Artikel

Van stadsplein tot multifunctionele ruimte

Doorheen de geschiedenis bleef ’t Zand in Brugge een open en multifunctionele ruimte. Aanvankelijk buiten de stad, maakte ze sinds de stadsuitbreiding op het einde van de dertiende eeuw integraal deel uit van het stedelijk weefsel. Wel veranderde het uitzicht. Dit door de inrichting, eigen aan elke periode. Een constante sinds eeuwen waren de bomen.

De grootte en rechthoekige vorm van tZand in Brugge maakte van het plein in een ver verleden de geschikte plek voor grote bijeenkomsten zoals steekspelen, publieke executies en de veemarkt. Met de komst van de trein in de negentiende eeuw kreeg deze ruimte niet alleen een nieuw uitzicht, maar ook een nieuwe functie. Handig daarbij was haar ligging tegen de omwalling aan.


Toen het station in de tweede helft van de twintigste eeuw buiten de vesten kwam te liggen kon de auto verder gebruik
maken van de lineaire structuur van het spoor. Je kon er niet naast, het gemotoriseerde verkeer bleef een factor van betekenis voor de plek. Met de inplanting van het concertgebouw kwam daar enigszins verandering in. Niet alleen door de uitstraling van het gebouw, ook door de rol van ontmoetingsplek dat het aan het plein teruggaf. Bleef de ruimte op zich. Als voorplein en schakel tussen de straten uit de buurt hoeft die heel wat in zich te hebben, zoals groenbeleving, vlotte doorgang, pleisterplek, structuur.

Hedendaagse schakel in middeleeuws stadsweefsel 

Het is een paradox, maar zo zit onze wereld nu eenmaal in mekaar: historische lagen en hedendaagse noden op één plek. Je kan er niet omheen. In de eerste plaats is Brugge een stad van mensen: burgers die er wonen of werken, maar ook toeristen van over heel de wereld. Op de tweede plaats een uniek kader met een aaneenschakeling van monumenten, moderne gebouwen, een oud weefsel en recente infrastructuur.


Sommige plekken lijken in beide opzichten voorbestemd om de rol van knooppunt te spelen. Op
t Zand bijvoorbeeld. Mensen komener al dan niet in stromen bij mekaar, terwijl de ruimte de aspecten van moderniteit en historische erfenis in zich verenigt.

Mobiele mens vraagt om een knooppunt 

Trein, bus en auto vragen elk om een eigen infrastructuur. Tot een eeuw of twee terug was dat in hoofdzaak paard en kar. Die verzamelden zich aan de stadspoorten. Nu dringen bus en auto het stadsweefsel binnen en geven mee vorm aan de poortsite van t Zand. Hoewel iets buiten de oude stad maakt de trein er ook nog deel van uit. Vanuit deze site trekken veel bewoners en bezoekers de stad in of reizen ze verder door.Anderen blijven even ter plaatse of lopen dwars door de ruimte naar de wijk achter het plein. 


Al deze functies, verkeer, parkeren, doorstroming, verblijf, circulatie, vragen om een organisatie van de ruimte en om een adequate vormgeving. Het vroegere plein leunde enerzijds nog te veel aan bij het historisch concept, terwijl het verkeer te prominent aanwezig was en het contact tussen de stadskern en de oude wijk in het westen bemoeilijkte. Op die manier hield het plein iets in zich van een transitzone.

Een nieuw plein: functionaliteit en beleving staan centraal 

Om het plein van gevel tot gevel terug aan de stad te geven drong een nieuwe verkeersafwikkeling zich op. Zo is doorgang langs de gevels aan de kant van de binnenstad niet meer mogelijk. Alleen het bestemmingsverkeer, laden en lossen bijvoorbeeld, wordt hier nog toegestaan. Daar tegenover staat dat een auto nog wel door kan langs de noord- en de westzijde. Maar de verbinding van het westelijke deel van het oude Brugge met de stadskern wordt doorgeknipt.



Dit is een keuze. Wie zich gemotoriseerd verplaatst
, kan omrijden, fietsers en voetgangers krijgen rechtstreeks toegang tot de assen naar het centrum. Het plein als tussenstap, tussen de vrijstaande Sint-Salvatorkathedraal en de Markt met het belfort, maakt daar deel van uit. Belangrijk is dat de zwakke weggebruikers zich ongehinderd binnen deze binnenstedelijke ruimte kunnen verplaatsen. In de eerste plaats moeten zij de stad maximaal kunnen beleven. De inrichting is dan ook helemaal in functie van hen bedacht. En wel zo dat hedendaagse vormgeving samengaat met de historische context.


Niets is wat het lijkt, het plein voelt wel rechthoekig aan, maar is dat ni
et. De ontwerpers speelden daarop in door de verharding op te splitsen in grote rechthoeken, die de lichte, kromme lijn van de gevels volgen. Bijzonder zijn de monoliet-zitbanken in beton. Het meubilair dient als zitplaats en als kuip voor een aantal bomen.

Bomen en het groene karakter 

In tegenstelling tot de Markt stonden er op t Zand sinds eeuwen al bomen. Volgens oude kaarten langs de wanden. Met het bovengronds fietsverkeer, de constante doorloop van bewoners en bezoekers vanuit bus- en treinstation, maar ook vanuit de ondergrondse parkeergarage was er nood aan een andere opstelling. Dit vooral voor het verblijf. Niet dat mensen lang plaats zullen nemen op één van de banken. Integendeel, ze komen, blijven even en verdwijnen weer in de mensenstroom in de straten van de historische stadskern.


Op adem komen gebeurt wellicht onder
de bomen langs de pleinwand tegen de stad aan. Door de ondergrondse infrastructuur was er te weinig volle grond voor het wortelvolume van deze kanjers met een groot groenvolume. Hele ondergrondse, langgerekte kokers op manshoogte werden dan ook gebouwd om de grote Lindes de kans te geven zich te ontplooien.


Met deze voorzieningen zal deze ruimte op termijn een groen stadsplein blijven.
De uitloper van het plein aan het water heeft door zijn smalle vorm een meer intimistisch karakter.In belangrijke mate dragen bomen hier bij tot de geborgen sfeer. 


Dit artikel komt Rescape 03/2018. Lees meer van Rescape in onze bibliotheek



Dit artikel komt uit ReScape

Deel dit artikel