Artikel

Publicatie Omgevingsgericht Lichtontwerpen begint vorm te krijgen

In verschillende expertgroepen wordt momenteel hard gewerkt aan de publicatie Omgevingsgericht Lichtontwerpen van OVLNL. Beatrijs Oerlemans, Filip van der Heijden en Kamiel Spoelstra vormen de Expertgroep Licht en Welbevinden en brengen verslag uit van hun bevindingen.

Het principe achter omgevingsgericht lichtontwerpen is eenvoudig. De omgeving, dat kan een stadsplein zijn maar ook een weg door een natuurgebied, verdient een passend lichtontwerp, bekeken vanuit functie en comfort van de gebruiker. Niet de armaturen, masten, hoogtes en uithouders zijn de vertrekpunten in het ontwerp, maar juist de mens, het gebruik, het landschap, de natuur en de beleving. De expertgroep is begonnen met het definiëren van de term ‘licht en welbevinden’, zo vertelt Filip van der Heijden. “Wat verstaan we nou eigenlijk onder welbevinden? Daar hebben we met zijn drieën over nagedacht. Een vrij nauwkeurige vertaling is: kwaliteit van leven in de openbare ruimte. We maken daarbij onderscheid tussen drie verschillende niveaus: de mens, de directe omgeving en de wereld.”

Bij omgevingsgericht lichtontwerpen wordt er minder ontworpen vanuit normen of richtlijnen. Het volgen van richtlijnen en normen zorgt niet automatisch voor goede verlichting in de openbare ruimte. Van der Heijden: “We kunnen prachtig licht creëren voor de mens, terwijl de natuur er juist last van kan hebben. We moeten voor ieder project goed bekijken hoeveel licht noodzakelijk is, zonder de omgeving en de aarde te veel te belasten. Daar besteden we in ons hoofdstuk aandacht aan. We willen laten zien wat belangrijk is voor het welbevinden van mens en natuur.”

Praktijkvoorbeelden

Aan de hand van wetenschappelijke onderzoek en verschillende praktijkvoorbeelden geven de auteurs verschillende handvatten. De algemene conclusie: gebruik niet te veel licht, want licht valt vaak op plekken waar het niet noodzakelijk is. Van der Heijden: “Op sommige plekken schijnt bijvoorbeeld de straatverlichting in woningen, met de nodige overlast tot gevolg. Vaak wordt een lichtberekening gemaakt voor de straat, maar wordt niet berekend hoeveel licht er op de omgeving schijnt. Daarnaast wordt ledvervanging meestal gedaan vanuit duurzaamheid, maar door het licht doordacht te gebruiken, heb je minder licht nodig en zo kan er ook bespaard worden.”

Ook dieren hebben last van overmatig lichtgebruik, zo zegt ecoloog Kamiel Spoelstra. “Hoe zorg je ervoor dat dieren en planten zo min mogelijk hinder ondervinden van licht? De belangrijkste conclusies zijn: zorg dat het licht niet schijnt waar het niet hoort, zorg voor juiste lichtintensiteit en voor juiste balans van het licht. Koud wit licht zorgt bijvoorbeeld voor meer overlast, omdat daar meer blauw licht in zit. Nachtactieve dieren kunnen relatief goed blauw zien, waardoor ze het licht als intenser ervaren. Daar moet je dus rekening mee houden bij het verlichten van een weg langs de natuur.” Oerlemans houdt zich voor het hoofdstuk Licht en welbevinden bezig met het gedeelte over ‘wereld’. “Het gaat dan met name over thema’s als duurzaamheid en circulariteit. Het bewustzijn dat bepaalde grondstoffen en energiebronnen uitgeput raken groeit. Om de wereld voor toekomstige generaties leefbaar te houden moeten we anders gaan denken en doen.”

Momenteel worden veel verouderde lichtinstallaties vervangen door ledarmaturen. Hiermee behalen gemeenten de gewenste energiereductie. Bij omgevingsgericht lichtontwerpen wordt onderzocht of er tijdens de vervanging tevens mogelijkheden zijn om het welbevinden van mens, flora en fauna te verbeteren. “We hopen te bereiken dat als mensen met licht aan de slag gaan voor een wijk, een weg of een andere situatie, ze integrale afwegingen maken waarin alle aspecten worden meegenomen”, zegt Spoelstra. “Dat je niet achteraf bepaalde aspecten over het hoofd gezien hebt. Als je bijvoorbeeld niet zo veel weet van ecologie ga je misschien koud wit licht gebruiken, terwijl nachtactieve dieren hiervan overlast ondervinden.” Oerlemans voegt eraan toe: “Omgevingsgericht lichtontwerpen is niet zwart-wit. Voor ieder gebied worden andere afwegingen gemaakt. De verlichting voor een dorpstraat is anders dan die voor een weg door de natuur. De publicatie zorgt voor verbinding om te komen tot een goed en levenbestendig ontwerp, waar mens en dier bij gebaat zijn. We hebben het al tientallen jaren over integraal werken, maar dat is een moeilijk proces. Ik hoop dat deze publicatie daaraan kan bijdragen. Juist door van elkaars kennis en kwaliteiten te leren ontstaan goede ideeën voor het op een verantwoorde manier verlichten van de openbare ruimte.”

Nieuw fenomeen 

De publicatie kan de basis vormen voor nieuw wetenschappelijk onderzoek, zo stelt Van der Heijden. “Omgevingsgericht lichtontwerpen is een nieuw fenomeen. Er zijn concrete praktijkvoorbeelden waar je voelt dat het gekozen licht goed werkt, maar wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt soms. In het verleden zijn best veel onderzoeken gedaan, maar dat zijn veelal kleinschalige onderzoeken vanuit individuele gemeenten. Vaak worden dan een paar armaturen neergezet en wordt gevraagd hoe mensen de verlichting ervaren. De publicatie is een eerste echte stap naar omgevingsgericht lichtontwerpen.” De komende maanden wordt door de diverse expertgroepen, OVLNL en Acquire Publishing gewerkt aan het boek Omgevingsgericht Lichtontwerpen. Op de Vakbeurs Ruimte & Licht op 8 juni 2021 is de lancering van de publicatie, aangekleed met een inhoudelijk programma.

Een goed voorbeeld van omgevingsgericht lichtontwerpen is het project Nieuwe Mark in Breda. Lees er alles overDit artikel is verschenen in Straatbeeld 6 2020. Download hier het magazine.

Deel dit artikel