Artikel

Ontwerpen = eenvoud + logica

Bij het 20-jarig bestaan van Straatbeeld in 2009 waagde Gerhard Nijenhuis, directeur van ipv Delft, zich aan voorspellingen over de openbare ruimte in 2019. Het 30-jarig jubileum is een mooie gelegenheid om de stand van zaken door te nemen en een volgende blik in de toekomst te werpen. Optimisme overheerst: "Nederland heeft een wijdverbreid besef van ruimtelijke kwaliteit."

We hebben deze middag in Delft afgesproken voor een vervolg op een artikel van tien jaar geleden, maar het pand aan de Oude Delft waar ipv Delft is gevestigd, voert gelijk eeuwen verder terug. Naar het midden van de Hollandse Gouden Eeuw: rond 1630 vestigde de Delftse Kamer van de VOC hier zijn Oost-Indiëhuis en zo heet het monumentale gebouw in renaissancestijl nog steeds.

Op de binnenplaats trappen medewerkers een balletje tijdens de lunchpauze. De eerste werkruimte is een eigentijds kantoor met een informele sfeer. De dure fietsen staan hier gewoon binnen. "Het mooiste heb je nog niet gezien," zegt Gerhard Nijenhuis en toont me de pronkkamer. Hoog boven de schouw hangt het authentieke logo van de Delftse tak van de roemruchte handelsonderneming en het kost weinig moeite je hier de deftige heren van toen voor te stellen, met hun uitbundige witte kragen. Nu staan er vier bureaugroepen met computers en beeldschermen. Tijden veranderen.

In de iets soberder vergaderzaal ernaast gaan we wat minder ver terug, naar dat artikel uit 2009. Is Nederland mooier geworden, sindsdien? "Sommige openbare ruimte wel," zegt Nijenhuis, "daar ben ik redelijk positief over. Maar sommige zones met wegenbouw zijn beduidend minder mooi geworden. De snelwegomgeving is uit de bocht gevlogen wat vormgeving van bruggen en viaducten betreft. Vroeger deed Rijkswaterstaat die meestal zelf. Ze waren zelden opvallend en juist daardoor mooi. Helaas worden de kunstwerken nu vaak zwaar vormgegeven, het leidt tot een drukker en verstoord beeld." 


De vormgeving van bruggen is in de loop der jaren flink veranderd

Enthousiast is Nijenhuis over ontwikkelingen van spoor- en stationsomgevingen. "Die zijn enorm verbeterd. Als reiziger heb je er een goed gevoel bij. De inrichting is goed, het is laagdrempelig en dat is wat Nederland nodig heeft."

Integraal ontwerpen

Tien jaar geleden woedde de wereldwijde bankencrisis, nu is er de stikstofcrisis. In de afgelopen jaren van bloeiende economie is volop gebouwd, maar tot Nijenhuis' teleurstelling niet volgens het principe van integraal ontwerpen, dat 'nog steeds - en steeds meer - een must is'. De bouw is een traditionele wereld, waarin verschillende partijen hun eigen belangen hebben. Sterker, zegt Nijenhuis: "Het gemiddelde project is alleen maar complexer geworden. Daardoor wordt het steeds moeilijker om projecten zo te organiseren dat integraal ontwerpen lukt. Alle stakeholders komen op voor hun eigen punten. Het vereist steeds meer vakmanschap om overzicht te krijgen en integraal overwogen keuzes te maken."

Een eenvoudige oplossing hiervoor is nog niet voorhanden, constateert Nijenhuis. "We moeten kennis uitwisselen, samenwerkingsvormen kiezen die geschikt zijn. Het formeren van een 'bouwteam' voor projecten blijft lastig. Overheid, adviseurs, ontwerpers en bouwers blijven nog te veel in de eigen rol. Het is lastig om partijen ervan te overtuigen dat het belangrijk is om over het eigenbelang heen te stappen. Dat moet toch echt mogelijk zijn. Nu wordt het risico vaak neergelegd bij de aannemer, die op zijn beurt weer alleen verdient aan meerwerk. We moeten anders kijken naar samenwerkingsvormen."

Burgerparticipatie

Positief is Nijenhuis over de tendens van burgerparticipatie. "Dat is goed en nuttig. Ik heb de indruk dat de politiek en gemeenten het ontwerpwerk weleens onderschatten. Ontwerpen is een vak. Creatieve, goed afgewogen oplossingen komen niet ineens in een avond zomaar tevoorschijn. Daarvoor is vakmanschap nodig. Juist als vraagstukken en projecten ingewikkelder worden is het inschattingsvermogen belangrijk. Met dichtgetimmerde procedures en systems engineering bereik je geen kwaliteit."

ipv Delft draagt bij participatieprojecten vaak twee of drie oplossingen aan met de vraag: 'Wat spreekt jullie aan'. Nijenhuis: "Het mooie is altijd om bewoners mee te krijgen. Wij kunnen laten zien wat de mogelijkheden zijn, we tonen de voor- en nadelen. Mensen denken mee en hebben daardoor uiteindelijk meer begrip voor de gekozen oplossing. De bewoners voelen zich veel meer betrokken."

Andere kernbegrippen in de huidige tijd zijn vergroening en duurzaamheid. Dat pakt soms een beetje dubbel uit, vindt Nijenhuis. "Veel mensen hebben windmolens liever niet in de eigen achtertuin. Maar als het gaat over geluidsschermen heb je liever iets groens met zonnepanelen voor de deur dan een standaardoplossing in beton." 

Logisch en ingetogen

Uitgangspunt van de ontwerpers en ingenieurs van ipv Delft blijft bij alle trends om logisch en ingetogen te ontwerpen. "We dachten altijd al dat dit het juiste streven was, nu weten we het - met al onze ervaring - wel zeker. Hoe eenvoudiger en logischer de ontwerpen, hoe beter. In 2009 zei ik dat het ons ging om kwaliteit te leveren die lang mooi moet blijven. Nu gaat het ook vooral om de lange levensduur: om het kiezen van logische en doordachte oplossingen met materialen die lang mooi blijven. Ingetogen ontwerpen, die daardoor tijdloos kunnen zijn."

Proeftuinen nodig

Vooruitkijkend naar de komende dertig jaar belanden we ergens op het punt dat de Nederlandse economie volledig circulair moet zijn. Dat geldt dus ook voor ontwerpen en bouwen. "Circulair is het nieuwe duurzaam," stelt Nijenhuis vast. "Bij ons speelt zeker hoe we zo circulair mogelijk kunnen ontwerpen. Maar er is nog heel veel huiswerk nodig om circulaire wegen goed te kunnen doen. We moeten kijken naar de 'best practices', de beste resultaten, om die verder uit te rollen. Ik vrees dat het allemaal te lang gaat duren als je het alleen aan de markt vraagt. De overheid zou het voortouw moeten nemen met onderzoek en experimenten. Als ontwerpers en adviseurs proberen we kennis over circulariteit te verzamelen en te delen, maar onderzoek en ontwikkeling is echt een taak van de overheid. Er zijn experimenten nodig, welke straattypen voldoen het best, welke brugconstructies."

Nijenhuis zou graag zien dat de overheid producten test op levensduur. De uitkomsten zouden gestandaardiseerd kunnen worden. "Er zou eigenlijk een consumentenbond voor openbare ruimte moeten zijn. Voor deelbelangen bestaat zoiets wel, denk aan de fietsersbond en gehandicaptenbeleid, maar meer algemeen niet. Zo'n instantie kan ervoor zorgen dat je goede oplossingen formuleert en tot kennisuitwisseling komt, zodat niet iedereen het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. We moeten leren van de dingen die goed gaan."

Verslimming

Het nut van proeftuinen ziet Nijenhuis aangetoond als het gaat om de 'verslimming' van de openbare ruimte. "Alles moest ineens 'smart', bijvoorbeeld met sensoren in lichtmasten. De gedachte was dat het nuttig was, maar niemand kon uitleggen waar het precies nodig was en waar het terug kon worden verdiend. Van de hype aan proefprojecten haalt maar een klein deel de eindstreep. We zijn het bijvoorbeeld heel normaal gaan vinden dat vrije parkeerplekken steeds actueel worden aangegeven. Techniek ontwikkelt zich razendsnel en daarom zijn de proeftuinen nodig. Van tien ideeën blijven er twee over."

Theatervloer

Met de tijden veranderen niet alleen techniek en trends, maar ook het karakter van de openbare ruimte. "Het wordt steeds meer een theatervloer," zegt Nijenhuis, "voor wisselende gezelschappen. 's Middags de kinderen, 's avonds de jongeren, 's morgens de ouderen die winkelen. De ene dag is er markt, de andere een evenement. In Roosendaal maakten we een mooie theatervloer. Spelen, de markt en verblijven zijn allemaal mogelijk. De openbare ruimte wordt steeds meer de huiskamer op straat, die uitnodigt tot verblijven. Horeca heeft er een belangrijke functie, dat past bij een vrije, ongedwongen leefwijze."


Gerhard Nijenhuis: 'In Roosendaal maakten we een mooie theatervloer'

Kanttekening daarbij is wel dat de greep van de overheid steeds groter wordt. Op straat kan en gebeurt van alles, tegelijkertijd wordt het leven steeds meer gereguleerd en gecontroleerd. Het lijkt of iedereen daar probleemloos aan meedoet, maar het zou mij niet verbazen als er een tegenbeweging komt die al die controle niet wil. Een soort nieuwe punkbeweging."

Mensen leven langer, blijven langer mobiel en willen langer gezond en fit blijven. Daardoor gaan ze meer naar buiten en technologische ontwikkelingen maken het zelfs mogelijk dat met werk te combineren of ongewone plekken. "Het heeft iets chaotisch, maar er zijn voldoende mogelijkheden om te ordenen."

Ruimtelijke kwaliteit

Over de inrichting van de openbare ruimte maakt Nijenhuis zich dan ook niet veel zorgen. "Nederland heeft een wijdverbreid besef van ruimtelijke kwaliteit. Daar zijn mooie voorbeelden van. Zie maar eens hoe Rotterdam werkt aan een groene en duurzame stad. Het is een prettige omgeving."

Hout blijft in zijn ogen een graag en veelgebruikte grondstof blijven, in tegenstelling tot laagdrempelig gietwerk. "Dat wordt in Nederland nauwelijks meer gemaakt. Het gebruik ervan staat onder druk omdat het van ver moet komen. Het is moeilijk toe te passen, ook vanwege kwaliteitsproblemen. Hout wordt veel gebruikt in openbare ruimte en bruggen. Het minpunt is dat hout niet altijd mooi veroudert. We zoeken nog altijd een goede oplossing om hout niet alleen mooi af te werken maar ook mooi te houden. Ik zie trouwens wel toekomst voor ultra hogesterktebeton, waarmee slanke constructies te bouwen zijn. De toepassing is nu nog beperkt."

Fietsmobiliteit

Blij is hij ook met het omarmen van fietsmobiliteit. "Zeker in de binnensteden zal het autogebruik verder worden teruggedrongen, ten faveure van de fiets en openbaar vervoer. En dat is alleen maar toe te juichen. Wij denken veel over na over fietsmobiliteit. Mensen blijven langer fietsen. De milieubelasting neemt af. Wij werken nu ook aan opdrachten voor fietsvoorzieningen in Australië en Los Angeles, een groot project langs Los Angeles River. De rest van de wereld weet dat Nederland op fietsgebied voorop loopt."

Terug in de tijd

Als ik even later weer buiten ben, denk ik de langs het water van de Oude Delft geparkeerde auto's liever even weg. En dan sta ik gewoon in een tijdloze ruimte, met klinkers, kinderkopjes en antiek ogende straatverlichting. Tegenover het Oost-Indiëhuis staan de pakhuizen die de VOC hier liet bouwen in de tijd dan Rembrandt van Rijn en Michiel de Ruyter jonge mannen waren die hun plek in de geschiedenis nog moesten verdienen. Hoe duurzaam wil je het hebben?

Dit artikel verscheen in Straatbeeld 6 2019. Download het magazine hier!

Deel dit artikel