De ruimte in Nederlandse steden raakt op. Waar gemeenten vroeger nog op braakliggende grond konden bouwen, gaat het nu vrijwel overal om inbreiden: vergroenen, vernieuwen en herinrichten binnen bestaande wijken. In die context stapelen bestuurders, opdrachtgevers en beleidsadviseurs hun ambities op elkaar, terwijl de vierkante meters daar niet op meegroeien. Nijmegen koos daarom voor waardegedreven werken met een verbreed ambitieweb. Inge van den Hoogen, opgavetrekker en opdrachtgever binnen de gemeente, vertelt hoe de stad keuzes naar voren haalt.
Het ambitieweb als kompas bij waardegedreven werken in Nijmegen
De aanleiding voor het ontwikkelen van het ambitieweb lag in een patroon dat veel gemeenten zullen herkennen. Ambities werden op elk niveau opgeteld, maar nergens afgewogen. "Het bestuur stapelt ambities, opdrachtgevers stapelen ambities, beleidsadviseurs stapelen ambities", schetst Van den Hoogen. De rekening belandde uiteindelijk op het bord van het projectteam, dat op straatniveau moest oplossen wat hogerop niet was uitgesproken.
Dat vond de gemeente niet langer houdbaar. "Je vraagt mensen op het operationele niveau om strategische keuzes te maken." De gemeente wilde die afweging naar de voorkant verplaatsen. “Als alle ambities passen, kan een project ze gewoon allemaal uitvoeren. Maar zodra ruimte schaars wordt, moet vooraf duidelijk zijn welke ambities in een gebied het zwaarst wegen”, vindt Van den Hoogen.
‘Je vraagt mensen op het operationele niveau om strategische keuzes te maken’
Een bekend instrument, nieuw leven ingeblazen
Nijmegen greep niet naar iets volledig nieuws, maar bouwde voort op het ambitieweb van CROW. Dat was al in gebruik, al beperkten projectleiders het meestal tot duurzaamheid. Een afstudeerstagiair meldde zich met het idee het web nieuw leven in te blazen, precies toen de gemeente twee jaar eerder met portfoliomanagement was begonnen. "Soms komen er dingen ook gewoon mooi bij elkaar."
Dat portfoliomanagement bleek de sleutel. Niet alleen ruimte is schaars, ook capaciteit. Projectleiders werden vroeger toegewezen op volgorde van binnenkomst, zonder afweging waar Nijmegen het meeste aan had. Die afweging maakt de gemeente nu wél, en in datzelfde overleg wordt bepaald of een project een ambitieweb nodig heeft. Niet elk project vraagt om die volledige exercitie, maar bij ingrijpende opgaven ontstaat juist ruimte om ambities mee te koppelen. Denk aan het creëren van nieuwe openbare ruimte of het aanleggen van snelfietsroutes.
Het opdrachtoverleg: alle professies aan één tafel
De kern zit in wat Nijmegen het opdrachtoverleg noemt. Beleidsadviseurs vullen aan de voorkant het ambitieweb in op basis van de omgevingsvisie en bestaande gebiedskennis, en geven aan welke prioriteit hun thema zou moeten krijgen. Vervolgens komt iedereen bij elkaar: de opdrachtgever, de beleidsadviseurs en de wijkregisseurs voor fysiek, sociaal en veiligheid. Elke adviseur houdt een korte pitch, waarna er samen wordt gediscussieerd.
Daar gebeurt iets wat in losse één-op-één-gesprekken zelden lukt. De afspraak is dat maximaal drie ambities de hoogste prioriteit krijgen. Niet meer, want dan is de gemeente terug bij het stapelen. Tot Van den Hoogens verrassing verliep dat soepel; soms schikte iemand uit eigen beweging in. "Ik vond mezelf de hoogste prioriteit, maar nu ik jullie hoor, is dat veranderd", klonk het dan. Een onafhankelijke voorzitter bewaakt het proces en let erop dat iedereen evenveel ruimte krijgt in het gesprek.
Komen er zeven ambities met de hoogste prioriteit naar voren, dan is dat op zichzelf een signaal en volgt bestuurlijke opschaling. Nijmegen verwacht zo'n 80 procent van de knelpunten ambtelijk af te vangen; de rest komt bij het college. “Voor bestuurders was dat wel even wennen: ‘Gaan we het nu echt over die ene boom hebben?’ Dan leg ik uit dat het over het verhaal achter die boom gaat. Wat is belangrijker, duurzaamheid of evenementen?"
%20700.jpg)
Ambities met en zonder budget
Een opdracht moet realistisch zijn qua financiën. Van den Hoogen illustreert dat met de Spoorbuurt in Hengstdal, een buurt die met flink wat wateroverlast te maken heeft gehad. Het hoogste ambitieniveau voor klimaatadaptatie vroeg om een dure ondergrondse opvangbak; de gemeente koos voor de op één na beste optie, een riool met grotere diameter. Het ambitieniveau zakte, maar de prioriteit bleef onverminderd hoog.
Waardevol is ook het gesprek over ambities zónder eigen budget. Thema’s als gezondheid en bewegen kunnen vaak worden meegenomen in ruimtelijke projecten zonder noemenswaardige meerkosten. In het verleden werden deze onderwerpen echter niet als vanzelf meegenomen in projecten, het was soms echt leuren bij andere collega’s. Door het opdrachtoverleg hoeft dat niet meer.
‘Ik ben onder de indruk hoeveel kennis er over een gebied binnen anderhalf uur op tafel komt’
Samenwerking met het sociale domein
De structurele aanwezigheid van het sociale domein in het opdrachtoverleg noemt Van den Hoogen een doorbraak. Vroeger hing dat af van de vraag of een projectleider toevallig aan een sociale collega dacht. Nu zijn ze er altijd bij. De prijs van het níét vroegtijdig delen van kennis maakt ze concreet: in een aan een opdracht toegevoegd straatje bleek een moskee te staan, met grote parkeerdruk op vrijdag. Een jaar lang voerde de gemeente gesprekken, tot bleek dat mobiliteit allang afspraken met de moskee had. "Als we hier anderhalf uur voor dat ambitieweb hadden gezeten, dan hadden we dat aan de voorkant geweten."
De afweging vooraf maakt keuzes ook beter uitlegbaar aan inwoners. In de Spoorbuurt moesten bomen wijken voor het riool, maar het verhaal valt nu helder te brengen: "Het water heeft tot de drempel gestaan, dus dit is prioriteit nummer één."
Een levend document met open einden
Nijmegen werkt nog maar sinds begin 2026 met de aanpak, na een jaar voorbereiding. Toch ziet Van den Hoogen al verschil: opdrachtgevers hoeven niet langer als spil tussen disciplines te pendelen. "Ik ben onder de indruk hoeveel kennis er over een gebied binnen anderhalf uur op tafel komt."
Open einden zijn er ook: de koppeling met het beheer, de mate van controle op ontwerpen, en de inhoud van het web zelf. Het web blijft uitdrukkelijk een levend document dat na een half jaar wordt geëvalueerd en het vigerende beleid weerspiegelt. De grote gebiedsontwikkelingen vallen voorlopig nog buiten de aanpak. Daar ligt de vuurproef: lukt het waardegedreven werken ook daar, dan lukt het overal.
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 3/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Nieuwe speeltuin in Roosendaal richt zich op toegankelijk spelen
19 mei om 13:16 uurSpelen zou voor ieder kind vanzelfsprekend moeten zijn, met of zonder beperking, maar dat kan nog lang niet in…
Niet meer licht, maar beter licht: Maastricht omarmt Dark Sky
19 mei om 09:13 uurSteeds meer gemeenten vervangen verouderde openbare verlichting. Maastricht gebruikte dat moment niet alleen om…
Panel: water en bodem moeten te allen tijde sturend zijn bij de inrichting van de stedelijke openbare ruimte
13 mei om 13:17 uurSinds 2022 is het principe ‘water en bodem sturend’ richtinggevend voor de inrichting van Nederland. Het…
Wat Nijmegen leert van vier jaar duizend bomen planten
12 mei om 10:41 uurDuizend extra bomen per jaar planten in een bestaande stad klinkt overzichtelijk, maar blijkt in de praktijk…
Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp nu ook online beschikbaar
11 mei om 13:42 uurHet Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp (OGLO) is nu online beschikbaar. De publicatie is een initiatief van…
145.000 kasseistenen voor functie én uitstraling
8 mei om 14:54 uurDe herwaardering van de buitenruimte vraagt om materialen die méér doen dan alleen functioneel zijn. Met de…
Publicatie Groen op de Balans pleit voor nieuwe collectiviteit rond stedelijk groen
7 mei om 11:11 uurHoewel het belang van groene openbare ruimte wetenschappelijk ruimschoots is aangetoond, blijft groen in de…
Hoe toegankelijk is het winkelcentrum in uw gemeente?
4 mei om 09:16 uurIn de rubriek Platform Toegankelijkheid belicht Denise Janmaat, directeur van het Nederlands Instituut voor…
