Nieuws

Samenwerking en kennis nodig voor toegankelijke openbare ruimte in het donker

Met een visuele beperking is het overdag al lastig om je zonder kleerscheuren door de openbare ruimte te bewegen, laat staan ’s avonds of ‘s nachts. Maar ook steeds meer ouderen hebben moeite om in het donker hun weg te vinden.

Op initiatief van NSVV, CROW en Bartiméus Fonds is een werkgroep aan de slag gegaan met een onderzoek naar verlichting in een toegankelijke openbare ruimte. De werkgroep bestond naast de initiatiefnemers uit vertegenwoordigers van de Oogvereniging, Koninklijke Visio, gemeente Nijmegen, Silvur, ProRail en Signify. Belangrijkste conclusies: er is meer kwaliteit nodig en de landschapsarchitect en de lichtontwerper moeten veel meer samenwerken.

Namens het Nederlands Licht Instituut is Richard Boerop betrokken bij het onderzoek naar toegankelijkheid en openbare verlichting. De aanleiding is helder: “Steeds meer mensen, met een visuele beperking en ouderen, vinden het lastig om zich te bewegen door de openbare ruimte als het donker is. Met de ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap ben je als overheid verplicht om de openbare ruimte zo toegankelijk mogelijk te maken, zodat je niemand uitsluit.”


Duidelijk mag zijn dat de openbare verlichting zoals die nu is, op veel plekken tekortschiet. “Het probleem met openbare verlichting is dat de richtlijnen, zoals beschreven in de NPR13201, uitgaan van een gezonde Europeaan van rond de 22. Nu ben ik zelf ook al lang geen 22 meer en ik merk dat ik ook al wat meer licht kan gebruiken. We zien dat vanaf 65 jaar de problemen sterk toenemen, een kwart van de mensen van die leeftijd heeft al moeite in het donker. En dat terwijl we verwachten dat deze groep nog gewoon meedoet in het arbeidsproces tot aan minstens 67 jaar.”

“Er is zeker iets te zeggen voor meer licht. Maar als typische Nederlanders kiezen wij voor het minimum als het om verlichtingssterkte gaat. Wij kiezen voor een sterkte van 3 lux op straat, terwijl de Fransen kiezen voor 5 of zelfs 7,5.” De Fransen hebben ook onderzoek gedaan naar het onderwerp. “Bij een proef met een testpanel met mensen met verminderd zicht kwam men tot de conclusie dat een verlichtingssterkte van 22 lux iedereen voldoende faciliteert. Maar er zitten ook nadelen aan. Je energieverbruik schiet omhoog, je krijgt te maken met verblinding en de lichtvervuiling neemt toe. Dat gaan we in Nederland dus niet doen. Daarom hebben we met de werkgroep verder gekeken. Het gaat niet alleen om licht, maar ook om de samenhang met elementen die in de openbare ruimte staan.”

Adaptievermogen

De werkgroep, waarin ook een aantal ervaringsdeskundigen zitten, ging aan de slag met een afwegingskader, dat als handvat kan dienen voor ontwerpers en landschapsarchitecten. Een van de aandachtpunten is het adaptievermogen van de mens, de tijd die je nodig hebt om te wennen als je van een helder verlichte naar een donkere ruimte gaat of andersom. De meeste mensen hebben hooguit een halve minuut nodig, maar er zijn voorbeelden van mensen die wel 15 minuten nodig hebben. “Dit probleem speelt bijvoorbeeld bij stations. Het perron is fel verlicht, terwijl de omgeving erg donker kan zijn. Een bankje om even op te zitten en te wennen zou uitkomst kunnen bieden, maar beter is het om de verlichtingssterktes in de omgeving op elkaar af te stemmen en grote verschillen te voorkomen.”

Minimum Pad Luminantie

Kortom, de oplossing is niet direct om overal meer licht toe te passen. De werkgroep heeft een Minimum Pad Luminantie ontwikkeld. Boerop: “We hebben gekeken naar welke helderheid een object nodig heeft om zichtbaar te zijn voor het grootste deel van onze doelgroep. We kwamen uit op een waarde 0,13 candela per vierkante meter.” Door deze waarde toe te passen op het pad waarover je wil dat mensen zich bewegen, zijn alle objecten op dat pad goed zichtbaar voor iedereen en hoef je niet overal in de openbare ruimte meer licht toe te passen, zo is het idee. Maar dit is niet het enige. “Landschapsarchitecten en lichtontwerpers moeten veel meer met elkaar samenwerken. Door de juiste materialen te kiezen voor bestrating kan de gewenste Minimum Pad Luminantie worden gehaald zonder meer licht te installeren. Ze moeten bijvoorbeeld kijken naar de verticale vlakken in een ruimte, bijvoorbeeld gevels. Voor mensen die alleen de periferie kunnen zien en in het midden een donkere vlek, zijn die verticale vlakken een belangrijk hulpmiddel om zich veilig voort te kunnen bewegen. En daarnaast zul je moeten kijken naar contrast. Een grijs paaltje of fietsnietje tegen een grijze bestrating is slecht zichtbaar. Een object moet contrasteren met de omgeving, maar zou in een ideale situatie ook zelf contrasterende elementen moeten hebben.”

Voor nieuwe openbare ruimten denkt Boerop dat het, middels een goede samenwerking tussen lichtontwerper en landschapsarchitect, relatief eenvoudig moet zijn om de openbare ruimte ook in de donkere uren toegankelijk te maken. Voor bestaande openbare ruimten ligt dat anders. “Daar zal het moeilijker zijn. Het hangt er natuurlijk vanaf hoe die openbare ruimte er momenteel uitziet. Met het afwegingskader kan je zelf bepalen welke aanpassingen je doet om tot een zo optimaal mogelijke situatie te komen. Een paar fietsnietjes kan je eenvoudig weghalen, dat wordt alweer lastiger met bestrating.”


Voor het onderzoek zocht de werkgroep ook contact met Nico de Kruijter en Roger van Ratingen, die onderzoek hebben gedaan naar verblinding door ledarmaturen, een probleem dat veel ouderen hebben en wat steeds vaker voorkomt met de toename van ledverlichting in de openbare ruimte. “De resultaten uit dit onderzoek zijn voor ons heel waardevol. Er wordt op dit moment echter nog gewerkt aan het bepalen aan een onder- en bovengrens voor verblinding. Bovendien hebben wij onze aannames nog niet kunnen testen in de openbare ruimte. We hopen dat we in het voorjaar van 2021 het onderzoek kunnen afronden. Onze bevindingen worden toegevoegd aan het portfolio van het CROW, het wordt een kwaliteitskenmerk dat je bij de aanbesteding kunt opnemen in je bestek. Zo hopen we een bijdrage te leveren aan een toegankelijke donkere wereld.”


Tijdens het OVL Symposium 2020 geeft Richard Boerop een presentatie over het onderzoek naar toegankelijke openbare verlichting. Kijk hier voor meer informatie over het symposium

Deel dit artikel