonder risico: ze bevinden zich precies in het gebied dat je niet waarneemt, niet voelt met een taststok en niet tijdig kunt inschatten. Als iets op de grond staat, voel je dat. Als het op borsthoogte hangt, voel je dat pas als het al te laat is. En dat kan betekenen dat iemand letterlijk tegen ‘de stad’ aan botst. 

Wat zonweringen interessant maakt in de toegankelijkheidswereld, is niet alleen dat ze gevaarlijk kunnen zijn, maar dat ze vaak níet automatisch deel uitmaken van regulier beheer. Ze hangen aan gevels, dus ze lijken niet ‘openbare ruimte’. Maar voor de gebruiker maakt dat niets uit. De toegankelijkheidsvraag gaat altijd uit van de ervaring van de voetganger - niet van de vraag wie het object heeft opgehangen. 

Gedeelde verantwoordelijkheid, bekeken vanuit de gebruiker

Het gaat hierbij niet om het aanwijzen van verantwoordelijkheden, maar om het zichtbaar maken van hoe toegankelijkheid werkt in het echte gebruik van de stad. Gemeenten, ondernemers, installateurs, bewoners - iedereen levert een stukje aan het geheel. Maar de toegankelijkheidsvraag begint altijd bij dezelfde groep: degenen voor wie een obstakel niet een detail is, maar een belemmering om zelfstandig te kunnen gaan waar ze willen. 

Toegankelijkheid is geen groot project dat eens per tien jaar wordt opgestart, maar een optelsom van alledaagse keuzes. Van wat we ophangen, waar we iets neerzetten, hoe hoog iets hangt, hoe vaak we checken of het nog zo is als bedoeld. Juist in die dagelijkse wereld kan veel winst worden geboekt - vaak met kleine ingrepen die nauwelijks iets kosten, maar voor gebruikers een wereld van verschil maken. 

Het is die laag van de openbare ruimte waar toegankelijkheid het meest tastbaar wordt. Niet in de plannen, maar op straat. Niet in meters trottoir, maar in centimeters hoogteverschil. Niet in grote ambities, maar in kleine handelingen die bepalen of de stad open staat voor iedereen die haar gebruikt. Het samenspel van alle partijen is de sleutel tot daadwerkelijke toegankelijkheid. 

Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6/2025. Lees deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.

Meer artikelen met dit thema

person_outlineBlog

De top 8 van gasthoofdredacteur Eline van Weelden

2 jan om 10:01 uur

We vroegen Eline van Weelden, gasthoofdredactuer van Straatbeeld nummer 6, waar ze haar inspiratie vandaan…

Lees verder »
descriptionArtikel

Bewegen voor iedereen: de openbare ruimte als uitnodiging

24 dec 2025

Denise Janmaat beweegt zich dagelijks door steden en wijken met een dubbele pet op: als adviseur…

Lees verder »
descriptionArtikel

Intensief maaien: accukracht die brandstofmotoren evenaart

19 dec 2025

Professionals in groenbeheer en openbare ruimte weten: voor het zwaardere werk is alleen het beste goed genoeg…

Lees verder »
flash_onNieuws

Derde magazine Ruimte voor Bewegen van 2025 is live!

18 dec 2025

De nieuwe editie van Ruimte voor Bewegen is gepubliceerd. In dit digitale magazine staat de inrichting van de…

Lees verder »
descriptionArtikel

De beweegvriendelijke openbare ruimte: sporten, ontmoeten en verbinden

4 dec 2025

Nederland staat voor een uitdaging: hoe houden we onze openbare ruimte beweegvriendelijk, toegankelijk en…

Lees verder »
descriptionArtikel

Als rioolbeheerder bepaal jij hoe circulair de openbare ruimte wordt

26 nov 2025

Gaat de straat open voor rioleringswerkzaamheden? Grijp deze kans om uitdagingen als circulariteit, de…

Lees verder »
descriptionArtikel

Heeft jouw gemeente een hart? Speel dan mee met REstart!

14 nov 2025

Veel goede speeltoestellen worden weggegooid. Kleine gemeenten hebben vaak een financiële uitdaging en kunnen…

Lees verder »
descriptionArtikel

Slim en duurzaam schoffelen met stille kracht

14 nov 2025

De openbare ruimte vraagt om slimme, duurzame en veelzijdige oplossingen. Met het Makita UX01G combisysteem,…

Lees verder »