Scorecard koppelt theorie aan praktijk voor koele plekken in Rotterdam

donderdag 24 september 2026

Koele plekken in de stedelijke buitenruimte zijn essentieel om hittestress te verminderen, maar de kennis om ze goed in te richten was tot nu toe vooral gebaseerd op objectieve koeltefactoren (theorie). Subjectieve gebruikersfactoren (praktijk) zijn minstens zo belangrijk. Het onderzoek 'Koele plekken in Rotterdam' combineert deze twee typen factoren in een scorecard, die ook andere gemeenten kunnen inzetten om koele plekken succesvol in te richten.

HitteLab 

Het klimaatadaptatieprogramma Rotterdams Weerwoord houdt zich bezig met zes klimaatthema’s, waarvan hitte er een is. Eduard Schoor is adviseur bij de afdeling stedelijk water en geotechniek van het ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam. Namens de gemeente is hij betrokken bij Rotterdams Weerwoord voor het thema hitte. Schoor constateert dat er over hitte op landelijk en gemeentelijk niveau nog kennis wordt ontwikkeld, en dat de beschikbare kennis bovendien versnipperd is.  

Tegelijkertijd wordt het onderwerp steeds urgenter en is de impact ervan vrij breed. Om de kennis over hitte te bundelen werd in 2024 het HitteLab opgericht. Daarin werken de gemeente Rotterdam, Erasmus Universiteit, Erasmus MC, TU Delft en de Hogeschool Rotterdam op verschillende niveaus samen aan de hitte-uitdagingen van de stad: de gezondheid van personen die blootgesteld worden aan hitte, de verkoeling van gebouwen en de koele inrichting van de buitenruimte.  

'Er waren er koele plekken die technisch voldeden, maar toch niet werden gebruikt omdat ze niet waren ingericht als koele plek'

Koele Kaart 

Schoor houdt zich bij het HitteLab met dat laatste bezig. “Als gemeente willen we bij het HitteLab vooral kennis halen. Dat doen we door studenten stageplekken aan te bieden om die kennis te vergaren. Zelf hebben we in 2018 al alle verblijfsplekken en de koele gedeeltes daarbinnen geïnventariseerd. Op basis daarvan is een Koele Kaart gemaakt, waarop koele buiten- en binnenplekken en drinkwaterpunten stonden aangegeven. Dat was echter vooral een theoretische benadering gebaseerd op data.”  

Rick Heikoop, docent Watermanagement aan de Hogeschool Rotterdam, is het daarmee eens: “De Koele Kaart was vooral een technische kaart met objectieve koeltefactoren, waarin niet de wensen van de gebruikers voor een fijn verblijf waren meegenomen. Daardoor waren er koele plekken die technisch voldeden, maar toch niet werden gebruikt omdat ze niet waren ingericht als koele plek.” 

Onderzoek 

Om ook het subjectieve gedeelte in kaart te brengen, waarin gebruikers konden aangeven waaraan een koele plek in hun ogen moest voldoen, gaf de gemeente opdracht aan Lilian Kafa, studente Watermanagement aan de Hogeschool Rotterdam om een onderzoek uit te voeren. Daarbij werd ze begeleid door Heikoop. Het resultaat is de publicatie ‘Koele plekken in Rotterdam: kwantificering van objectieve en subjectieve factoren van ontwerp en evaluatie’. Heikoop: “Het onderzoek combineert de technische koeltefactoren die zijn gebaseerd op literatuurstudie met subjectieve verblijfsfactoren – gebaseerd op een enquête onder gebruikers in de wijk Oude Noorden. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een scorecard die gemeenten als handleiding kunnen gebruiken om meer plekken in te richten als koele plek.” 

Een test op twee koele plekken, de Noordersingel en het Pijnackerplein, wees uit dat de scorecard een goed instrument was om koele plekken te analyseren. Maar dat was volgens Heikoop niet het enige: “We keken in de test ook naar welke verbeteringen we zouden kunnen doorvoeren om tot een hogere score te komen.”  

Schoor is blij met de scorecard: “Je kunt nu de ingrediënten laten zien die belangrijk zijn voor een koele plek. Tegelijkertijd blijft het maatwerk, want de plekken zijn heel divers. Het kan bijvoorbeeld een plein zijn of een veldje, bij een begraafplaats of langs de singel.” 

'Je kunt nu de ingrediënten laten zien die belangrijk zijn voor een koele plek'

Toekomst 

Schoor legt uit hoe het nu verder gaat: “We gaan bij de wijkmanagers in andere wijken checken of zij nog aanvullingen hebben op het subjectieve gedeelte. Met deze aanvullingen hebben we weer extra praktijkkennis om de doelen van het Water- en Klimaatadaptatieprogramma 2027-2030 (WKP) te verwezenlijken, dat in 2027 van start gaat en dat een aantal richtlijnen bevat over hitte in de openbare ruimte. Daarnaast gaan we met landschapsarchitecten in gesprek om in het ontwerpproces hittemaatregelen door te voeren. Bij de plannen van de uitvoering kijken we wanneer er grote rioolvervangingsopgaven staan gepland. Die opgaven willen we breder trekken door te kijken of we ook werkzaamheden om koele plekken te verbeteren uit kunnen laten voeren.”  

Daarbij is er nog wel een uitdaging, zegt Schoor: “We moeten nog ervaring opdoen met hittemaatregelen in openbaar gebied, in tegenstelling tot bijvoorbeeld rioolwerkzaamheden. Bovendien wordt er vanuit verschillende perspectieven naar zo’n gebied gekeken. Een landschapsarchitect moet al die perspectieven – inclusief hitte – met elkaar verbinden in het ontwerp.” 

Klimaatongelijkheid en koele routes 

Heikoop hoopt dat studenten straks de scorecard gaan toepassen op andere koele plekken. “Als je dat allemaal in beeld hebt, kun je ook zien of er sprake is van klimaatongelijkheid: scoren koele plekken in wijken met hogere inkomens beter dan koele plekken in wijken met lagere inkomens?”  

Heikoop wijst er daarnaast op dat naast koele plekken koele routes eveneens van belang zijn. “Als iemand door de brandende hitte naar een koele plek moet, werkt het niet.” Toch kun je van een scorecard voor koele plekken niet een-op-een een scorecard voor koele routes maken. “Koele routes moeten namelijk maar aan één belangrijke voorwaarde voldoen: er moet op het heetst van de dag voldoende schaduw zijn, bijvoorbeeld van bomen of gebouwen. Bij koele plekken kijk je naar veel meer: de temperatuur, de vegetatie, de zitplaatsen en of het mooi is.” 

Schoor onderkent het belang van koele routes naar koele plekken. “Wij zijn aangesloten bij een Europees Interreg-project dat daarover gaat, Cool Cities. Daarbij werken landen samen aan het opstellen van een methodiek en plan voor koele plekken en schaduwrijke wandel- en fietsroutes, een zogenaamd ‘Cool Network’. Als gemeente hebben we alle schaduwpercentages voor looproutes in beeld gebracht. Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam beveelt een streefpercentage van 40 procent aan, gemeten bij de hoogste zonnestand, 21 juni twee uur ‘s middags. We kijken nu of we de stedenbouwkundige profielen op basis daarvan kunnen optimaliseren.” 

  • Scan deze QR-code voor het onderzoek en het instrument 

Meer artikelen met dit thema

descriptionArtikel

Straatbeeld op Vakbeurs Openbare Ruimte: kennisdelen door ontmoetingen en lezingen

16 sep om 08:35 uur

Op 23 en 24 september 2026 is het weer tijd voor de Vakbeurs Openbare Ruimte in de Utrechtse Jaarbeurs, dé…

Lees verder »
descriptionArtikel

Vakbeurs Openbare Ruimte, exposanten uitgelicht: Fonroche Lighting, Storix, MBI, Faunus, TG Lining, Boom & Bonheur, DPS Delta, Buitenkast en ZonneBouwHekken

2 sep om 14:37 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht…

Lees verder »
descriptionArtikel

Vakbeurs Openbare Ruimte, exposanten uitgelicht: Seijsener, Makita, Bosch Beton, Mastscan, Streetlife, Ruimtemakers, Velosolutions en Speelplan

2 sep om 13:52 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht…

Lees verder »
descriptionArtikel

Vakbeurs Openbare Ruimte, exposanten uitgelicht: Struyk, Rots Maatwerk, Inter Design, Roelofs, Schréder, Vandersanden, VélopA en Green2Grow

2 sep om 13:23 uur

Op 24 en 25 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht…

Lees verder »
descriptionArtikel

Vakbeurs Openbare Ruimte, exposanten uitgelicht: Furns, Lightronics, Erdi, Fedu Opleidingen, ACO, Het Plein, Grijsen en Skelex

2 sep om 12:41 uur

Op 24 en 25 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht…

Lees verder »
descriptionArtikel

Gemeenten zetten de voetganger steeds vaker op één, maar waar is de data?

23 sep om 11:05 uur

Steeds meer gemeenten omarmen het STOMP-principe en willen de voetganger centraal zetten. Toch ontbreekt vaak…

Lees verder »
descriptionArtikel

Ruimtemakersindex maakt BOSS concreet en toepasbaar

22 sep om 15:00 uur

"In gelul kun je niet wonen." Met die uitspraak zette de Amsterdamse oud-wethouder Jan Schaeffer ooit…

Lees verder »
descriptionArtikel

Straatbeeld nummer 4 van 2026 verschenen

22 sep om 08:11 uur

Straatbeeld heeft weer een mooi magazine uitgebracht: Straatbeeld 4. Deze editie staat traditiegetrouw in het…

Lees verder »