Waar in Heusden nu nog speeltoestellen voor basisschoolkinderen op plat gemaaid gras staan, komen de komende jaren uitdagende beweeg- en ontmoetplekken voor jong en oud. De gemeente wil tussen 2023 en 2033 ruim honderd van deze plekken aanleggen. "We willen niet alleen voor alle leeftijden beweegaanbod realiseren, maar ook preventief inzetten op thema's als eenzaamheid en andere gezondheidsklachten. Bovendien kunnen we meteen maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie en biodiversiteit meenemen."
Heusden vervangt 150 speeltuintjes door ruim 100 beweeg- en ontmoetplekken
Heusden telt ongeveer 47.000 inwoners, verdeeld over elf dorpskernen die ooit tot de drie zelfstandige gemeenten Heusden, Vlijmen en Drunen behoorden. Tot voor kort had de gemeente zo’n 150 speellocaties, grotendeels naar hetzelfde traditionele recept. “Gericht op kinderen van 4 tot 12 jaar, plat gemaaid gras en dan in een hoekje staan speeltoestellen op een lapje kunstgras. Zo ziet en zag het merendeel eruit”, vertelt Sanne de Bruyckere, beleidsmedewerker sport, bewegen en ontmoeten bij de gemeente.
Die aanpak begon tijdens de coronaperiode te wringen. “We kregen steeds meer aanvragen van volwassenen en senioren die ook gebruik wilden maken van die buitenruimte, om te sporten of om elkaar te ontmoeten,” zegt ze. “En je ziet steeds meer individualisering van de maatschappij, mensen zitten veel achter de eigen voordeur. Dat is geen gewenste situatie.”
Tegelijk stapelden de ruimtelijke opgaves zich op: klimaatadaptatie, biodiversiteit en een forse wateropgave. “Dat hebben we eigenlijk allemaal een beetje samengepakt. Daar zijn dan beweeg- en ontmoetlocaties uit voortgekomen, bedoeld voor mensen van nul tot 99-plus jaar.”
'We willen echt plekken maken die voor iedereen prettig zijn, niet alleen voor ouders met kinderen'
Kijken naar de hele plek
Hoewel op die plekken de speelcomponent dominant aanwezig blijft, is de blik verbreed. “We kijken nu naar de hele plek. Daar zetten we meer bomen neer, struiken en bloemrijk gras. En er komen paden, zodat het ook voor mensen met rolstoel, kinderwagen of rollator te belopen is.” Er verschijnen bankjes, calisthenics-toestellen voor oudere doelgroepen en zelfs een fysio-revalidatiepad, voorzieningen die in de traditionele speeltuin ondenkbaar waren. “We willen echt plekken maken die voor iedereen prettig zijn, niet alleen voor ouders met kinderen.”
In plaats van speeltuintje voor speeltuintje, werkt Heusden wijkgericht. Een bewuste keuze, legt De Bruyckere uit. “Sommige wijken hebben wel zeventien locaties. Je ziet dan tien keer dezelfde schommel of glijbaan staan. We willen meer verschillen tussen de locaties. Door de ene plek meer in te richten voor sporten en een andere meer voor spelen, kunnen we meer impact maken. Op de ene plek richt je je dan meer op ouderen, en op een andere plek doe je bijvoorbeeld voor kinderen iets met zand- en waterspel.”
Afscheid van de eenzame wipkip
Van de 150 bestaande speellocaties blijven er ruim honderd over. “We gaan afscheid nemen van ongeveer een derde,” zegt De Bruyckere. Het gaat vooral om wat zij ‘de eenzame wipkippen’ noemt: plekjes met slechts één speeltoestel en dus minimale speelwaarde.
De herinrichting wordt deel gefinancierd uit de al geplande vervangingsmiddelen. “Bijna het volledige arsenaal is tussen 2023 en 2033 niet alleen financieel, maar ook fysiek afgeschreven,” legt De Bruyckere uit. “We moeten dus toch echt aan de gang met die locaties, anders staat er straks niks meer dat aan de veiligheidseisen voldoet.” Die vervangingsopgave bleek de sleutel om andere ambities eraan te koppelen, wat ook budgettair voordelen biedt. “Als een wadi wordt geplaatst, wordt dat volledig betaald vanuit water. En als er extra groen bij moet, brengt groen ook geld mee. Dan komt dat mooi uit.”
Gecombineerde aanbesteding
Om dat te laten werken, koos Heusden voor een gecombineerde aanbesteding van spelen, water en groen, een nog weinig gangbare strategie. “Dat was daarom echt een flinke zoektocht,” vertelt De Bruyckere. “Ook voor de partijen die inschreven was het nieuw: het zijn óf hoveniers óf speeltuinleveranciers, en nu moesten ze beide rollen vervullen.”
De gemeente liet zich begeleiden door een extern aanbestedingsbureau: “Niet alleen omdat die bureaus soms nieuwe ideeën hebben. Maar zeker ook omdat ze onafhankelijk zijn. Dat is belangrijk, omdat intern ook ieder zijn eigen belangen heeft en zich gehoord wil voelen.”
Om gezamenlijke opgaven in de buitenruimte optimaal op te kunnen pakken, was De Bruyckere daarom vanuit Sport al dichter op het ruimtelijk domein gaan zitten. “Zij gaan over de openbare ruimte en daar werken we nu veel meer mee samen.” Dat gaat met vallen en opstaan, erkent ze. “We lopen nog steeds tegen heel veel problemen aan, maar we spreken inmiddels in ieder geval dezelfde taal: ik weet wat wadi’s zijn, snap meer over groen en zij snappen ons nu ook beter. Dus dat gaat goed, maar we merken dat meervoudig ruimtegebruik lastig is. We hebben allemaal dezelfde vierkante meters nodig, dus er blijven doorlopende discussies.”
'Niet polsen wat mensen aan spullen willen, maar naar activiteiten vragen en of ze daar zelf een bijdrage in willen leveren'
Pilot in De Vliedberg
In de grote transformatie was De Vliedberg in Vlijmen de eerste wijk op de lijst. Een pilotwijk: “Daar hebben we veel tijd ingestoken om tot een blauwdruk te komen, die dan in de andere wijken konden uitrollen.”
In dat proces werden de wensen van alle betrokkenen geïnventariseerd. Eerst die van de gemeente zelf, daarna die van professionele gebruikers (scholen, fysiopraktijken, sportscholen, buurtsportcoaches, jongerenwerk) en vervolgens ontvingen de bewoners een ansichtkaart met een QR-code naar een vragenlijst. Na een check van de gemeente konden de ontwerpers aan de slag.
.png)
“De ontwerpers plotten een ontwerp over de hele wijk. De schetsontwerpen gaan vervolgens rond, eerst intern om te kijken of alles wel realiseerbaar is. En daarna ook naar de bewoners via inloopavonden en digitaal. Dan volgt een definitief ontwerp, waar de gemeente dan op reageert en de direct omwonenden dan nog op wat kleine details kunnen reageren.”
In de Vliedberg was ook extra budget en begeleiding vanuit het project Buitenkans, via Jantje Beton, de Cruijff Foundation, de Richard Krajicek Foundation en andere partijen. “Dat richtte zich op de groep van 10-13-jarigen, best een lastige leeftijd. Daar hebben we dingen van geleerd zoals hoe je die groep het best kunt benaderen, wat ze graag willen en hoe je ervoor zorgt dat die kinderen weer naar buiten gaan. Dat hebben we ook in onze blauwdruk voor andere wijken meegenomen, zodat we dit kunnen toepassen in andere wijken.”
Naast de fysieke inrichting groeit de aandacht voor wat er ná de oplevering gebeurt. “Die software-kant nemen we nu veel meer mee dan voorheen. Daar hadden we eigenlijk vroeger geen aandacht voor,” zegt De Bruyckere. Ze legt uit hoe ze dat aan de voorkant in het proces meeneemt: “Niet polsen wat mensen aan spullen willen, maar naar activiteiten vragen en of ze daar zelf een bijdrage in willen leveren. Want je kunt prachtige plekken bouwen, maar ze moeten ook gebruikt worden. De opdracht van de buurtsportcoaches verandert daarmee, die gaat meer uitvoerend worden, echt in de buitenruimte.”
Doorzetten als grootste les
De pilot in de Vliedberg is bijna klaar, net als een andere wijk. Op de vraag wat de belangrijkste les tot nu toe is, hoeft De Bruyckere niet lang na te denken: “Volhouden, zowel intern als naar bewoners. Het kan zijn dat we nu twee bomen in plaats van een glijbaan plaatsen, omdat die ook als doel kunnen dienen, of als schaduwplek en plek voor verstoppertje of tikkertje. Maar je moet mensen er wel van overtuigen dat dit werkt. En intern moet je hard werken aan de samenwerking, maar dat levert wel een mooi resultaat op, waar bewoners ook blij mee zijn.”
Heusden op congres MOVE24
Op 8 oktober vindt het derde MOVE24-congres plaats, in Den Bosch. Tijdens dit congres voor de beweegvriendelijke leefomgeving vertelt Sanne de Bruyckere over dit project in een sessie met andere gemeenten. Aan de hand van deze praktijkvoorbeelden, die de cruciale rol van een gemeente laten zien in BIOR (Bewegen In de Openbare Ruimte)-projecten, krijg je inzicht in wat je vooral wel en ook niet moet doen. Aanmelden kan via de QR-code:

Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Streetlife
2 sep om 12:05 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Ruimtemakers
2 sep om 12:01 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Bosch Beton
2 sep om 11:22 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Makita
2 sep om 11:14 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Vélopa
2 sep om 11:10 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Vandersanden
2 sep om 11:06 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Schréder
2 sep om 11:03 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
Vakbeurs Openbare Ruimte, Focus Op: Roelofs
2 sep om 11:00 uurOp 23 en 24 september vindt in de Utrechtse Jaarbeurs de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Straatbeeld licht in…
