Beheerders in Nederland beoordelen zichzelf met een 6,8 als het gaat om toekomstbestendigheid. Een score die Marc de Jong van Antea Group verbaasde, maar die ook aanknopingspunten biedt. Hij legde de vraag voor aan 468 professionals uit meer dan 280 beheerorganisaties. We lopen met De Jong door de resultaten van het onderzoek en vroegen hoe hij naar de uitkomsten keek.
'We snappen het wel, maar passen het nog niet altijd toe'
Beheerders zijn bescheiden, maar realistisch en zelfkritisch. Ze weten wat belangrijk is: veiligheid, klimaat, beeldkwaliteit, instandhouding et cetera. Ze staan voor flinke uitdagingen en moeten zichzelf verbeteren op het gebied van data, processen, assetmanagement en organisatie. Dat is de analyse zoals Marc de Jong die in een notendop op een sheet zette voor een presentatie over zijn onderzoek. Als je wat uitgebreider met hem langs de bevindingen loopt, merk je dat die hem soms verbazen, hij zeker ook enthousiast is over zaken die in beweging zijn gekomen, maar ook weer kritisch is over de behoudende geest die er soms naar voren komt.
De Jong voerde een dergelijk onderzoek al eens eerder uit, in 2015. Omdat de wereld flink is veranderd, achtte hij de tijd rijp om een nieuwe enquête uit te voeren. Want met de maatschappelijke opgaven die samenkomen in de fysieke leefomgeving, verandert de rol van de beheerder: aan waarden als schoon, heel en veilig worden duurzaam en toekomstbestendig toegevoegd. Dat maakt dat de rol en opgaven voor beheerorganisaties wijzigen. Een beheerder is niet meer alleen van het klassieke in stand houden, maar moet integraal, waardengestuurd en datagedreven werken in een onder druk staande openbare ruimte. Dat werpt vragen op als: waar staan we met het beheer van de fysieke leefomgeving, waar zitten de grootste knelpunten en welke stappen zijn nodig om toekomstbestendig te worden?
Veiligheid leidende waarde
Om de stap te maken naar duurzaam en toekomstbestendig zullen andere waarden dan het vertrouwde schoon, heel en veilig ook in afwegingen mee moeten worden genomen. Dat is nog niet breed geland, blijkt uit het onderzoek als er gevraagd wordt naar de leidende organisatiewaarden bij het beheer en onderhoud. Veiligheid springt er met 79 procent als dominante waarde nog steeds ver bovenuit, op gepaste afstand gevolgd door aantrekkelijke leefomgeving.
Een op de vijf gemeenten is bezig met waardengestuurd beheer, concludeert De Jong uit de cijfers. "Beheerders zijn nog veel bezig met risicobeheersing. In het onderzoek zitten voor meer dan de helft ook vakbeheerders, assetmanagers en technische mensen: schoon, heel en veilig is de basis, daar doen ze het nog steeds voor. Maar wat vooral opvalt, is wat niet zo hoog staat", zegt De Jong, doelend op waarden als gezondheid en participatie. "Als je naar omgevingsplannen kijkt, daar zit het STOMP-principe al goed in, dus minder auto, meer voetganger en fietser. Dus gezondheid had ik dan wel hoger verwacht, maar die zit in de middenmoot. Klimaat staat laag met 37 procent en rentmeesterschap en verantwoordelijk zijn zelfs onderaan."
Meer pit
Waar loopt de beheerder tegenaan bij de duurzaamheidsopgaven? Als grootste uitdagingen noemen de beheerders onder andere het stapelen van ambities in de beperkte ruimte en de onvoldoende personele capaciteit. Van de ondervraagden worstelt 35 procent met het zogeheten tactisch gat: de ambities uit het beleid buiten tot uitvoering brengen. Instrumenten zoals procesafspraken, handboeken en projectopdrachten helpen, maar 40 procent werkt zonder een LIOR en 8 procent heeft geen actueel beleidskader. "Dat tactisch gat speelt", legt De Jong uit. "Hoe realiseren we die beleidsdoelen nu daar nieuwe zaken als biodiversiteit en klimaat bij komen, terwijl van de openbare ruimte jaarlijks maar een klein deel op de schop gaat. Negentig procent van die ruimte blijft gewoon liggen en komt pas jaren later aan de beurt. Je moet er dan ook budget voor vinden."
Hij ziet daarbij nog een andere uitdaging. "We laten ons als beheerders ook nog wel eens de kaas van het brood eten. We zijn met een volwassenheidsbeweging bezig. Je ziet vanuit bijvoorbeeld Managing Public Space dat we trotser moeten zijn, het podium moeten pakken en aan ontwikkelend beheer moeten doen. Maar daarin lijkt de beheerder een beetje onder te sneeuwen bij de stedenbouwkundigen en de kabel- en leidingenboeren, die zich goed verenigd hebben. Het aanjagen van vervanging en vernieuwing komt wel vanuit de beheerder, maar wordt als je niet oplet daarna bijna gekaapt door stedenbouwkundigen, architecten en planologen. Er mag wel een beetje pit in bij de beheerder."
Wat gaat er mis voor de openbare ruimte als de beheerder zich beperkt tot instandhouding van de assets en het ontwikkelen bij die andere groepen laat? "Ik denk dat beheer dan een kans laat liggen. En de vraag is of er dan op de tekentafel dingen komen die haalbaar zijn. Als je als beheerder wilt voorkomen dat er dingen worden ontworpen en aangelegd die in jouw ogen niet kunnen, dan moet je uit je hokje komen en al bij het eerste ontwerp mee gaan denken over wat er dan wel kan. Dat zie je wel steeds meer gebeuren. In dat gat duiken nu strategische adviseurs beheer openbare ruimte, die zag je vier tot vijf jaar geleden nog niet."
Lerende beheerder
Om die rol te kunnen spelen, moet de klassieke beheerder zich ontwikkelen, de net al benoemde volwassenheidsslag maken. De Jong vroeg de beheerder zichzelf te beoordelen, gemeten via het iAMPro-model, het raamwerk van CROW voor de volwassenheid van beheerprocessen. Er blijkt werk aan de winkel, concludeert hij, aangezien 45 procent van de organisaties zichzelf drie van de maximale vijf sterren geeft. De Jong had dat accent meer tussen de drie en vier verwacht, of gehoopt. "Mensen horen veel over assetmanagement en waardengestuurd beheer, kijken om zich heen, en denken: dat doen wij eigenlijk nog niet zo. Dus geven ze zichzelf drie sterren, dat is mogelijk. Dan vind je zelf dat het nog standaard doet, dus drie sterren. Voldoende, maar dan is er nog wel een professionaliseringsslag te maken. En als je dat zelf ziet, is dat mooi, want dan zijn er mogelijkheden om te groeien."
Wat hem opvalt: plannen maken en programmeren scoren redelijk. Maar uitvoeren van onderhoud, evalueren, bijsturen en leren van het verleden — de onderkant van de iAMPro-procesbloem — doen het veel minder goed, daar is veel ruimte voor verbetering. Slechts 15 procent maakt de plan/do/check/act-cyclus volledig rond. Monitoren is moeilijk en misschien confronterend, maar dan kun je ook niet meten en KPI's bepalen, denkt De Jong. "Ontwikkelen, leren en verbeteren, dat is echt de kern van professioneel werken volgens de principes van assetmanagement. Daar zie ik een grote opgave voor de teamleiders en afdelingsmanagers om mee aan de slag te gaan. Het sluit de cirkel, dus het is belangrijk."
Waan van de dag
In vergelijking met het onderzoek van 2015 ziet hij daarin wel winst. "Toen zeiden we dat beheren vooruitzien was; plannen en programmeren. Als je bezig bent met projecten van twee of vier jaar verder, dan ben je niet aan het beheren. Dan ben je handig werk met werk aan het maken en heel operationeel bezig. Zorg nu dat je die beweging maakt dat je verder vooruit durft te kijken dan de dagelijkse hectiek, anders mis je de opgaven die verder weg liggen en waar je mee aan de slag moet."
Daar wordt een slag gemaakt, leert het onderzoek. "Je ziet dat een derde meer dan vier jaar vooruitkijkt en bijna tien procent tien jaar of verder. Dat laatste is voor een beheerder wel nodig, vind ik. Dan zijn het natuurlijk prognoses, maar je reserveert budget en ruimte. Wat je dan doet en hoe je het besteedt, is nog minder van belang, maar je ziet wel de grote opgaven en de grote vervangingsopgave die eraan komt. Dat die piek is verschoven, is heel prettig om te zien: we kijken verder vooruit."
Groeipad
De toekomst zien is één, erop inspelen twee. Hoe klaar is beherend Nederland hiervoor? De 7- moet daarvoor een 8 worden, vindt De Jong. Nu zegt 23 procent nog niet 'toekomstklaar' te zijn en 33 procent wel. Twee derde heeft dus nog stappen te zetten om van sectoraal, via integraal naar ontwikkelend beheer te komen: het zogeheten Groeipad Beheer Fysieke Leefomgeving van Antea Group dat beheerders helpt hun positie te bepalen en gericht de volgende stap te zetten in de ontwikkeling van beheer. Bijna de helft zit daar in de middelste fase en houdt zich bezig met integraal beheer en assetmanagement, terwijl 21 procent werkt aan waardengestuurd en ontwikkelend beheer.
Het brengt De Jong bij zijn worsteling. "Het is heel goed dat koplopers zich met waardengestuurd en ontwikkelend beheer bezighouden. Het is nog niet mainstream, we zijn nog aan het zoeken wat precies de waarden zijn waar we op sturen en hoe doen we dat dan precies? Dus dan is 21 procent een mooie score. We zitten nog volop in de wereld van het integraal beheer, dat is tegenwoordig de norm voor professioneel beheer. Maar als dan 45 procent zegt dat ze nog bezig zijn de basis op orde te krijgen — arealen, budgetten, beheerplannen — dan denk ik wel, hoe kan dat nou? We hebben de sectorale beheerder hard nodig hoor, de boombeheerder, de wegbeheerder, de kunstwerkbeheerder. Maar we moeten wel in dat integraal beheer zitten om de opgaven met elkaar af te stemmen."
Positieve trend
Als hij een stapje achteruit doet, naar het onderzoek van 2015, ziet hij niettemin een positieve trend. Ruim een derde wil stappen zetten in het datagedreven werken, bijna 50 procent wil het beheer professionaliseren en assetmanagement implementeren. "Beheer is heel erg bezig ook met het platform ISOR, met plannen en programmeertafels, met integraal plannen." Andere positieve zaken zijn de verder vooruit gelegde planningshorizon en de opkomst van de strategische openbare ruimte-medewerkers, die het gat tussen de beleids- en de operationele kant opvullen.
De Jong sluit af: "Als beheerder zijn we ons heel erg bewust van dat de openbare ruimte die we nu aanleggen, er over 30 tot 50 jaar ook nog ligt. Dat we nu aanleggen voor de klimaatdoelen van 2050 snappen we wel, maar passen we nog niet altijd toe. We nemen iets meer de rust, iets meer afstand. Ik hoop dat dit een gesprek oplevert en dat we onszelf bij de kraag pakken en zorgen dat we ons ontwikkelen, verbeteren en professionaliseren."
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 3/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Meest gelezen
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Groen is geen franje: waarom stadsnatuur je brein verandert
11 aug om 09:00 uurVeel wijst erop dat stadsnatuur een positief effect heeft op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Toch…
Ouderkerk aan de Amstel verruilt asfalt voor twee levendige pleinen
10 aug om 12:00 uurEen supermarkt die wil uitbreiden. Een dorpscentrum dat al jaren te veel in het teken staat van auto's en te…
Drie pleinen, één verhaal: hoe Deventer zijn historisch hart herontdekte
5 aug om 11:00 uurRondom de Lebuinuskerk in het hart van Deventer liggen drie pleinen die elkaar raken, zonder ooit echt samen te…
Zonder goed beheer verdwijnt toegankelijkheid
3 aug om 11:00 uurIn elke editie van Straatbeeld werpt Denise Janmaat van het Nederlands Instituut voor Toegankelijkheid haar…
Buurtplein Overhoeks: maatwerk in natuursteen, water en verblijfskwaliteit
30 jul om 08:00 uurAan de noordzijde van het IJ, direct achter het Eye Filmmuseum, ontwikkelt Amsterdam Overhoeks zich tot een…
Hellendoorn maakt van bezuiniging een beweegvriendelijke visie
29 jul om 09:00 uurEen enorme vervangingsgolf van verouderde speeltoestellen, maar geen budget om die op te vangen. Voor de…
De echte prijs van straatmeubilair blijkt pas later
24 jul om 09:11 uurEen goedkope afvalbak die na tien jaar alweer vervangen moet worden. Een duurzamer alternatief dat twintig jaar…
Van rommelig plein naar kloppend hart van Castricum
23 jul om 08:29 uurZeven of acht verschillende soorten bestrating op één plein. Weinig groen, versleten tegels, en een inrichting…
