Artikel

Tilburg, wat maak je me nou

Jos Oude Holtkamp reist veel door Nederland en deelt zijn weerspiegelingen over de inrichting van de openbare ruimte graag met anderen. Voor 30 Jaar Straatbeeld keert hij voor even terug naar de plek waar hij theologie studeerde.

Piushaven
We dansten op het zwarte water.
Een zwanenvloot rondom
glansde oranje in het licht
van een stralende lantaarnkrans.

We gleden langs de wilgenwacht
die reikte tot de kadelijn.
We waren lief. We glimlachten.


Toen knielde ik en jij ging liggen,
je hoofd zwaar rustend in mijn schoot.
Toen zoende ik je zachte lippen.

Toen de morgen aan moest breken
doofde het licht. De zwanen weken.
Jij loste op en ik verzonk.
Het zwarte en de wilgen bleven.

Dit gedicht schreef ik dertig jaar geleden. Dát ik dichtte... ach, ik was verliefd. Daarom, denk ik, moet ik hier zo vaak hebben gezeten, 's avonds laat of 's nachts, aan de Piushaven in Tilburg, turend over het donkere water, naar de einder. Daar lag - onzichtbaar achter bomen en viaduct - het grijze volksbuurtje Jeruzalem. Daar, bijna letterlijk onbereikbaar, woonde mijn geliefde.

Langs de haven stonden lantaarnpalen die oranje licht gaven. Als het een beetje waaide, en dat deed het hier vaak, weerscheen het in lange, trillende slierten in het water. Daar kon ik bij wegdromen en wegverlangen. Het werd een magische plek.



Ik studeerde theologie. Op een avond nodigde een studievriend zich mee op mijn wandeling: "Ik wil weleens weten waar jij dan overal loopt, zo laat." Aan de Piushaven namen we plaats op mijn vertrouwde plekje. We keken over het water, namen de omgeving in ons op, met links het obscuur ogende café Havenzicht, rechts wat fantasieloze flats. Halverwege de haven lag een horecaschip dat moeiteloos de bijnaam Zuipschuit had gekregen. Nog verderop zwommen wat zwanen.

"Tja," zei mijn studiemaat na een tijdje. De Piushaven, een goede eeuw geleden gegraven als industriehaven aan het Wilhelminakanaal, was een plek van niks.

Textielstad

Ik heb vijf jaar in Tilburg gewoond en het altijd een stad gevonden die moeite had met zichzelf. Ontstaan uit zeven tegen elkaar aangegroeide dorpen had het een weinig aansprekend centrum, met eigenlijk maar één echte winkelstraat en twee horecaconcentraties op Piusplein en Korte Heuvel. Als jongen uit Twente herkende ik de mentaliteit en wankele trots van de textielstad – een industrie waar ook hier weinig van over was – waarmee ook het nut van de Piushaven ondergraven werd. Onderdanig ten opzichte van de techindustrie in Eindhoven en zonder de historische glorie van Den Bosch en Breda was Tilburg een armoedig buitenbeentje in het Brabantse. De stad had en heeft zijn enorme kermis, dat wel.

Fascinerend

Nu werkt de groeiende stad aan hart en toekomst. De impulsen voor Spoorzone en het Dwaalgebied (tussen station en binnenstad) zijn fascinerende stadsprojecten. En het gebied rond de Piushaven is bijna onherkenbaar veranderd. Deze zomeravond van mijn terugkeer is het druk op deze ‘Boulevard van Tilburg’, die zich profileert met een combinatie van wonen, horeca en winkelen. Ik krijg nauwelijks gelegenheid om rustige foto's te maken. Een verhuurder van rondvaartsloepjes ('15 euro per persoon voor 2 uur') heeft over klandizie niet te klagen. Door de Piushaven heen liggen pleziervaartuigjes afgemeerd, het is een passantenhaven geworden. De kade langs de flauwe flats eindigt in een paviljoen met terras. Het duistere Havenzicht is grand café Burgemeester Jansen geworden. En de hele kade links is bezaaid met drukbevolkte terrasjes vol vrolijk gekeuvel, onder platanen (mogelijk stonden de wilgen er alleen in mijn droom - laat het dichterlijke vrijheid zijn). De 'zuipschuit' is een keurig horecaschip, aan het eind van een lint van boten en een paviljoen met terras. Op een informatiebord lees ik hoe de Piushaven door enthousiast volhardende vrijwilligers van demping is gered.

Tja... Ik ben blij dat het water er nog is en ik gun Tilburg de gezelligheid. Die ik ook op mijn wandeling door de binnenstad ervaar. Ruime pleinen met fraaie waterpartijen en bruisende terrasjes. Bijna een stad om verliefd op te worden. Maar waar moet die arme nachtstudent van nu met zijn weemoedigheid naar toe?

Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6 / 2019. Lees meer van Straatbeeld in onze bibliotheek

Deel dit artikel