Artikel

De spiegel van Jos: Swiebertjegevoel

Hoe ervaart de gebruiker de openbare ruimte? In een reeks bespiegelingen houdt redacteur en voetganger Jos Oude Holtkamp de beleidsmakers, ontwerpers, inrichters en beheerders zijn spiegel voor. Voor aflevering 4 fietst hij naar Heerde op de Veluwe.

Dat een pandemie je actieradius beperkt en je dan naar Heerde fietst voor een verhaal - voelt niet helemaal goed. Het dorp op de Noord-Veluwe werd eerder dit jaar keihard getroffen door het coronavirus. Nu is het aantal besmettingen er laag, lager dan in mijn stad Zwolle. En ik heb een mondkapje met filter bij me. Zoals steeds, tegenwoordig. Voor het geval dat.

De eerste keer dat ik Heerde binnenreed, ik weet het nog goed, overviel mij een Swiebertjegevoel. Om de een of andere reden moest ik denken aan de knusse maquettes waarmee de laatste seizoenen van de legendarische tv-serie begonnen. Een dorpje met een hoofdstraat, een gemeentehuis, wat winkeltjes. Een besloten dorp, en zo kwam Heerde op mij over, in de beschutting van het bosrijke gebied.

Heerde was het middelpunt van een dauwtraptocht die ik ooit uitzette voor lezers van het dagblad waar ik werkte. Van de tien puzzelfietstochten die ik maakte van 2006 tot 2015 is deze, vanuit Zwolle via Hattem en Wapenveld, en dan na Heerde door het Zwolsche Bos terug richting IJssel, de enige die ik nog steeds regelmatig fiets. Dat heeft alles te maken met de charme van Heerde.

Raadhuis

Vanuit het noorden rijd ik het centrum van het dorp binnen langs een plantsoen met bomen en het statige raadhuis, met zijn fraaie klokgevel en klokkentorentje. Het plein ervoor is vergroend met decoratieve plantenbakken waarvan de natuurstenen randen dienst doen als bankjes. Het is de perfecte entree naar de krommende Dorpsstraat.

In de zomer is die het bruisende middelpunt van een gemeente die jaarlijks zo'n 220.000 toeristische overnachtingen telt. Nu, eind augustus 2020, een paar dagen na de hittegolf, is het er aan het eind van de middag buitengewoon rustig. Ik zie weinig winkelende vakantiegangers. De terrasjes bij bakkers, cafés en snackbars zijn matig bezet. Het grote terras op het plein bij de hervormde kerk is verlaten.


Het plein in het midden van de dorpsstraat. In het midden het podium dat als muziektent kan dienen.

Organische hiërarchie

Het is een fijn plein, met een hiërarchie die volkomen organisch aandoet. Een achthoekige bank rond een boom, een podium in het midden dat dienst kan doen als muziektent en een zoom van bomen en boompjes, waaronder statige platanen. In het hart van het podium is het wapen van Heerde gegraveerd. De palen die de overkapping moeten dragen staan er nutteloos bij, maar dat komt, zoals een medewerkster van een lunchroom me weet te melden, omdat het tentzeil stuk is. Ik vind het wel passen bij dit nare jaar, eigenlijk. Het virus is niet weg. En meer dan in Zwolle zie ik hier mensen lopen met mondkapjes op, als ze uit een winkel komen of op weg zijn naar een bushalte.

Schaapherder

De Dorpstraat loopt uit op een uitwaaiering aan straten en eindigt zoals ze begint: met een plein. Ik pauzeer hier graag, aan het begin van de Stationsstraat, met terugblik op de anders zo roezemoezige drukte in het hart van het dorp, maar tegelijk in volkomen lommerrijke rust. Een rust die me net als het Swiebertjegevoel terug doet keren naar voorbije tijden. Aan het eind van het pleintje staat een bakstenen bank uit 1932, ontworpen door architect W.A. Lensvelt. Het was een geschenk van de burgerij aan burgemeester jonkheer J.G. Schorer, dat vijfenvijftig jaar later gezelschap kreeg van een geschenk van een bank aan de burgers: een beeld van een schaapherder met hond. De herder op de Renderklippen buiten het dorp stond hiervoor model.


De bakstenen bank, door de burgerij geschonken. Links het beeldje van de schaapherder met hond, geschonken door de bank. 

De groene, ouderwetse bankjes langs het pleintje staan in rijen tegenover elkaar, te ver uiteen voor een gesprek met overburen, ook nu afstand houden de boodschap is. Omdat ik weet hoe gemakkelijk een artikel als dit kan leiden tot aanpak van tekortkomingen, zal ik het niet hebben over de roestplekken in de prullenbakken met hun zinken afvalemmers. Het zou eeuwig jammer zijn als ze verdwijnen... Ze passen perfect bij de lantaarns en bij de rustieke sfeer van weleer.

Deel dit artikel