Het vergroten van de biodiversiteit hoeft niet te wachten op nieuwe parken of grote investeringen. Juist in het dagelijkse beheer van plantvakken, bomen en grasstroken ligt veel winst. In Rotterdam wordt ecologisch beheer stap voor stap onderdeel van de praktijk: van bokashi voor een levende bodem tot gefaseerd snoeien en een stedelijk bijenlandschap. Die aanpak vraagt om andere keuzes, andere beelden in de straat en dus een andere manier van denken bij beheerders, aannemers én bewoners.
Zo geeft Rotterdam biodiversiteit handen en voeten
Foto: Josepha de Jong
Biodiversiteit in de stad is geen abstract idee meer, maar een concrete praktijk. In Rotterdam experimenteert de gemeente met innovatieve manieren om groenbeheer ecologisch te maken: van bokashi op plantvakken tot een landschap dat bijen letterlijk thuis laat voelen. Straatbeeld sprak met Guus Moret en Joni Reijven over pilots, nieuwe maatstaven en de omslag in denken die nodig is om biodiversiteit in de stad structureel te verankeren.
Van blad tot bodemleven: het effect van bokashi
Guus Moret is stedelijk beheerder en voortrekker van het Programma Biodiversiteit en Circulariteit. In de pilot Next Beheer test zijn team nieuwe vormen van groenbeheer. "Het vraagt een nieuwe mindset van onze medewerkers", vertelt hij. Niet alleen verandert hun werk, ook het aanzien van het gemeentelijk groen krijgt een andere dimensie.
Een opvallende maatregel is de inzet van bokashi. "Opgehaald blad fermenteren we tot meststof voor de plantvakken. Het effect is verbluffend: het bodemleven verbetert, ‘onkruid’ wordt onderdrukt en het is volledig circulair. Na de testfase werken we nu aan grootschaliger toepassing. Wel is regelgeving nog een uitdaging, want momenteel wordt blad nog als afval gezien in plaats van als grondstof."
Van onkruid naar kruidenbeheersing
Rotterdam gaat anders om met ‘onkruid’. In open plantvakken gebruiken ze bladbokashi, terwijl in gesloten plantvakken gestuurd wordt op wat er wel of niet blijft staan. De Biodiversiteitsmaatlat (zie kader) laat zien hoe een plantvak eruit kan zien voor optimale biodiversiteit.
"We testen hoe je met die maatlat werkt en hoe je het uitlegt", zegt Moret. "Het vergt kennisontwikkeling en een omslag in denken. Ook de aannemer moet meebewegen: welke mensen zet ik in op welke klus? Dit is de toekomst van groenbeheer in Nederland."
'Het vergt kennisontwikkeling en een omslag in denken. Ook de aannemer moet meebewegen: welke mensen zet ik in op welke klus? Dit is de toekomst van groenbeheer in Nederland' - Guus Moret
Gefaseerd snoeien
Ook het snoeien wordt anders aangepakt. "Traditioneel snoeiden we symmetrisch, waardoor veel takken werden verwijderd. Nu snoeien we alleen waar nodig, bijvoorbeeld voor doorrijhoogte van verkeer. Zo behouden bomen grotere kronen en blijft voedsel en schuilgelegenheid beschikbaar", legt Moret uit.
Daarnaast worden standaardhandelingen zoals het recht afsnijden van graskanten tijdelijk achterwege gelaten. Verschillende behandelingen bij boomspiegels, zoals bedekken met bladmulch of bladbokashi, worden getest. Monitoring van bodemtemperatuur, vochtigheid en samenstelling geeft inzicht in het effect op biodiversiteit.
Vier pilotwijken: bewoners en het straatbeeld
Voor Next Beheer koos Rotterdam vier buurten met verschillende bewonersprofielen. "We informeren bewoners vooraf, gaan huis aan huis met een enquête en houden meldingen bij", vertelt Moret. "Het gaat om zowel klachten als vragen, zodat we op buurtniveau kunnen bijsturen."
Het effect op het straatbeeld is belangrijk. "Als stoepen en straten goed worden onderhouden, accepteren mensen wilder plantvakken sneller. Lang gras is makkelijker te verteren als de randen wel gemaaid zijn."

Bijenlandschap
Joni Reijven is gedelegeerd opdrachtgever van het bijenlandschap. Sinds opname in het collegeakkoord van 2022 gaat het makkelijker: dieren zijn nu onderdeel van een politieke doelstelling.
"Het begint met omvorming van bestaande gazons", legt Reijven uit. Het doel is een aaneengesloten netwerk door de stad, gebruikmakend van de Groene Cirkels van Wageningen University en EIS Kenniscentrum Insecten. Richtlijnen voor afstanden, groene gebieden en verbindingen helpen koers te houden en het verhaal goed te vertellen.
Stapstenen en bijentankstations
"We werken op alle schaalniveaus", zegt Reijven. Van grote groene structuren tot kleine stapstenen en bijentankstations in geveltuinen van bewoners. Het principe van de vier V’s: Veiligheid, Voedsel, Verblijfplaatsen en Verbinding legt uit hoe dieren zich bewegen en vestigen.
Ook ecologisch maaibeheer wordt op maat toegepast. Lange grasvelden worden bewust ingezaaid en bijgestuurd volgens Kleurkeur Groen en Blauw van de Vlinderstichting. Maaien, waterbeheer en beheerplannen worden jaarlijks afgestemd, uitgevoerd door gecertificeerde medewerkers.
'We werken op alle schaalniveaus. Van grote groene structuren tot kleine stapstenen en bijentankstations in geveltuinen van bewoners' - Joni Reijven

Bijsturen en samenwerking met omliggende gebieden
Communicatie naar bewoners is continu nodig. "Sommigen vinden het rommelig, anderen vinden dat er niet genoeg gemaaid wordt. Uitleggen waarom we af en toe maaien is cruciaal", aldus Reijven.
Het bijenlandschap stopt niet bij de gemeentegrenzen. Gesprekken met buurgemeenten en terreinbeheerders zoals het Havenbedrijf worden gevoerd. Op termijn volgen strategieën voor andere dieren, zoals vleermuizen en egels.

Biodiversiteitsmaatlat
De Biodiversiteitsmaatlat helpt gemeenten biodiversiteit in beheer concreet te maken. Gemeenten zoals Rotterdam werken samen met Planterra en Beheeraccent. Dinand Ekkel van Planterra: "Gemeenten worstelen met het combineren van schoon, heel en veilig met biodiversiteit. Met de maatlat kun je meten hoe het staat en richting geven in beheerkeuzes."
De maatlat richt zich op veertien factoren, zoals gelaagdheid van begroeiing, wateraanwezigheid, bodemstructuur, verbindingen en zaaddragende planten. Elke factor krijgt een score: A (beste), B (basis) of C (ongewenst). "Een kortgemaaid gazon scoort in schoon-heel-veilig goed, maar biologisch slecht",legt Ekkel uit.
Het resultaat is inzicht op wijkniveau via GIS-kaarten: welke gebieden scoren hoog, waar is werk nodig en welke maatregelen verhogen de biodiversiteit. De maatlat wordt doorontwikkeld, bijvoorbeeld voor indicatorsoorten, en geïntegreerd in landelijke richtlijnen.
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6/2025. Lees meer van Straatbeeld in onze digitale bibliotheek.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Gemeenten krijgen handvatten om vergroening duurzaam te financieren
29 jan om 08:59 uurSteeds meer Nederlandse gemeenten willen hun openbare ruimte klimaatbestendiger en groener maken, maar…
Satellietdata helpt steden de openbare ruimte slimmer te beheren
26 jan om 11:15 uurSteden staan onder steeds grotere druk: meer inwoners, klimaatverandering en verouderde infrastructuur vragen…
Transitie Rotterdamse openbare ruimte in zeven foto's
26 jan om 10:00 uurIntegraal beleid zorgt voor nieuwe mindset bij inrichting en beheer Edese openbare ruimte
23 jan om 10:00 uurAmbities te over, de ruimte beperkt. Het klinkt iedere gemeente bekend in de oren en in Ede is dat niet anders…
‘Beheerders, kijk vooruit naar overmorgen’
23 jan om 09:44 uurBehoudend en operationeel: dat is vaak het beeld van het beheer van de openbare ruimte. Wie echter met Eline…
30 jaar Recyfix: duurzame afwateringsoplossingen voor stedelijke infrastructuur
21 jan om 14:07 uurAl drie decennia is Recyfix een vertrouwd element in straten, pleinen en andere infrastructuurprojecten. Toch…
To infinity… and beyond!
19 jan om 10:50 uurEsther Philipsen is kenniswerker fysieke leefomgeving bij CROW en houdt zich dagelijks bezig met…
Leidraad voor sturen op waarden helpt beheerders gemeenten verder
16 jan om 14:55 uurHoe bepaal je wat écht belangrijk is op welke plek in de openbare ruimte? Is het biodiversiteit, gezondheid,…
