Artikel

Onderzoek naar verblinding door ledarmaturen

In heel Nederland zijn overheden bezig met de overgang naar ledarmaturen. De voordelen zijn evident: het levert een forse energie- en dus kostenbesparing op. Met name ouderen klagen echter steen en been. Ledlicht verblindt, soms zo erg dat men niet meer ’s avonds de straat op durft. Tijd voor een onderzoek, vindt de gemeente Utrecht.

Roger van Ratingen(Raticos) heeft de opdracht gekregen onderzoek te doen naar een methode die verblinding van ledarmaturen meet. “Want eigenlijk kunnen we dat op dit moment niet”, vertelt Job Haug van Solgu, de belangenorganisatie voor Utrechters met een beperking. Deze organisatie staat aan de basis van het onderzoek, omdat ze het onderwerp aanhangig maakte bij de gemeente.

Landelijke casus 

Het signaal van Solgu was reden voor Arthur Klink, naast senior adviseur openbare verlichting bij gemeente Utrecht ook voorzitter van branchevereniging OVLNL, om opdracht te geven voor het onderzoek. “Wij herkennen de problematiek”, bevestigt Klink. “Het is niet mogelijk om voorafgaand aan de aanschaf te bepalen wat de mate van verblinding van een ledarmatuur zal zijn. En er is bovendien geen grenswaarde van wat acceptabel is. Dat maakt dat er in de praktijk vaak ledarmaturen staan die te verblindend zijn, zo erg soms dat het zicht vermindert bij gewone weggebruikers en dat effect is nog sterker bij minder-of slechtzienden.  Utrecht wil een stad zijn met een voor iedereen toegankelijke openbare ruimte. Het past bovendien in het OVLNL-thema Licht & Omgeving, vandaar dat ik het breder getrokken heb naar een landelijke casus.” 


Het probleem van verblinding lijkt bij veel mensen te spelen, echter ontving Klink nog niet eerder klachten over de verlichting in zijn stad. “Ik ben, om me te verdiepen in de wereld van de slechtzienden, naar een congres van deze doelgroep gegaan. Daar constateerde ik dat de doelgroep vaker niet of te weinig van zich laat horen. Zij gaan vaak om met de situatie zoals deze is. Ik heb melding gemaakt van de studie die Utrecht wil doen en daar kreeg ik veel bijval. Kennelijk is dit niet een doelgroep die veel klaagt, maar het probleem is er niet minder om en speelt wel degelijk.”

Leefbaarheid verbeteren 

Adviseur openbare verlichting Roger van Ratingen kreeg de opdracht om onderzoek te doen naar lichthinder door ledarmaturen. “Mijn ambitie en doel is om de kwaliteit en de leefbaarheid van de openbare ruimte te verbeteren. Openbare verlichting is daar een belangrijk onderdeel van en het reduceren van lichthinder helpt daarbij.” Van Ratingen is inmiddels gestart met het in kaart brengen van het probleem. “Vanuit het verleden is er veel aandacht voor de energiebesparende eigenschappen van led. En terecht. Maar het is heel rap gegaan, er zijn de afgelopen jaren heel veel armaturen vervangen. En daarbij is niet altijd gekeken naar wat het doet voor de mens.” 


“Al zo’n vijftien jaar geleden kregen we klachten van mensen die verblind werden door ledlampen in auto’s”, weet Job Haug van Solgu. Daar kon toen niets aan gedaan worden, mede door de machtige autobranche. Maar zelfs ik als goedziende moet soms mijn achteruitkijkspiegel inklappen omdat ik niets meer zien door de felle lampen achter me.Sinds enkele jaren maakt led een forse opmars in de openbare verlichting. En worden de problemen voor met name ouderen steeds groter. “Ze zien als het ware een waas, alsof je een foto met tegenlicht maakt. Dit is niet alleen een probleem voor de automobilist, maar ook voor fietsers en voetgangers. 


Het lijkt dus alsof het aantal klachten over verblinding de laatste tijd is toegenomen. Van Ratingen: “Ik ga eerst kijken of dat echt klopt, waar en wanneer de klachten optreden en bij welke mensen. Vervolgens ga ik onderzoeken wat er al bekend is over het onderwerp, op basis van ervaringen en literatuur, maar ook middels gesprekken met leveranciers en fabrikanten van armaturen.”

Eerst zorgen voor meetmethode 

Het is niet het doel van Haug om ledverlichting uit het straatbeeld te bannen. “Ik begrijp het helemaal, hoor. Ledverlichting is een stuk duurzamer en levert veel energiebesparing op. Dat komt met name door de efficiëntie van ledarmaturen. Je kunt met relatief weinig lichtbronnen een grote lichtopbrengst creëren. De mens is echter gebaat bij diffuus licht, wat je krijgt door iets tussen het oog en de lichtbron te zetten. Hierdoor gaat iets van de lichtopbrengst verloren.Het grote probleem is dat we momenteel geen meetmodellen tot onze beschikking hebben die de mate van verblinding van een armatuur meten. Mijn verzoek was dan ook: laten we het eerst zorgen voor een meetmethode,voordat we iets zeggen over de keuze voor nieuwe armaturen. 


Uiteindelijk zal in Utrecht een proefopstelling gemaakt worden met meerdere armaturen en zal aan de hand van de proefopstelling de mate van verblindingshinder worden onderzocht. Ik wil weten wat we kunnen doen tegen verblindingshinder en of er een manier is om de mate van verblindingshinder vanuit het ontwerp van de openbare ruimte te kunnen voorspellen. In dat ontwerp speelt niet alleen het armatuur, maar de gehele omgeving een belangrijke rol. 


Zonder op de uitkomsten van het onderzoek vooruit te willen lopen, heeft Van Ratingen al wel een stip op de horizon gezet. “Ik hoop dat we met de uitkomsten een aantal uitspraken kunnen doen waar gemeenten en fabrikanten iets mee kunnen doen. En ze tevens een set aan maatregelen aan te bieden die ze voor specifieke situaties kunnen inzetten.

Niet alleen kijken naar efficiëntie 

Arthur Klink is het daarmee eens: “De rol van OVLNL als brancheorganisatie is om innovaties en ontwikkelingen te initiëren, onder de aandacht te brengen en te volgen in het belang van de OVL-branche en de eindgebruiker.  Ik hoop dat de studie fabrikanten zal stimuleren om tot productverbetering te komen. De tijd is aangebroken dat we niet alleen kijken naar de energie-efficiëntie van ledarmaturen, maar ook naar de kwaliteit van de omgeving  en het welbevinden van de weggebruiker in de donkere uren.Daarvoor moeten er wel handvatten of richtlijnen komen om dit meetbaar te maken. Als de studie oplevert dat het mogelijk is om tot een nieuwe richtlijn te komen, dan wil ik dit graag aan de NSVV overdragen met de vraag of zij dit willen oppakken en opvolging geven.  


Job Haug is,ongeacht de uitkomsten, blij met het onderzoek. “Het is misschien rijkelijk laat, maar er gebeurt tenminste iets. Daarvoor wil ik de gemeente Utrecht een groot compliment geven.” 


Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 04/2019. Lees meer van Straatbeeld in onze bibliotheek. 

 

Deel dit artikel