Artikel

'Ondersteun mensen en geef ze een kans om een verschil te maken'

De Universal Charter for National Park Cities is een document voor steden die in aanmerking willen komen voor de status van nationale parkstad. Londen is de eerste stad die deze status heeft behaald, op initiatief van de National Park City Foundation. Tim Webb, belangenbehartiger van de stichting, vertelt erover.

Auteur: Reinoud Schaatsbergen

Wat houdt de National Park City Foundation in?
“Het idee achter onze stichting is om (wereld)steden schoner, groener en wilder te maken. Onder andere door het stimuleren van groen ontwerp en groene faciliteiten in de gebouwde omgeving, zoals parken, groene gevels, het definiëren van ecosysteemdiensten om te werken aan klimaatadaptatie en -bestendigheid. Men is nog vaak in de war over wat dat precies betekent, maar wij zien onszelf graag als een beweging om anderen dat gedrag te activeren.”

“Het begon allemaal met een gesprek met guerrilla geograaf en ontdekkingsreiziger Dan Raven-Ellison. Hij vroeg: ‘Wat nou als we van Londen een nationale parkstad maken?’ We lachten erom, vonden het een gek idee, maar een dag later raakten we ervan overtuigd dat het helemaal geen slecht idee was. Nu, zes jaar later, is het zover: Londen is het eerste nationale parkstad ter wereld. Intussen zetten we het concept in als werkmodel om andere steden te helpen dezelfde status te behalen.”

Wat is jouw rol daarbij?
“Ik ben een van de belangenbehartigers van de stichting. Ik heb meegeholpen aan het creëren en uitwerken van het concept. Op dit moment promoot ik het gedachtegoed en werk ik aan de criteria waar andere steden aan moeten voldoen om ook nationale parksteden te worden. Dat gebeurt op basis van lessons learned van onder andere World Urban Parks en Salzburg Global Seminar.”

Wat zijn die criteria?
“We hebben zeven meetbare criteria opgesteld die steden kunnen behalen, ongeacht wat voor overheid of besturingsvorm ze hebben. Die hebben te maken met gezondheid, welzijn, flora en fauna, water, luchtkwaliteit, samen leren en delen en meer, gelinkt aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. Het belangrijkste deel is dat dit bottom-up gebeurt. De projecten die wij initiëren zijn niet gedreven door de overheid, al is die wel een deel van het proces. Nee, de mensen hebben eigenaarschap, zodat zij in controle zijn van het verbeteren van de stad.”

“Waar het om gaat, is dat mensen de omgeving ten volste benutten. Of dat nou een boom aanplanten is, of een tuin aanleggen of een groenstrook tussen twee wegen onderhouden. Wij zijn van mening dat als mensen geven om wat ze doen, dat ze dan meer verantwoordelijkheid nemen om hun omgeving schoon en veilig te houden. Dat ontstaat door een kleine handeling en kan uitgroeien tot iets groots. Met die aanpak winnen we allemaal.”


Tim Webb: ‘De macht ligt in de handen van actieve burgers. Door participatie aan te moedigen en te vieren, verbeter je hun welzijn, fysiek én mentaal’ 

Kun je een voorbeeld geven hoe steden zo’n aanpak kunnen faciliteren?
“In west-Londen bracht een moeder elke dag haar kinderen lopend naar school. Ze werd de rommel die ze telkens op straat zag liggen zat, pakte een vuilniszak en begon op te ruimen. Ouders uit de buurt zagen dat en begonnen mee te doen. Ze gingen zelfs bloemen planten om de route mooier te maken. Het gebied rond de school is nu groener, schoner en biodiverser. Ouders voelden zich plotseling comfortabeler om hun kinderen lopend naar school te brengen, in plaats van met de auto, en meldingen van opstandig gedrag daalden.”

“Het is een lichtend voorbeeld van hoe een kleine ingreep uitgroeit tot een gebiedsgerichte aanpak. Het levert zoveel voordelen op: minder auto’s, minder files, minder luchtvervuiling, mensen worden fitter door te lopen, ze worden socialer en gelukkiger. De ervaringen van deze aanpak gebruiken we als leermiddel, in de hoop dat die uiteindelijk door heel Londen gaat spelen.”

Wat voor werkzaamheden verrichten jullie verder?
“Er is veel informatie op onze website te vinden, maar ons voornaamste streven is om mensen te ondersteunen en ze een kans te geven om een verschil te maken. Door ze aan te moedigen bouw je trots en zelfverzekerdheid op, zodat ze zich niet meer geïsoleerd voelen maar juist versterkt in wat ze doen, voor zichzelf én voor hun omgeving.”

“Heel praktisch gezien verspreiden we de lessen die we leren, de best practices, zodat anderen daarop kunnen doorbouwen. Die ervaringen verzamelen we in onze zogeheten bank of good ideas, waarbij je kunt denken aan expertkennis over plantsoorten, aanleg en onderhoud. Wat ik vooral belangrijk vindt, is dat de activiteiten worden gevierd. Dat gebeurde vroeger nooit, toen waren zulke zaken de verantwoordelijkheid van lokale overheden. Nu ligt de macht in de handen van actieve burgers. Door participatie aan te moedigen en te vieren, verbeter je het welzijn van gemeenschappen, fysiek én mentaal.”

Je geeft aan dat de tijd veranderd is. Wat is volgens jou de oorzaak daarvan?
“De VK heeft een economisch moeilijke tijd doorstaan, net als de rest van Europa. Er zijn op allerlei vlakken bezuinigingen geweest, zo ook op sociaal vlak en op buurtprojecten. Ik weet niet wanneer het is begonnen, maar er is een sterk verlangen naar saamhorigheid ontstaan, om een community te vormen waarin mensen betekenis vinden. Wij proberen samen met deze gemeenschappen het vacuüm te vullen, want er zijn veel goede ideeën maar ook veel sociale problemen die aangesproken moeten worden.”

“We zijn bijvoorbeeld samen met lokale huisartspraktijken een pilot gestart om mensen met depressie of obesitasklachten geen medicijnen voor te schrijven, maar om zich in buurtactiviteiten te mengen, zoals tuinieren of wandelen. Zo worden ze gestimuleerd sociaal en actief te zijn. Veel dokters onderschrijven dat deze methode efficiënter is dan ze medicijnen te laten slikken. Dat niet alleen, het bespaart geld én je werkt aan de oorzaak van het probleem, in plaats van aan een symptoom.”

Welke maatregelen voorzie je in de toekomst om een groenere, leefbaardere omgeving te creëren?
“Nu steeds meer mensen in steden leven of gaan leven, moeten we een manier vinden om de stad duurzaam te maken, om optimaal gebruik te maken van onze ruimte. Je zou kunnen zeggen dat we opnieuw moeten leren leven in steden. Ons huidige model kan daar niet in voorzien. Wij geloven dat een stad als Londen nog kan groeien, maar wel op zo’n manier dat het ook groene ruimte toevoegt. Denk aan groene muren of lopers, maar ook aan stadslandbouw. Er bestaat al een bedrijf dat microgroentes kweekt in een oude ondergrondse bunker en daarmee lokale supermarkten en restaurants voorziet.”

“Er moet nog veel meer gebeuren. We moeten meer groene omgevingen creëren door bedachtzame projectontwikkeling, die rekening houdt met het behoud van bestaand groen, bijvoorbeeld door nieuwe projecten te verbinden aan nabijgelegen habitatten. We moeten kennis delen over hoe groen waarde kan toevoegen aan ontwikkelingen. Er is al concreet bewijs dat groene gevels en daken gebouwen energie-efficiënter maakt en helpen om zware stortbuien op te vangen. Groene infrastructuur en ecosysteemdiensten zijn nu echt belangrijk. Door al deze elementen bij elkaar te brengen, kun je een sterk argument vormen.”


Het National Park City beeldmerk gemaaid in het gras van Millfields Park, Hackney (fotobron: Hackney Borough Council)
 
Wat, en vooral wie, staat er aan het roer van die ontwikkeling?
“Mensen staan aan het roer. Individuen zoals jij en ik die pleiten voor of werken aan groenere omgevingen. Wij werken onder andere samen met ontwikkelaars als AECOM en Arup, die zoeken nu al naar manieren om ecosysteemdiensten te verwerken in hun ontwerpen. Er zijn voldoende andere projectontwikkelaars die graag willen leren hoe dat moet, maar nog niet weten welke opties er zijn. Dat kunnen we versnellen door mensen met elkaar in contact te brengen.”

“We organiseren ook jaarlijks vieringen en festiviteiten om voorbeelden uit te stallen, maar wel op zo’n manier dat bezoekers tegelijkertijd de groene ruimtes in worden getrokken. Niet alleen samenkomen, maar echt laten zien waar het over gaat. Al moeten we natuurlijk onverminderd met elkaar blijven praten. Hoe meer hoe beter, waar we maar kunnen; conferenties, locatiebezoeken en één-op-één afspraken.”

“Bedenk dat ook de banken en verzekeringsmaatschappijen hun zorgen beginnen uit te spreken. Ook zij zien in hoe nuttig en kostenbesparend de natuur voor stedelijke omgevingen kan zijn, maar ze weten nog niet wat de oplossing is. Aan ons de taak om te laten zien dat wij niet losstaan van de natuur, maar er allemaal onderdeel zijn.”

Dit artikel komt uit het Inspiratiemagazine Natuurinclusief Bouwen. Meer weten over dit thema? U kunt het magazine gratis downloaden via https://www.biind.nl/content/biind-magazine.

Deel dit artikel