Nieuwe 'groene hartslag' brengt de Veluwe terug in Ede

vrijdag 3 april 2026

Het centrum van Ede kreeg in het verleden te maken met toenemende leegstand, mede door uitbreiding en de opkomst van online shoppen. Met het project Levendig Centrum zette de gemeente een koerswijziging in: een compacter, diverser en groener centrum, waarin de herinrichting van het Stadspark een centrale rol speelt. Het doel is duidelijk: de sfeer van de Veluwe voelbaar maken in het hart van de stad en de binnenstad aantrekkelijker maken voor bewoners, ondernemers en bezoekers.

De herinrichting van het Stadspark Ede vloeit voort uit het programma Levendig Centrum, waar de gemeente Ede in 2016 mee startte. Renske Dijkwel vertelt over de aanleiding voor Levendig Centrum: “Allereerst kampte het centrum met een groot leegstandspercentage: tot meer dan twintig procent in de slechtste jaren. Dat kwam mede doordat de gemeente in de jaren 90 vooral inzette op vergroting van de binnenstad. Daardoor werd het centrum extra geraakt, toen online shoppen opkwam en publiekstrekkers zoals V&D verdwenen. Dat doet iets met de identiteit, de leefbaarheid en het gevoel van inwoners bij hun stad.”  

Netwerkregisseur 

In haar rol als netwerkregisseur voor Ede Centrum (bij de gemeente Ede) verbindt Renske Dijkwel de verschillende stakeholders die in de binnenstad samenwerken, onder wie 180 verschillende vastgoedeigenaren. 

Een van de uitgangspunten van Levendig Centrum was de wens om de Edenaar weer meer van zijn centrum te laten houden. En dat door het centrum weer compacter, diverser, groener en mooier te maken. Dijkwel: “Een plek waar men graag en met trots werkt, winkelt, woont en uitgaat. Bovendien wilde Ede de sfeer van de Veluwe in het hart van de stad laten doordringen. Omdat de binnenstad erg versteend was, ontbrak het Veluws gevoel, ondanks dat we vlak bij de natuur zitten.” 

Marktplein urgentste plek 

De gemeente wilde aan de slag gaan met de openbare ruimte, omdat ze daar direct invloed op had. Daarbij ging het niet alleen om het verbeteren van de verblijfskwaliteit, maar ook om doelen als klimaatadaptatie, hittestress en waterafvoer. In 2016 maakte de gemeente een maquette van de hele binnenstad en vroeg vervolgens aan de Edenaren wat het eerste moest worden aangepakt. Het Marktplein kwam daarbij met afstand als urgentste plek naar voren. 

Dijkwel gaat verder: “Het Marktplein is in 2018 als eerste herinrichtingsproject aangepakt en daarvan hebben we veel geleerd. We wilden die aanpak ook uitrollen over andere straten en pleinen. Daarom hebben we in 2018 een beeldkwaliteitsplan gemaakt voor de hele binnenstad en een tiental projecten ingediend, waaronder het Stadspark. Bij al die projecten was het uitgangspunt dat het moest bijdragen aan een levendig centrum en dat het de Veluwe voelbaar moest maken.” 

Verblijfskwaliteit bovenaan 

Bij het Stadspark gaat het om een groot gebied - ongeveer twaalf hectare - dat in twee fasen wordt aangepakt. In de eerste fase gaat het om het gebied tussen de Oude Kerk en het Raadhuisplein. Dijkwel: “Omdat het gebied zo groot is, wilden we niet beginnen met een ontwerp, maar eerst een overkoepelend raamwerk maken. Er komen daar zoveel functies samen en er zit veel gelaagdheid in. Dat varieert van herdenkingsplekken en kunst tot woningbouw en een kerk, waardoor er verschillende sferen en doelgroepen zijn. Ook het Raadhuis staat in dit gebied, zodat we naast opdrachtgever ook directe toezichthouder zijn.”  

‘Hoofddoelstelling is het versterken van de verblijfskwaliteit in de binnenstad en het daar voelbaar maken van de Veluwe’ 

In het raamwerk, opgesteld door Buro Poelmans Reesink, wordt een duidelijke keuze gemaakt, aldus Dijkwel. “De hoofddoelstelling is het versterken van de verblijfskwaliteit in de binnenstad en het daar voelbaar maken van de Veluwe. Ecologie is ook belangrijk, maar staat door de doelen die we kozen niet bovenaan.”  

Gaandeweg kwam er nog een uitdaging bij. “Tijdens het proces nam in de binnenstad het aantal transformatielocaties, en daarmee ook het aantal woningen, flink toe. In de periode 2021-2025 werden vierhonderd woningen opgeleverd en momenteel zijn er honderdvijftig in aanbouw. Omdat het vaak gaat om appartementen, werd het nog belangrijker dat het park echt voor de bewoners van Ede werd. Ook omdat het ging om bestaand gebied, hebben we vanaf het begin fors ingezet op participatie. We vroegen de bewoners en ondernemers naar hun mening over het Stadspark en wat het voor hen een succes zou maken.” 

Belangen in kaart 

Een van de punten die uit de participatie naar voren kwam, was de toegankelijkheid. “In de vorige inrichting”, vervolgt Dijkwel, “liepen de wandel- en fietsroutes veel meer langs de rand in plaats van door het park. Een ander aandachtspunt was de zonering. Men vroeg om een duidelijke keuze in zonering en sfeergebieden. Dus waar mogen er evenementen zijn en waar is rust juist belangrijk?”  

Er kwamen ook heel specifieke deelbelangen op tafel, zoals die van hondenbezitters, biologische boeren en evenementenorganisatoren. De bereikbaarheid van de publieksbalie van het Raadhuis was eveneens een issue voor ondernemers en bewoners. “Daarom gaven ze aan dat de verkeersstructuur niet te veel mocht veranderen.” 

Wadi’s, flora en fauna 

Nadat dit in kaart was gebracht, gingen Stadsgras en Buro Poelmans Reesink in opdracht van de gemeente aan de slag met het ontwerp van de eerste fase. Daarbij waren er verschillende uitdagingen: “Allereerst de waterberging. Het gebied ligt lager dan de Veluwe. Voorheen werd het water onderaan opgevangen in een krattenstelsel. Nu hebben we een systeem van wadi’s die aan elkaar gekoppeld zijn. Bovendien is het hele gebied dat we in de eerste fase aanpakten, afgekoppeld van de waterberging eromheen. Daarmee losten we meteen de wateroverlast in de Raadhuisstraat op. Het water stroomt daar nu het losgekoppelde systeem in.” 

In de eerste fase van het project verdween een deel van de verharding en ontstond er meer ruimte voor andere vervoersmodaliteiten dan de auto. Bovendien kwam er meer ruimte voor groen, zoals twaalf bomen van verschillende inheemse soorten. Dijkwel vervolgt: “Voorheen was het park vooral een gazon, bestemd voor evenementen. Nu is op basis van de zonering, en samen met de landschapsarchitecten en onze groenspecialisten, gekozen voor een tapijt met verschillende soorten en kwaliteiten groen. Met naast een gazon ook ruimte voor plantvakken, bloemrijk grasland, prairiebeplanting en voor extensief beheer in bepaalde delen. Die aanpak versterkt in ieder geval de biodiversiteit van de flora en we hopen dat straks ook de fauna verbetert.” 

Auto eruit, fiets erin 

In de eerste fase zijn in het park achttien parkeerplaatsen verdwenen. Ook is het gebied zoveel mogelijk autovrij gemaakt. Dijkwel: “Het is nu niet langer mogelijk om met de auto naar het hart van het park te komen. In principe komen er geen auto’s meer, behalve voor een rouw- of trouwstoet en voor enkele appartementen. Daarom zien we nu een enorme afname van het aantal autobewegingen.  

De padenstructuur voor fietsers en voetgangers is herontworpen en nodigt nu meer uit om door het park te gaan, in plaats van langs de randen. Daarbij is ook aandacht besteed aan de toegankelijkheid met nieuwe routes voor mindervaliden. Verder is er in de buurt van de horecavoorziening een grote fietsparkeerplaats gerealiseerd.” 

'Er is bij elk project een structureel bedrag gereserveerd voor de beheerder’ 

Integraal Beleid Openbare Ruimte 

In 2014 stelde de gemeente Ede het Integraal Beleid Openbare Ruimte (IBOR) vast. En dit naar aanleiding van een Rekenkamerrapport uit 2022 over de teruglopende kwaliteit van de openbare ruimte. In de nieuwe aanpak wordt bestaand beleid gebundeld. Met daarin duidelijke doelstellingen en een instrument dat daadwerkelijk wordt gebruikt in projecten.  

Het IBOR had op twee manieren invloed op de eerste fase van de herinrichting het Stadspark zegt Dijkwel. “Ten eerste heeft de keuze voor het IBOR ertoe geleid dat we een hoger inrichtings- en beheerniveau toepassen in projecten als het Stadspark. Er is verder bij elk project een structureel bedrag gereserveerd voor de beheerder. Daardoor dekken we het verschil in kosten van een kwalitatief hoger niveau in het meerjarenonderhoudsplan. Daarnaast hebben we de beheerders gevraagd om mee te denken in de ontwerpfase. Zij konden wensen en eisen meegeven, waarmee de ontwerpers rekening moesten houden.” 

Belangrijk dilemma 

Een belangrijk dilemma daarbij was het evenementenveld, een gazon met gras. Dijkwel vertelt: “Dat gazon wordt zeer intensief gebruikt en zeker in de winter met een ijsbaan erop. Dat riep de discussie op om die plek misschien toch te verharden. Dat stond echter op gespannen voet met de wens om juist te vergroenen en om meer biodiversiteit in het gebied te creëren. Dus moesten we met de beheerders duidelijke afspraken maken over het herstel van het gazon.” 

Het evenementenveld is wel veranderd. “Het veld kende twee getrapte niveaus en dat is nu één veld geworden. Ook de vorm is anders: voorheen vierkant, nu meer een driehoek. Bij die herinrichting is overleg geweest met de Stichting Friends on Ice om de ijsbaan zo te positioneren, dat het blijft passen in het park.” 

Ander sentiment 

Op 9 april 2024 startte de aanleg van de eerste fase van het Stadspark. Ruim een jaar later was het eerste deel gereed. Dijkwel merkt dat er inmiddels een ander sentiment is ontstaan. “Een mooi voorbeeld daarvan zijn de bloemrijke plantvakken. Die worden door de mensen als heel prettig ervaren. Tegelijkertijd moeten mensen er ook aan wennen. Zo is het niet meer mogelijk om bij de publieksbalie voor de deur te parkeren.” 

‘Je moet soms ‘nee’ durven zeggen en bij het oorspronkelijke plan blijven’ 

Dijkwel vindt het een groot voordeel dat de eerste twee uitvoeringsfasen van het Stadspark in dezelfde aanbesteding zijn verwerkt. “Daardoor kunnen we, als dit voorjaar het ontwerp is goedgekeurd, aan de slag gaan met het vervolg.” Ze ziet nog wel een aandachtspunt voor de tweede fase. “Kijk uit met voortschrijdend inzicht. Nadat je een besluit neemt over inhoud en middelen, duurt het soms een tijd voordat je het geld kunt uitgeven aan de uitvoering. Als er in de tussentijd nieuwe wensen bijkomen, kun je die misschien niet meer inpassen of betalen. Daarom moet je soms ‘nee’ durven zeggen en bij het oorspronkelijke plan blijven. Je moet dat ook steeds uitleggen, want mensen denken soms dat er nog wijzigingen kunnen plaatsvinden, omdat iets nog niet is uitgevoerd.”  

Meest Inspirerende Binnenstadsproject  

Dijkwel heeft er ondertussen alle vertrouwen in dat Ede met Levendig Centrum en de aanpak van het Stadspark op de goede weg is. “In april 2024 won Ede de prijs voor het Meest Inspirerende Binnenstadsproject. De jury van Platform Binnenstadmanagement vond het project in Ede een inspirerend voorbeeld voor andere steden die streven naar een groenere en meer leefbare binnenstad. Dat de gemeente hier nadrukkelijk de kar trok, zag de jury als een van de succesfactoren. Daardoor kwam er veel draagvlak voor de ingrepen bij partners en bewoners. De jury prees ook de duurzame en toekomstbestendige aanpak, met een meerjarenperspectief, de focus op langdurige resultaten en het borgen van de kwaliteit door gebruik te maken van een beeldkwaliteitsplan”, besluit Dijkwel. 

Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 1/2026. Lees deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.