Artikel

Smart City: geen science fiction maar haalbare kaart

Gemeenten willen aan de slag met smart city. Willen met data hun stad of dorp leefbaarder en slimmer maken. Maar hoe doe je dat? De praktijk is weerbarstig, zo bleek tijdens de bijeenkomst De Intelligente Stad anno 2018 van CROW Levende Stad.

Vooral gemeenteambtenaren maar ook deelnemers van marktpartijen waren afgekomen op de bijeenkomst op het kantoor van CROW in Ede. Ineke Westerbroek trapte af, met een korte inleiding en een inventarisatie van de bezoekers. “De basis van de intelligente stad is data, maar hoe zorgen we ervoor dat we met die data meerwaarde creëren en dat smart city geen science fiction is?”

 

Maarten van ’t Eind van de gemeente Almere nam vervolgens het stokje over. Als onderdeel van de afdeling Stadsruimte pakte hij recentelijk het onderwerp intelligente stad op in zijn gemeente. “Ik sta dus eigenlijk aan het begin van een zoektocht”, zei Van ’t Eind.

 

Volgens Van ’t Eind zijn er drie manieren om naar data te kijken: data ophalen, data op orde hebben en data integreren tussen domeinen. In Almere probeert men momenteel antwoorden te krijgen op twee grote vraagstukken. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat je data uit verschillende domeinen met elkaar verbindt? Als voorbeeld noemt Van ’t Eind de zelfrijdende auto. In beginsel een mobiliteitsonderwerp, maar wel een die grote gevolgen heeft voor de inrichting van de openbare ruimte.

 

Als tweede uitdaging ziet Van ’t Eind de veranderende verhouding met de private sector. Hoe ga je als gemeente om met een commerciële partij die de openbare verlichting in handen wil krijgen, niet alleen voor verlichting als primair doel, maar ook om de lichtmast voor andere doeleinden te gebruiken?

 

In Almere gebeurt een heleboel als het gaat om data, maar vooral sectoraal. Zo zijn er veel iVRI’s, worden bruggen en sluizen op slimme manier bediend en werkt de beheerafdeling met groendata. Er is echter weinig verbinding tussen afdelingen, het is zelfs persoonsafhankelijk welke rol data speelt bij beheer van de openbare ruimte. De cultuuromslag moet nog komen.

 

Ellen Hoogeveen van HR Groep liet de aanwezigen zien wat er mogelijk is met data en sensoren in de praktijk. Zo is bijvoorbeeld makkelijk het aantal schouwrondes te beperken, als je van afstand kunt zien of de verkeersborden nog in orde zijn. Door van dit soort objecten in de openbare ruimte meetpunten te maken, wordt het mogelijk te monitoren, meten en in te grijpen.

Groepsdiscussies

Na het plenaire deel ging de groep uiteen om in kleiner comité concrete uitdagingen te bespreken. Drie onderwerpen passeerden in twee rondes de revue: het juridisch kader, de technische mogelijkheden en de organisatorische en beleidsvragen die smart city opwerpt.

 

Over het algemeen blijkt dat bij de meeste gemeenten een duidelijk kader ontbreekt. Data is een middel om ruimtelijke en mobiliteitsvraagstukken op te lossen. Maar vervolgens is nog onduidelijk wat wel en niet mag, het juridisch kader ontbreekt of is niet helder genoeg bij de uitvoerende ambtenaren. Een discussie over de kip en het ei ontstond over of data kan helpen bij keuzes maken of dat je eerst je ambitie als gemeente helder moet hebben. Beiden zijn interessant. Tot slot is het voor velen nog een zoektocht naar goede communicatie en samenwerking tussen verschillende domeinen. Overstijgende functies op het gebied van data-analyse of juridisch vlak zouden daarbij kunnen helpen.

 

Qua technologie is heel veel mogelijk zoals slimme lichtmasten die CO2 en geluidsoverlast kunnen meten, de eerder genoemde slimme bebording en slimme afvalbakken die de vulgraad meten. Bij dit laatste voorbeeld speelt cultuur ook een rol: het idee is dat vuilniswagens dan een route gaan rijden van de meest naar de minst volle vuilnisbakken. Maar wat als de chauffeurs besluiten de route te blijven rijden die ze al jaren reden? Een cultuuromslag is dan nodig om profijt te hebben van de nieuwe technieken.

 

Om binnen gemeenten helder te krijgen wat precies wel en niet mag op het gebied van dataverzameling wordt een oproep gedaan voor de ontwikkeling van een landelijk kader waarin dit helder en praktisch wordt omschreven. Nu lijkt elke gemeente het wiel zelf te moeten uitvinden.

 

Bij samenwerking met marktpartijen die data verzamelen voor overheden is het van groot belang goed vast te leggen wie eigenaar is van de data. Velen vinden het belangrijk dat de overheid eigenaar blijft van de ruwe data, om te voorkomen dat ze data bij marktpartijen moeten terugkopen als ze deze nodig hebben. Een mogelijkheid kan zijn dat de marktpartijen worden betaald voor het leveren van een dienst in plaats van een product.

 

Om het toewerken naar een slimme stad te borgen in gemeentelijke organisaties is het van belang een helder beleid te vormen. De slimme stad is geen doel op zich maar moet bijdragen aan organisatiedoelstellingen. Klein beginnen met enkele slimme assets en dit vervolgens steeds verder uitbouwen kan helpen om het proces soepel en overzichtelijk te laten verlopen. Door datamanagement zullen rollen en bevoegdheden veranderen binnen de gemeentelijke organisaties. Hierbij is het van belang de data consistent, overzichtelijk en toegankelijk te maken voor iedereen (systemen integreren). Het is een uitdaging voor ambtenaren om hun bestuurders heldere scenario’s  voor te leggen op het gebied van data en de slimme stad, zodat de bestuurders een goede afweging kunnen maken.

Toekomstgericht beheer

Deze bijeenkomst maakt onderdeel uit van de serie “De toekomst van beheer” van CROW Levende Stad. Onze steden zullen komende jaren een transformatie ondergaan vanwege de klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsvraagstukken, vergrijzing en ga zo maar door. De beheerder van de openbare ruimte speelt in deze transformatie een cruciale rol vanwege zijn centrale positie in de samenwerking tussen alle belanghebbenden, zijn integrale aanpak, en de kans om deze transitie te koppelen aan vervangingsopgaven. De beheerder is de continue factor om er voor te zorgen dat de openbare ruimte op de toekomst wordt voorbereid.

 

Deel dit artikel