Dankzij slimme technologie betere participatie in Sittard-Geleen

donderdag 3 september 2026

Hoe richt je een buurt zo klimaatrobuust mogelijk in en hoe neem je bewoners daarin mee? De gemeente Sittard-Geleen vond het antwoord in data en verbeelding. Bij de herinrichting van vier straten in de Zeeheldenbuurt gebruikte de gemeente onder meer sensoren en een klimaatpaal om de omgeving in te meten. Van die data liet ze visualisaties maken, waarna bewoners met een 3D-bril virtueel door hun eigen straat konden lopen. Zo kon de gemeente aan de hand van een dashboard met eerlijke, objectieve data het goede gesprek voeren met bewoners.

Roel Goossens is ontwerper openbare ruimte bij de gemeente Sittard-Geleen. Hij vertelt dat de gemeente een aantal jaren geleden besloot om gebiedsgerichter en programmagerichter te gaan werken. “Daarbij hebben we drie beleidsthema’s benoemd. De eerste is de tuinman-gedachte: de gemeente beheert op een integrale en participatieve manier de openbare ruimte. Omdat bewoners de openbare ruimte gebruiken zijn zij de belangrijkste stakeholders, bij wie je altijd te rade moet gaan. Een tweede is dat Sittard-Geleen koploper wil zijn als innovatieve stad. Er is een Smart City-beleid geformuleerd met een focus op de openbare ruimte. Het derde beleidsthema heeft te maken met de impact van het veranderende klimaat op de openbare ruimte. Dat betekent dat je klimaatrobuust moet ontwerpen en aan de slag moet met thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit en hittestress.” 

Proeftuin 

De gemeente besloot deze drie beleidsthema’s te gaan toepassen in een proeftuin. “Daarbij hebben we met de Zeeheldenbuurt bewust gekozen voor een volksbuurt, die meer aandacht verdient en waar behoefte is aan een behoorlijke verandering.” De gemeente koos in de Zeeheldenbuurt voor vier straten – de Admiraal Helfrichstraat, de Heidestraat, de Zaicsekstraat en de Karel Doormanstraat – die volgens de onderhoudscyclus aan de beurt waren voor een herinrichting waarbij onder meer asfalt en riolering moest worden vervangen. “Daardoor was er al geld beschikbaar.”  

De straten hadden bovendien elk een eigen karakter. “Eén was een doorgaande straat met veel verkeer, een tweede een zijstraat met ook nog veel verkeer en de andere twee waren minder verkeersintensief met meer en minder ruimte voor openbaar groen. Door te kiezen voor vier straten met verschillende karakters wilden we kijken of wat we in de proeftuin deden eveneens in andere wijken zou kunnen gaan werken.” 

Omdat de gemeente zich realiseerde dat ze – zeker op het gebied van innovatie – niet alle kennis in huis hadden, organiseerden ze een kennissessie met partijen die innovatief in de openbare ruimte bezig waren. “We hebben hen gevraagd hoe we de vier straten moesten herinrichten.” Om de bewoners erbij te betrekken, waren er Doe mee-Cafés: informele bijeenkomsten waar bewoners en de gemeente Sittard-Geleen samen praatten over plannen voor de openbare ruimte in de buurt. “Tijdens die cafés hebben we gekeken naar wat de bewoners belangrijk vonden en welke problemen zij ervaarden. Vervolgens hebben we gekeken of we daar innovaties aan konden koppelen.” 


‘Omdat bewoners de openbare ruimte gebruiken zijn zij de belangrijkste stakeholders, bij wie je altijd te rade moet gaan’ 

ReGreeny: partner met specialiteit 

Naar aanleiding van de kennissessie en de uitkomsten van de Doe mee-Cafés vroeg de gemeente een aantal partijen om te komen tot een gezamenlijk plan van aanpak, gebaseerd op drie pijlers: participatie, smart city en klimaatrobuust. Daaruit ontstond het consortium ReGreeny. De betrokken partners leverden daarbij elk een specialiteit.  

“Een partner bouwde een sensorennetwerk in de openbare ruimte om te meten wat er gebeurde. Een tweede partner maakte een dataset met parameters die nodig zijn om een ontwerp in te richten. Vervolgens maakte een derde partner een tekening die met 3D werd ingemeten en doorgerekend op een aantal ecosysteemdiensten: hitte, droogte, waterretentie en CO2-binding. Een vierde partner maakte 3D-ontwerpen en visualiseerde die door middel van een 3D-bril.” 

Sensoren worden aan de gevel aangebracht

Goed gesprek 

De aanpak leverde een groot voordeel op. “We wisten wat bewoners belangrijk vonden, omdat we dankzij de sensoren en klimaatpalen beschikten over de data. En omdat we de bewoners dankzij de 3D-visualisaties door het ontwerp konden laten lopen, konden we met de bewoners aan de hand van een dashboard met eerlijke en objectieve data het goede gesprek in begrijpelijke taal voeren. Zo kwamen we samen tot een zo goed mogelijke inrichting.” 

“Een mooi voorbeeld zijn de hitteberekeningen”, vervolgt hij. “Mensen wilden de grote bomen vervangen door kleine bomen. Op het moment dat we ze met behulp van onder meer de data uit de sensoren lieten zien dat daarmee de gevoelstemperatuur twee graden hoger zou zijn, zagen ze er toch maar van af.” De aanpak werd ook op een andere manier inzichtelijk gemaakt. “Toen het ontwerp klaar was, hebben we een buurtbarbecue georganiseerd met placemats waarop onder meer stond hoeveel zwembaden aan water de bodem dankzij het ontwerp vasthield en hoeveel ritten naar Frankrijk het aan CO2 het bespaarde.” 

‘Bovendien kunnen we op deze manier straks na de realisatie toetsen of het net zo heeft uitgepakt als we hadden berekend’ 

VR-bril een blijvertje 

Ook John Romeijnders, projectleider openbare ruimte bij de gemeente, is enthousiast over gevolgde aanpak. “Ik denk dat de VR-bril echt een blijvertje is. Ik schat bovendien in dat we door de inzet daarvan straks achteraf bij de uitvoering minder discussie zullen krijgen. Bewoners hebben nu aan de voorkant een beter beeld gekregen over wat er gaat komen.” 

De aanpak hielp de gemeente ook intern bij het overleg met verschillende afdelingen. Goossens: “We hebben ook vergaderd met de 3D-bril. Daardoor konden we aan de vakspecialisten meteen laten zien wat meer of minder groen, meer of minder parkeerplekken of een aanpassing aan een straat voor gevolgen voor het ontwerp had. Daardoor verbeterden de inhoudelijke discussies en ging het proces sneller. Dat kwam ook omdat we iteratief werkten, met sprintcycli. Daarbij bepaalden we steeds wat we bij de volgende stap uitgezocht wilden hebben en waar we uitspraken over wilden.” 

Goossens wijst erop dat de meeste toegepaste technieken niet nieuw waren. “Wat wel nieuw was, was dat we de reële data uit onder meer de sensoren en de klimaatpaal gebruikten om het rekenmodel voor de buurt te verrijken. Elders zie je vaak dat er geen reële data worden gebruikt, maar algemene gegevens uit een supercomputer.”  

Romeijnders vult aan: “Door reële data te gebruiken wordt het objectiveerbaarder. Bovendien kunnen we op deze manier straks na de realisatie toetsen of het zo heeft uitgepakt, als we hadden berekend.”

Sensoren worden aan de gevel aangebracht

Ecosysteemdienst 

Goossens wijst erop dat daarnaast de insteek van de aanpak veranderde. “Dat kwam van een van de ReGreenery-partners. Die zei: wat als we bij een ontwerp niet vanuit een technische richtlijn praten, maar vanuit de beste ecosysteemdienst die een straat kan leveren. Dat kan bijvoorbeeld koelen zijn, het vasthouden van water, het opvangen van fijnstof of de behoeften van bepaalde dieren. Die aanpak heeft als voordeel dat je gerichter te werk gaat in een straat. Bovendien is het op die manier gemakkelijker uit te leggen aan de bewoners.” 

Lessen voor andere gemeenten 

Volgens Goossens zijn er een aantal lessen te trekken voor gemeenten die op een vergelijkbare manier aan de slag willen gaan. “De eerste is: durf los te laten en ga er van uit dat de markt slim genoeg is om met oplossingen te komen. Ten tweede: maak duidelijke afspraken over wat je als overheid wilt bereiken. Een derde advies: stem intern binnen je organisatie goed af wat er wordt gedaan. En wat daarin bestaand is en moet gebeuren en wat nieuw is. Dat nieuwe vereist een nieuwe mindset en het is de taak van de managers om hun medewerkers met die nieuwe mindset naar een overleg te sturen. Vervolgens moet je als gemeente er voldoende tijd in steken om ze bij dat overleg daarin te begeleiden. Hetzelfde – begeleiden bij een nieuwe mindset – geldt voor maatschappelijke partners die bij het project betrokken zijn.” 

  • Status 
    Inmiddels ligt er een schetsontwerp en worden de ingenieursdiensten aanbesteed. Goossens en Romeijnders verwachten dat rond de jaarwisseling 2027/2028 kan worden gestart met de uitvoering. 

 

Meer artikelen met dit thema

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Het Plein

2 sep om 10:39 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: ACO

2 sep om 10:32 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Fedu Opleidingen

2 sep om 10:28 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Erdi

2 sep om 10:22 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Lightronics

2 sep om 10:19 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »

Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Furns

2 sep om 10:05 uur

Op 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…

Lees verder »
descriptionArtikel

Leefomgeving inrichten met opbrengsten suikertaks?

26 aug om 09:01 uur

Dweilen met de kraan open, het is iets waar je liever niet mee geassocieerd wordt. Toch is dat precies wat…

Lees verder »
descriptionArtikel

Afvalbak als maatwerkoplossing voor statiegeldproblematiek openbare ruimte

25 aug om 08:30 uur

De openbare ruimte heeft te maken met een groeiende statiegeldproblematiek, waarbij mensen afvalbakken…

Lees verder »