Nieuws

Een gezonde stad ontstaat niet vanzelf

In het HBO-leerboek Slimme en Gezonde Stad komen verschillende onderwerpen aan bod rondom het thema Slimme en Gezonde Stad. In dit artikel wordt ingegaan op de gezonde stad. Wat komt hier allemaal bij kijken?

Sinds de decentralisaties binnen het sociaal domein is de verzorgingsstaat veranderd in een participatiestaat. Gemeenten moeten het beleid rondom de WMO en de Participatiewet vormgeven. De gemeenten moeten inwoners op hun eigen niveau kunnen laten meedraaien binnen de maatschappij.

De mens is sterk

Het programma Positieve Gezondheid (ook wel het spinnenweb genoemd) benadrukt de eigen kracht van mensen. Gezondheid wordt in deze benaderd in termen van veerkracht, functioneren en participatie: hoe beleeft iemand zijn eigen gezondheid? Dit is van verschillende factoren afhankelijk: hoe voelt iemand zich in de buurt, is er regie over het eigen leven, voelt men zich eenzaam?


Door Positieve Gezondheid in te zetten sluit het werkveld aan bij de dagelijkse sturing op maatwerk binnen het sociaal domein. Door uit te gaan van de zes dimensies van Positieve Gezondheid ontstaat een duidelijk integrale verbinding tussen bewoners en de leefomgeving. Het gaat om de volgende zes dimensies:

1. Lichaamsfuncties
2. Mentaal welbevinden
3. Zingeving
4. Kwaliteit van leven
5. Sociaal maatschappelijke participatie
6. Dagelijks functioneren

Uit afstudeeronderzoek bij lectoraat De Gezonde Stad blijkt dat de werkwijze van Positieve Gezondheid een goede waardering krijgt van professionals. Vooral de gesprekstool (spinnenweb) wordt als handig instrument beschouwd. Deze tool wordt naast de reguliere werkwijze gebruikt of als nieuwe werkwijze geïntegreerd. Hier blijken sommige instellingen moeite mee te hebben. Om organisaties hierin bij te staan zijn modellen ontwikkeld die verbonden zijn aan de zes domeinen van Positieve Gezondheid.


Ook het Louis Bolk Instituut heeft een model ontwikkeld dat behulpzaam is bij het integraal werken aan een gezonde leefomgeving. Het model maakt de relatie tussen gezondheid en leefomgeving op individueel en collectief niveau inzichtelijk. Het model helpt zo bij het gezamenlijk beantwoorden van vragen als ‘Wat kan er verbeterd worden?’ en ‘Wie van ons pakt welk punt op?’. Een voordeel hiervan is dat men tijdens dit soort gesprekken inzicht krijgt in elkaars standpunten en samen bouwt aan draagvlak.

Nudging: bewust en onbewust gedrag

Gezondheidsbevordering en preventie dienen zich niet enkel te richten op het bewuste gedrag. Keuzes worden lang niet altijd rationeel gemaakt. Veel beslissingen worden geleid door de intuïtieve geest. Nudges spelen in op dit onbewuste gedrag. Nudges leiden gedrag onopvallend in de goede richting, zonder keuzeopties uit te sluiten. Er zijn verschillende typen nudges met elk hun eigen werking.

  1. Signalen in de omgeving. Hierbij gaat het om de wijze waarop de gezonde keuze de meest gemakkelijke keuze is. Denk aan de plaats waar een (on)gezonde keus wordt aangeboden à snackbar naast de school. Ook aantrekkelijke presentatie of prijsverlaging dragen bij.
  2. Sociale normen. Dit type gaat ervan uit dat mensen zich in bepaalde situaties comformeren aan anderen: wat is de sociale norm? Hierop wordt ingespeeld door de gezonde keuze als normaal te presenteren.
  3. Groepsgedrag. Als mensen zich met een groep identificeren, nemen ze vaak het gedrag van deze groep over.

Veel professionals vinden het gebruik van nudging interessant. Daarnaast is het goedkoop. Nudging heeft vaak een blijvend effect. Wel is er nog veel onduidelijkheid over nudging, waardoor het nog relatief weinig wordt toegepast in het realiseren van de gezonde stad.

Omgevingswet

In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet moderniseert het omgevingsrecht door beleid en regelgeving te vereenvoudigen, te bundelen en meer in samenhang te brengen. De omgevingsvisie is een belangrijke sleutel in deze wet: een toekomstvisie met strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bouwt met deze visie voort op de Wet Publieke Gezondheid. Deze nieuwe wet zorgt ervoor dat het ruimtelijke beleid beter aansluit bij de wensen van de bewoners. Met de komst van de Omgevingswet worden eisen gesteld aan ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving in het belang van gezondheid.

Om aan te geven in welke hoedanigheid professionals een bijdrage leveren aan preventie en beschermen van de gezondheid van de stad zijn verschillende bouwstenen voor de gezonde stad samengesteld.

Bouwsteen 1: gezondheid en veiligheid
Bouwsteen 2: gezondheid en mobiliteit
Bouwsteen 3: gezondheid en groen, water en klimaat
Bouwsteen 4: gezondheid en milieu
Bouwsteen 5: gezondheid en inrichting en voorzieningen openbare ruimte
Bouwsteen 6: gezondheid en gebouwen

Gezondheid en welvaart

Gezondheid staat steeds vaker in verbinding met welvaart. Door de WRR wordt gepleit breed in te zetten op de ontwikkeling van het potentieel aan gezondheid onder de bevolking, en daarbij extra aandacht te besteden aan groepen met een gezondheidsachterstand (vooral armere mensen).

De economische gevolgen van ongelijkheid in de gezondheid zijn groot. Laagopgeleiden leven gemiddeld zes jaar korter dan hoogopgeleiden. De gezondheidsachterstand is vooral groot in achterstandswijken in groter steden. In deze wijk is de kans 50 procent groter dat er voor het 65e levensjaar wordt overleden.

Om deze achterstand te tackelen is een integrale aanpak nodig die zich niet enkel richt op het bevorderen van een gezonde leefstijl, maar ook op armoedebestrijding en het beïnvloeden van de sociale omgeving. Het bevorderen van gezondheid leidt ook tot verbetering op andere domeinen. Een meer groene omgeving wordt meer gebruikt voor sport waardoor meer activiteiten plaatsvinden in de openbare ruimte. Dit is bevorderlijk voor de sociale contacten, de leefbaarheid en sociale veiligheid. De bewoners worden fitter en zijn ook op het werk fitter, waardoor minder verzuim plaatsvindt.

Burgerparticipatie

Bij het ontwikkelen van een gezonde stad kunnen professionals de hulp van burgers goed gebruiken. Het betrekken van burgers kan in verschillende gradaties plaatsvinden. Een veelgebruikt model om de rangschikking naar mate van participatie aan te geven, is de participatieladder. Op de onderste trede is de overheid volledig beslissend, terwijl op de bovenste trede de burger meer de overhand heeft. De overheid heeft verschillende rollen in haar interactie met de samenleving. Er worden er vier onderscheiden: de presterende overheid, de netwerkende overheid, de rechtmatige overheid en de responsieve overheid.

Kinderen in een gezonde stad

Om een gezonde stad kracht bij te zetten moet worden ingezet op het bevorderen van fietsgebruik door kinderen. Maar hoe richt je een wijk fietsvriendelijk in? Verschillende aanpassingen kunnen hieraan bijdragen. In Zwolle wordt sinds 2010 gewerkt aan het project Zwolle Gezonde Stad. Hierin zijn verschillende projecten opgenomen.

1. In het eerste project is een door kinderen veelgebruikte oversteek van een 50 km-weg dwars door de wijk. Kinderen hadden hier slecht zicht op het naderende verkeer en geparkeerde auto ‘s. Hierop zijn drie parkeervlakken naast de oversteekplek verwijderd. Daarnaast hadden ze moeite met de verschillende voertuigen en hun snelheid. Hierop is een vluchtheuvel gerealiseerd en een hobbel om auto’s snelheid te laten minderen.

2. Het tweede project is een oversteek bij een bushalte. Hierbij is ook gebruik gemaakt van het in delen kunnen afleggen van de oversteek.

3. Het derde project heeft ertoe geleid dat meer kinderen zelf naar school lopen of fietsen. De route naar de basisschool is opgepimpt door zelf ontworpen felle stoeptegels. Onderweg zijn speelmogelijkheden gefaciliteerd.

Ook de gezonde, groene leefomgeving is een voorwaarde voor een gezonde stad. Speelnatuurplek De Groene Bieste in Zwolle draagt hier ook aan bij. Deze speelplek is door ouders en kinderen gerealiseerd in samenwerking met professionals. Met betrekking tot bouwsteen 5 (voorzieningen) is de realisatie van het SutuCourt een aansprekend voorbeeld.

Welke vaardigheden zijn nodig?

HBO-professionals hebben verschillende vaardigheden nodig om een bijdrage te leveren aan de gezonde stad. Hieronder volgt een kort overzicht.

- Algemeen: interdisciplinair kunnen samenwerken in een programma, gericht op het integraal bevorderen van gezondheid bij inwoners in een stad
- Kennis: kennis hebben van actuele gezondheidsonderwerpen en het kennen van actoren die invloed uitoefenen op gezondheid.
- Vaardigheden en vakinhoudelijk gedrag: verbindingen kunnen leggen tussen de eigen kwaliteiten en aanvullende kwaliteiten die wenselijk zijn en weten waar die kwaliteiten te vinden zijn.



Het HBO-lesboek Slimme en Gezonde Stad is in gedrukte vorm te bestellen (€19,95 excl. btw en verzendkosten) of gratis te downloaden.

Deel dit artikel