Tilburg, wat maak je me nou

woensdag 5 februari 2020
timer 4 min
Jos Oude Holtkamp reist veel door Nederland en deelt zijn weerspiegelingen over de inrichting van de openbare ruimte graag met anderen. Voor 30 Jaar Straatbeeld keert hij voor even terug naar de plek waar hij theologie studeerde.

Piushaven
We dansten op het zwarte water.
Een zwanenvloot rondom
glansde oranje in het licht
van een stralende lantaarnkrans.

We gleden langs de wilgenwacht
die reikte tot de kadelijn.
We waren lief. We glimlachten.


Toen knielde ik en jij ging liggen,
je hoofd zwaar rustend in mijn schoot.
Toen zoende ik je zachte lippen.

Toen de morgen aan moest breken
doofde het licht. De zwanen weken.
Jij loste op en ik verzonk.
Het zwarte en de wilgen bleven.

Dit gedicht schreef ik dertig jaar geleden. Dát ik dichtte... ach, ik was verliefd. Daarom, denk ik, moet ik hier zo vaak hebben gezeten, 's avonds laat of 's nachts, aan de Piushaven in Tilburg, turend over het donkere water, naar de einder. Daar lag - onzichtbaar achter bomen en viaduct - het grijze volksbuurtje Jeruzalem. Daar, bijna letterlijk onbereikbaar, woonde mijn geliefde.

Langs de haven stonden lantaarnpalen die oranje licht gaven. Als het een beetje waaide, en dat deed het hier vaak, weerscheen het in lange, trillende slierten in het water. Daar kon ik bij wegdromen en wegverlangen. Het werd een magische plek.



Ik studeerde theologie. Op een avond nodigde een studievriend zich mee op mijn wandeling: "Ik wil weleens weten waar jij dan overal loopt, zo laat." Aan de Piushaven namen we plaats op mijn vertrouwde plekje. We keken over het water, namen de omgeving in ons op, met links het obscuur ogende café Havenzicht, rechts wat fantasieloze flats. Halverwege de haven lag een horecaschip dat moeiteloos de bijnaam Zuipschuit had gekregen. Nog verderop zwommen wat zwanen.

"Tja," zei mijn studiemaat na een tijdje. De Piushaven, een goede eeuw geleden gegraven als industriehaven aan het Wilhelminakanaal, was een plek van niks.

Textielstad

Ik heb vijf jaar in Tilburg gewoond en het altijd een stad gevonden die moeite had met zichzelf. Ontstaan uit zeven tegen elkaar aangegroeide dorpen had het een weinig aansprekend centrum, met eigenlijk maar één echte winkelstraat en twee horecaconcentraties op Piusplein en Korte Heuvel. Als jongen uit Twente herkende ik de mentaliteit en wankele trots van de textielstad – een industrie waar ook hier weinig van over was – waarmee ook het nut van de Piushaven ondergraven werd. Onderdanig ten opzichte van de techindustrie in Eindhoven en zonder de historische glorie van Den Bosch en Breda was Tilburg een armoedig buitenbeentje in het Brabantse. De stad had en heeft zijn enorme kermis, dat wel.

Fascinerend

Nu werkt de groeiende stad aan hart en toekomst. De impulsen voor Spoorzone en het Dwaalgebied (tussen station en binnenstad) zijn fascinerende stadsprojecten. En het gebied rond de Piushaven is bijna onherkenbaar veranderd. Deze zomeravond van mijn terugkeer is het druk op deze ‘Boulevard van Tilburg’, die zich profileert met een combinatie van wonen, horeca en winkelen. Ik krijg nauwelijks gelegenheid om rustige foto's te maken. Een verhuurder van rondvaartsloepjes ('15 euro per persoon voor 2 uur') heeft over klandizie niet te klagen. Door de Piushaven heen liggen pleziervaartuigjes afgemeerd, het is een passantenhaven geworden. De kade langs de flauwe flats eindigt in een paviljoen met terras. Het duistere Havenzicht is grand café Burgemeester Jansen geworden. En de hele kade links is bezaaid met drukbevolkte terrasjes vol vrolijk gekeuvel, onder platanen (mogelijk stonden de wilgen er alleen in mijn droom - laat het dichterlijke vrijheid zijn). De 'zuipschuit' is een keurig horecaschip, aan het eind van een lint van boten en een paviljoen met terras. Op een informatiebord lees ik hoe de Piushaven door enthousiast volhardende vrijwilligers van demping is gered.

Tja... Ik ben blij dat het water er nog is en ik gun Tilburg de gezelligheid. Die ik ook op mijn wandeling door de binnenstad ervaar. Ruime pleinen met fraaie waterpartijen en bruisende terrasjes. Bijna een stad om verliefd op te worden. Maar waar moet die arme nachtstudent van nu met zijn weemoedigheid naar toe?

Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6 / 2019. Lees meer van Straatbeeld in onze bibliotheek

Meer artikelen met dit thema

flash_onNieuws

Nederlanders bereid te betalen voor een beweegvriendelijke openbare ruimte

19 mei om 16:01 uur

Nederlanders vinden het acceptabel om meer belasting te betalen voor effecten van ingrepen  die de openbare…

Lees verder »
descriptionArtikel

Nieuwe speeltuin in Roosendaal richt zich op toegankelijk spelen

19 mei om 13:16 uur

Spelen zou voor ieder kind vanzelfsprekend moeten zijn, met of zonder beperking, maar dat kan nog lang niet in…

Lees verder »
descriptionArtikel

Niet meer licht, maar beter licht: Maastricht omarmt Dark Sky

19 mei om 09:13 uur

Steeds meer gemeenten vervangen verouderde openbare verlichting. Maastricht gebruikte dat moment niet alleen om…

Lees verder »
descriptionArtikel

Panel: water en bodem moeten te allen tijde sturend zijn bij de inrichting van de stedelijke openbare ruimte

13 mei om 13:17 uur

Sinds 2022 is het principe ‘water en bodem sturend’ richtinggevend voor de inrichting van Nederland. Het…

Lees verder »
descriptionArtikel

Wat Nijmegen leert van vier jaar duizend bomen planten

12 mei om 10:41 uur

Duizend extra bomen per jaar planten in een bestaande stad klinkt overzichtelijk, maar blijkt in de praktijk…

Lees verder »

145.000 kasseistenen voor functie én uitstraling

8 mei om 14:54 uur

De herwaardering van de buitenruimte vraagt om materialen die méér doen dan alleen functioneel zijn. Met de…

Lees verder »
descriptionArtikel

Publicatie Groen op de Balans pleit voor nieuwe collectiviteit rond stedelijk groen

7 mei om 11:11 uur

Hoewel het belang van groene openbare ruimte wetenschappelijk ruimschoots is aangetoond, blijft groen in de…

Lees verder »
descriptionArtikel

Hoe toegankelijk is het winkelcentrum in uw gemeente?

4 mei om 09:16 uur

In de rubriek Platform Toegankelijkheid belicht Denise Janmaat, directeur van het Nederlands Instituut voor…

Lees verder »