Project

Schiebroek-Zuid heeft weer een voorbeeldrol

In Schiebroek-Zuid, een naoorlogse wijk in een grote stad, met alle problematiek die daarbij hoort, loopt sinds april 2011 een stadslandbouwproject. Wat begon met een klein groepje enthousiastelingen en drie tuinen, groeide uit tot een project dat zich als een olievlek verspreidt door de wijk. Inmiddels zijn er 29 moestuinen in gebruik door de buurtbewoners.

Werkloosheid, vandalisme en overlast. Schiebroek-Zuid in Rotterdam had lange tijd geen voorbeeldrol. Met het stadslandbouwproject kwam daar verandering in. De wijk is voorloper in het beter benutten van de openbare ruimte. Schiebroek-Zuid in Rotterdam is een wijk zoals veel grote steden die kennen. Een naoorlogse wijk, in dit geval speciaal gebouwd voor de mensen die Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog hebben geholpen met de wederopbouw. Ruim opgezet, met veel groen. Maar in de loop der tijd is Schiebroek-Zuid achteruit gegaan. Veel van de oorspronkelijke bewoners zijn verhuisd naar andere delen van de stad, of zijn inmiddels overleden. Schiebroek-Zuid, met zijn relatief lage huren, herbergt hierdoor een concentratie van sociaaleconomisch zwakke maatschappelijke groepen. De wijk kenmerkt zich door een hoge werkloosheid, daarbij zijn er weinig voorzieningen en winkels. Wie vanaf metrostation Meijersplein de wijk inloopt, komt eerst nog wat nieuwbouwwoningen tegen, maar verderop zijn het vooral sociale huurwoningen die het straatbeeld domineren.

Duurzaamheidsvisie

Het moestuinenproject is het directe gevolg van een uitgebreide duurzaamheidsvisie die woningcorporatie Vestia enkele jaren geleden liet opstellen. In 2011 stond Schiebroek-Zuid (nog) niet bekend als zogenaamde krachtwijk, toch zag woningcorporatie Vestia genoeg redenen om de buurt een echte boost te geven. Ze vroeg adviesbureau Except daarom een duurzame visie te ontwikkelen voor Schiebroek-Zuid. Consulent Leefbaarheid Iris Aalbers van Vestia: “Het was een ambitieus plan, dat als doel had dat de hele wijk zelfvoorzienend werd, zowel qua voedsel als economie. Nieuwbouw was onderdeel van het plan, maar dat is nu natuurlijk van de baan.” Aalbers doelt op het feit dat Vestia in 2012 bijna failliet ging na het doen van riskante beleggingen. Het volledige plan bleek dus niet haalbaar, maar het onderdeel over stadslandbouw wilde Vestia graag uitvoeren. “Zelfvoorzienend worden is een utopie, simpelweg omdat niet iedereen het leuk vindt om een moestuin te hebben. Veel mensen vinden dat te veel gedoe, die gaan liever naar de supermarkt voor hun eten. En dat is ook prima”, aldus Caroline Zeevat, die het moestuinenproject begeleidt.

“De stadslandbouw in de wijk is een belangrijke sociale drijfveer. Het dient als ontmoetingsplaats die sociale cohesie versterkt en daarbij vaak naar binnen gerichte groepen (bijvoorbeeld allochtone vrouwen) stimuleert om deel te nemen aan het functioneren van de wijk. Bovendien draagt het bij aan de zelfvoorzienendheid van de bewoners.”

Bovenstaande tekst is een passage uit het 794 pagina’s tellende boekwerk ‘Mooi en Duurzaam Schiebroek-Zuid’ van Except en is in een notendop precies wat Vestia voor ogen had toen de corporatie het stadslandbouwproject opstartte. Zelfstandig onderneemster Caroline Zeevat werd uit drie personen gekozen om de kar te trekken. “Ik heb zelf een volkstuin en heb dus veel ervaring met tuinieren in een gemeenschap”, vertelt ze op de plek waar het allemaal begonnen is, in de moestuin aan de Krabbestraat. Samen met Iris Aalbers vertelt ze het verhaal van de moestuinen van Schiebroek-Zuid, gezeten op een picknickbankje in het warme najaarszonnetje. “Ik ben zelfstandig ondernemer, wel uit Rotterdam maar niet direct uit de buurt. Ik heb een volkstuin hier niet ver vandaan. Vestia zocht iemand om hun project te leiden en dus heb ik een plan gemaakt en dat gepitcht bij Vestia.” “Wat ons zo aansprak in het plan van Caroline, was haar kennis en kunde wat betreft het tuinieren. Maar ook het feit dat ze echt wilde luisteren naar de mensen uit de buurt en het grote netwerk van Caroline beviel ons goed. Bovendien was haar plan niet voor één jaar, maar voor de langere termijn”, aldus Aalbers.

Op tour door Rotterdam

Zeevat: “Toen ik eenmaal projectleider was geworden, begon het pas echt. Tijdens een bewonersbijeenkomst heb ik geïnventariseerd wie er interesse had in een moestuin. Dat waren er een paar en hen heb ik gevraagd om een plannetje te maken voor hun eigen tuin. Een week later heb ik een afspraak met ze gemaakt en de plannen bekeken. De bewoners hebben zelf de plekken aangewezen waar ze een moestuin zouden willen hebben. Ik heb eerst grondmonsters genomen om te kijken of de grond wel veilig was om in te tuinieren. Vervolgens hebben we waar nodig de struiken gerooid, de grond gefreesd en vermengd met goede compost.”

De moestuin aan de Krabbestraat is inmiddels uitgegroeid tot een forse tuin, met groenten, kruiden en bloemen. Zo aan het eind van het seizoen zijn er niet heel veel groenten meer, maar toch glanzen oranje pompoenen in de zon, hangen pepertjes in een struik en in een hoek wordt geëxperimenteerd met linzen. De tuin wordt omgeven door een hekje van schapengaas, om zo de vele ganzen die door Schiebroek-Zuid struinen weg te houden van de groenten. De tuin wordt beheerd door een groepje vrouwen. “We zijn samen op tour geweest door Rotterdam, onder meer langs de Moestuin aan de Maas, om inspiratie op te doen voor de tuinen”, herinnert Zeevat zich. “Nu zijn we zo ver, dat deze tuin juist als inspiratie dient voor andere tuinen in deze buurt.” De vrouwen staan inmiddels regelmatig met hun oogst op de markt en verdienen zo een klein zakcentje, dat ze weer aan de tuin kunnen besteden.

Olievlek

Degenen die een eigen moestuintje willen hebben en een goed plan hebben, worden door Vestia op weg geholpen. Van Caroline Zeevat krijgen ze een boekje met handige tips en trucs voor het tuinieren en een tuinkalender. Verder ontvangen ze een eigen teil en wat klein gereedschap, bijvoorbeeld een schepje en een hark. Groot gereedschap is voor gemeenschappelijk gebruik beschikbaar in een garagebox aan de Krabbestraat. Wat begon met drie tuinen rond de Krabbestraat, is uitgegroeid tot een groot project van 29 tuinen. “Je ziet dat het zich als een olievlek over de buurt uitspreidt. En elke keer lijken de tuinen ietsje beter te worden, omdat de nieuwe tuinders leren van de vorige tuintjes. De moestuintjes bevinden zich zowel op de grote grasvelden tussen de flats en appartementen, als langs de gevels. Zeevat houdt een oogje in het zeil en spreekt bewoners erop aan als een tuin dreigt te verloederen. “Maar eigenlijk is dat bijna nooit nodig. Dat is ook hetgeen waar ik het meest trots op ben, de bewoners doen het echt zelf. Aan de meeste tuinen hoef ik niets meer te doen. En mocht het budget dat we van Vestia krijgen stopgezet worden, dan zouden de bewoners ook verder kunnen. Ze moeten dan alleen zelf de benodigde materialen kopen.”

Sociale cohesie en leefbaarheid

Lopend door de wijk wordt duidelijk hoe groot het project eigenlijk is. Hoewel de meeste tuintjes zich in de openbare ruimte bevinden, heeft ook een seniorencomplex de beschikking gekregen over een eigen tuintje in een kas. En niet in elke tuin worden groenten verbouwd, er is ook een bloemenpluktuin met bijbehorende kas gemaakt. Eén van de doelen van het stadslandbouwproject in Schiebroek-Zuid was het versterken van de sociale cohesie. Een doelstelling die ruimschoots wordt gehaald, zo blijkt uit het verhaal van Zeevat. “De mensen praten weer met elkaar, komen in elkaars tuintje kijken en helpen elkaar. De mensen zijn weer trots op hun buurt.” Een tweede doelstelling van Vestia was het verbeteren van de leefbaarheid in Schiebroek-Zuid. Iris Aalbers: “Deze buurt bestaat uit sociale woningbouw en we kampen hier met alle issues die daarbij horen. De problemen zijn niet weg, dat moet ik benadrukken. Maar mensen zijn wel geïnteresseerd in elkaar, de sociale controle is hoger. De problemen zijn minder dominant dan voorheen. Vroeger werd er nog wel eens rotzooi van vier hoog naar beneden gegooid, nu daar moestuintjes staan, gebeurt dat veel minder. Er is respect voor andermans spullen.” Zeevat: “De bewoners spreken elkaar er nu meer op aan als er troep wordt gemaakt. Dat zijn wel de mensen die altijd al netjes waren, maar ze trekken nu meer hun mond open.” Andere doelstellingen waren bijvoorbeeld het beter gebruiken van het groen in de wijk, de gezondheid van de bewoners verbeteren en educatie voor kinderen. Het gaat misschien langzaam, maar zeker gestaag, de positieve ontwikkeling in deze wijk. Schiebroek-Zuid heeft weer een voorbeeldrol.

Deel dit artikel