Helpt de inzet van ontwerpkracht en de ontwikkeling van de creatieve beheerprofessional ons om transities in de openbare ruimte te realiseren? Voor het laatste nummer van Straatbeeld (nr. 6, 2025) trad Eline van Weelden op als gasthoofdredacteur en legde deze vraag voor aan vier experts uit de wereld van beheer en ontwerp. Samen bespreken zij hoe creativiteit en experiment in beheerorganisaties kansen bieden voor energietransitie, klimaatadaptatie en sociale veiligheid, en hoe klassieke lineaire methodes hierin een plek behouden. Ontdek in dit panel hoe ontwerp en beheer elkaar kunnen versterken én waar nog uitdagingen liggen.
Panel: kan ontwerpkracht beheer in beweging brengen?
Arjan Hijdra
Adjunct Professor Managing Public Space, Wageningen University & Research .jpg)
De observaties van Eline raken een kernprobleem in het beheer van de openbare ruimte. De fragmentatie van domeinen in het beheer, zoals groen, kunstwerken, verhardingen of water, zijn helpend om vlot tot uitvoering buiten te komen. Het rationeel en lineair plannen van de uitvoering past mooi bij een technische benadering. Waarbij we ervan uitgaan dat als we de details begrijpen, we alle acties voorspelbaar optelbaar kunnen maken en daarmee stap voor stap een beleidsdoel kunnen vervullen.
De complexiteit die Eline aanhaalt gooit echter roet in het eten bij een dergelijke aanpak. Steeds meer vraagstukken laten zich niet voorspellen, kennen vele afhankelijkheden en zijn qua doel meer fluïde van aard. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energietransitie, sociale veiligheid, duurzaamheid, inclusie en beleving, klimaatadaptie. De inzet van ontwerpkracht en de ontwikkeling van de creatieve beheerprofessional om transities in de openbare ruimte te realiseren is daarbij zeker helpend om de weg vooruit te plaveien.
Deze aanpak met een meer experimenterend karakter heeft twee voordelen. Het kan oplossingen bieden in specifieke situaties. Als tweede wordt het lerend vermogen van de beheerorganisatie versterkt door te ondervinden wat wel en niet werkt. Echter, ik zou deze stelling graag verder aan willen scherpen. Zoals gezegd had en heeft de rationele lineaire aanpak ook een duidelijk kracht. Het zou zonde zijn het kind met het badwater weg te gooien. De cruciale vraag die hierachter ligt is dan ook; hoe te bepalen welke situaties een meer creatieve ontwerpende aanpak kunnen gebruiken en welke juist baat hebben bij een meer klassieke aanpak. Het helder segmenteren van deze twee soorten opgaven of situaties is nog een grijs gebied maar kan helpen om teleurstelling te voorkomen en de kans op succes te vergroten.
Nienke Frijlink
Programmamanager Stadsbeheer, gemeente Rotterdam .jpg)
Ja, dat gaat helpen! Sterker nog, dit is onvermijdelijk. Want het overgrote deel van de transities moet plaatsvinden in de bestaande stad. En deze grote veranderingen kunnen alleen plaatsvinden als er opnieuw naar de indeling en inrichting van de onder -en bovengrond gekeken wordt. Dat betekent dat de ontwerpwereld nodig is om de beheerwereld bij te staan om de vraagstukken breed te onderzoeken. Gescheiden van elkaar opereren is er niet meer bij.
Het is niet vanzelfsprekend om goed te begrijpen wat er bij een andere discipline gebeurt. Maar begrip en inzicht zijn nu noodzakelijker dan ooit. Want zonder dat worden de complexe vraagstukken van nu niet opgelost. Het is de minimale stap die ieder moet zetten om problemen gezamenlijk te onderzoeken en naar oplossingen toe te werken.
Maar nee, dit is niet genoeg. Net als bij gebiedsontwikkeling moet er vanuit beheer steeds vaker, vanwege de complexe vraagstukken, grote keuzes gemaakt worden die van invloed zijn op de levens van mensen. Deze keuzes zijn niet waardevrij. Hier moeten we ons bewust van zijn. Want als dat niet zo is, kun je hier tijdens het ontwerpproces als team in vast lopen, omdat de rationele ontwerpoplossingen geen basis hebben. Daarom is het van belang om bij de start te beginnen met het onderzoeken van waarden die van belang zijn voor stakeholders. Deze 'zachte' start van een complex beheervraagstuk is geen gemeengoed, maar het legt wel de broodnodige basis waarop altijd teruggevallen kan worden.
Hedwig van der Linden
Architect, onderzoeker en medeoprichter van Dérive .jpg)
Als reflectie op deze vraag deel ik graag vijf statements, gebaseerd op inzichten die zijn opgedaan bij het samenwerken met de Kopgroep Beheer aan de ‘Agenda voor beheer’ – de werktitel van een lopende verkenning.
Beheren is vooruitzien. Hier raakt beheer direct aan ontwerp en meer specifiek aan de noodzaak van ‘toekomstdenken’. Ontwerp en beheer gaan per definitie over de toekomst. De vraag is vooral: kijken we 5, 10, 50 of 100 jaar vooruit? Voor de nabije toekomst volstaan voorspellingen; voor de verre toekomst hebben we ontwerpend denken nodig. Daarnaast: beheren is verbinden. Beheeropgaven van onderop moeten worden gekoppeld aan integrale doelstellingen van bovenaf. De beheerder van de toekomst werkt daarom niet reactief, maar staat als stadsvernieuwer en initiatiefnemer aan de voorkant van de opgave. Dit kunnen beheerders niet alleen; het vraagt om samenwerking vanuit verschillende domeinen en partijen, om ruimte te creëren voor de noodzakelijke transities.
Beheren is sociaal-maatschappelijk. Beheer wordt vaak enkel geassocieerd met vakkennis en technische doelstellingen, maar de techniek dient als basis en middel waaruit sociale meerwaarde ontstaat. Beheerders staan dicht bij bewoners, zij werken immers op straat, weten wat er speelt in de wijk en zijn langdurig verbonden aan plekken. Hier ligt een groot potentieel om beheeropgaven te koppelen aan sociaal-maatschappelijke vraagstukken.
Beheren is gemeengoed. Beheer gaat ons allemaal aan. Het gaat om onze ‘commons’: vitale systemen die we nu vaak als vanzelfsprekend ervaren: schoon drinkwater uit de kraan, een werkend rioolsysteem, een gezonde bodem, een groene openbare ruimte, een schone en veilige straat, etc. Gezien de transities zijn die vanzelfsprekendheden niet langer gegarandeerd, en vraagt dit gemeengoed om gezamenlijke zorg. Tot slot: beheren is sexy. Beheer is een progressieve, agenderende praktijk, maar wordt nog te vaak als behoudend gezien. Het aantal én de complexiteit van beheeropgaven zal verdubbelen, daardoor neemt de urgente nood aan meer beheerders toe. Deze krapte vraagt zowel om het aantrekkelijker maken van het vak als om een fundamentele systeemvernieuwing, want de beheerlogica sinds de wederopbouw is niet langer houdbaar.
Zeger Dalenberg
Strategisch landschapsarchitect, gemeente Rotterdam .jpg)
Alle transities die op ons afkomen, vragen om een ruimteclaim in de openbare ruimte. Om aan deze vraag te voldoen, is het de komende jaren des te belangrijker om de samenwerking op te zoeken. In veel organisaties, ook in Rotterdam, zien we dat ontwerpers en beheerders vaak in verschillende clusters vallen, terwijl het in de toekomst goed zou zijn om vaker aan dezelfde tafel te zitten en met elkaar in overleg te gaan.
Een belangrijk aspect hierbij is het gebruik van een uniforme taal. Waar een ontwerper bijvoorbeeld extensief beheer bedoelt om kruidenrijk gras te verkrijgen, wordt dit bij beheerders vaak vertaald naar een maaifrequentie. Dit soort kleine, maar cruciale details leiden tot een ander taalgebruik op de werkvloer. Dit moeten we in de toekomst zien te voorkomen.
Tegelijkertijd zitten we als organisatie vast in een bepaald werkstramien. Collegetargets worden veelal vertaald naar concrete doelen, terwijl we deze targets eigenlijk als middel zouden moeten zien om tot een betere, leefbaardere stad te komen. Experimenteel en iteratief werken kan een nieuwe manier van samenwerking tussen ontwerper en beheerder faciliteren.
Hoe interessant zou het zijn om, via een ontwerpende aanpak, pilotprojecten uit te voeren? Hiermee kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken hoe we met een ander type groen aan de klimaatopgave kunnen voldoen, het hemelwater kunnen opvangen en tegelijkertijd meer ruimte voor de energietransitie creëren onder een straatprofiel. Dit vraagt om een andere aanpak binnen de organisatie, waarbij het vrijmaken van tijd en fysieke ruimte in de stad essentieel is, en om te monitoren of ze daadwerkelijk het gewenste resultaat opleveren.
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6/2025. Lees meer van Straatbeeld in onze digitale bibliotheek.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Nieuw bomenplan moet elke Groningse buurt groener maken
3 feb om 09:14 uurDe gemeente Groningen heeft een nieuw bomenplan vastgesteld. Het doel van dit vernieuwde plan is dat in 2075…
Buurttuin Oeverloos: klein stukje groen, grote impact
2 feb om 10:42 uurIn het magazine van Straatbeeld geven we professionals zelf graag het woord over hun ervaringen en inzichten in…
Zo geeft Rotterdam biodiversiteit handen en voeten
30 jan om 10:35 uurHet vergroten van de biodiversiteit hoeft niet te wachten op nieuwe parken of grote investeringen. Juist in het…
Gemeenten krijgen handvatten om vergroening duurzaam te financieren
29 jan om 08:59 uurSteeds meer Nederlandse gemeenten willen hun openbare ruimte klimaatbestendiger en groener maken, maar…
Rolstoelglijbaan zet nieuwe standaard voor inclusief spelen
28 jan om 12:35 uurWat als je in een rolstoel zit en net zo graag van de glijbaan wilt als ieder ander kind? Die vraag liet de…
Kennisbundel ZonMw neemt gezondheid mee bij inrichten fysieke leefomgeving
28 jan om 09:51 uurZonMw heeft een nieuwe kennisbundel gepubliceerd met praktische kennis en instrumenten over hoe professionals…
Slimme stroomkast maakt Burgumse markt veilig en toekomstbestendig
27 jan om 11:29 uurDe centrale markt in Burgum had te kampen met onveilige, verouderde stroomkasten. Kortsluiting en onduidelijk…
Satellietdata helpt steden de openbare ruimte slimmer te beheren
26 jan om 11:15 uurSteden staan onder steeds grotere druk: meer inwoners, klimaatverandering en verouderde infrastructuur vragen…
