Ambities te over, de ruimte beperkt. Het klinkt iedere gemeente bekend in de oren en in Ede is dat niet anders. Om de ambities, doelstellingen en prioriteiten in de openbare ruimte inzichtelijk te maken en daarmee tot onderbouwde keuzes te kunnen komen, stelde de gemeente het IBOR op, het Integraal Beleid Openbare Ruimte. Marije Wesselius van de gemeente vertelt hoe dat eruitziet en hoe dat in de praktijk in projecten vorm krijgt. En hoe de rol van de beheerder hierdoor wijzigt.
Integraal beleid zorgt voor nieuwe mindset bij inrichting en beheer Edese openbare ruimte
Ook in Ede wordt het drukker, het inwoneraantal van ruim 118.000 in 2020 is in 2024 naar verwachting met zeventien procent gegroeid. Dat heeft zijn weerslag op de openbare ruimte, zowel onder als boven de grond. Voeg daarbij de maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, de energietransitie, duurzame mobiliteit en biodiversiteit en er ligt een hele puzzel. Eentje waarin de Edese Visie Openbare Ruimte uit 2016 niet meer voorzag.
Marije Wesselius pakte die handschoen op en had daarbij het voordeel dat op het gemeentehuis in Ede in 2022 enkele dingen samen kwamen. Er lag een rapport van de Rekenkamer, die in opdracht van de gemeenteraad onderzoek deed naar de teruglopende kwaliteit van de openbare ruimte: hoe ziet die eruit en klopt het nog met wat we hebben afgesproken? Tegelijkertijd was er met de omgevingsvisie een nieuwe kapstok, waarvoor het beleid van de openbare ruimte nog moest worden uitgewerkt.
Roze wolken
“Dat kwam allemaal heel mooi samen”, stelt Wesselius, samen met haar collega’s Mark van Teylingen, Lowieck Frissen en Jac Duijf trekker van de herijking van de Visie Openbare Ruimte naar het IBOR. “Ook door de boodschap van de Rekenkamer om beleid beter door te vertalen naar uitvoerbaarheid. Dus niet alleen aan de voorkant mooi roze wolken schetsen, maar ook kijken naar de consequenties voor de uitvoering en de koppeling met beheer en onderhoud.”
Het leidde tot een nieuwe aanpak: het bestaande beleid bundelen, duidelijke doelstellingen formuleren en een instrument creëren dat daadwerkelijk gebruikt wordt in projecten. De projectgroep van Wesselius brengt daarom mensen uit de hele organisatie bijeen om te komen tot een integraal beleid van de openbare ruimte, het IBOR. “We zijn begonnen in 2022 en hebben het IBOR in 2024 vastgesteld, dus we zijn anderhalf tot twee jaar bezig geweest om het voor elkaar te krijgen: mensen bijeenbrengen, goed doorvragen en alles uitpluizen.”
Integraal, compact en duurzaam
Het is een uitgebreid stuk geworden en opgebouwd in drie delen. In deel A worden de kaders geschetst: de thema’s en doelstellingen vanuit de omgevingsvisie, plus de te nemen maatregelen. Deel B gaat over de inrichting van de openbare ruimte, met de vertaling van de doelstellingen en maatregelen naar de verschillende wijktypes van Ede. In deel C komen de gevolgen voor beheer en onderhoud aan bod.

Vanuit het omgevingsplan kreeg de projectgroep vijf pijlers mee: een gezonde leefomgeving, duurzame mobiliteit, de Foodvalley (samenwerkingsverband van acht gemeenten voor een gezonde regio voor inwoners en bedrijven), de eigenheid van Ede (met de Veluwe en Gelderse Vallei) en regie op de ondergrond. “Vanuit die kruisbestuiving met de omgevingsvisie zijn we vervolgens op vier thema’s voor de openbare ruimte uitgekomen.”
Wesselius somt ze op: sociaal en gezond, duurzame mobiliteit, de natuur als basis/klimaatrobuust en eigenheid en aantrekkelijk. “We hebben we de ondergrond daar als vijfde aan toegevoegd. Omdat die onderbelicht is en het daarmee wel valt en staat, zeker bij inrichting en herinrichting. Vaak kom je er te laat achter dat het bovengronds vanwege ondergronds niet past en moet je gaan bijsturen. Dus die moet aan de voorkant beter naar voren komen.” Boven de thema’s hangen drie randvoorwaarden, waaraan iedere ingreep in de openbare ruimte moet voldoen: integraal, compact en duurzaam.
De praktijk
We lopen het handboek met Wesselius door aan de hand van een praktijkvoorbeeld, een buurt in Ede. De projectleider kan, voor hij aan de slag gaat in de buurt, de thema’s en doelstellingen ophalen in deel A van het IBOR. Hierin wordt duidelijk aangegeven waar de gemeente naar toe wil. Dat is ook weergegeven in gebiedskaarten. “Op die kaart kun je analyseren wat er nu aan de hand is en waar je op moet inzetten. Die kaarten worden jaarlijks geüpdatet. Zo kan ook de gemeenteraad zien hoe het in die buurt op de gekozen thema’s en doelstellingen ervoor staat: wat is de huidige situatie, wat zijn de vastgestelde thema’s en doelstellingen en hoe gaan we daarop sturen?” 
Ze laat het voorbeeld zien. “Eerst kijk je per thema hoe de buurt ervoor staat. Bij sociaal en gezond zie je dat er al een jongerenontmoetingsplek is. Er is ook voldoende stadslandbouw en er zijn voldoende speelplekken, dus op dit thema hoef je hier niets te doen. Op het thema duurzame mobiliteit heb je met de gemiddelde parkeernorm te maken en zie je dat er een doorfietsroute is én een overgedimensioneerde weg: dat betekent dat er kansen zijn om die weg te versmallen en bijvoorbeeld te vergroenen. Er is al secundaire afwatering waar je rekening mee moet houden, maar je ziet dat er te weinig bomen staan en er veel hittestress is. De boomkroonbedekking wordt hier ook niet gehaald.”
”Daarna ga je naar deel B om hiervoor handvatten te krijgen: dit zijn de thema’s en doelstellingen in je gebied, en als je die vertaling doet ziet het er zus en zo uit en dit is het gereedschap waarmee je aan de slag kan. Bij de specifieke wijkdelen is aangegeven wat belangrijk is en waarop moet worden ingezet. Daar is al een voorselectie gedaan. De uiteindelijke keuze vindt plaats in het gebiedsproces, daar zit ook voor een deel maatwerk naar de bewoners in. We werken nog aan een afwegingskader om in die gebiedsprocessen te kunnen komen tot een goede keuze.”

In het wijktype ‘Ouddorps’ waaronder de wijk in het voorbeeld valt, zijn de algemene kenmerken: te veel verharding, smalle wegprofielen en het boomkroonvolume waar je wat mee moet. “Je ziet hier dat er binnen de thema’s zes grotere bollen zijn die prioriteit hebben: in dit geval binnen ‘sociaal en gezond’ groene routes en plekken voor bewegen, sport en spel. Dat de auto een stapje terug moet doen ten behoeve van de voetganger en fietser in het kader van duurzame mobiliteit, dat we de ecologische kwaliteit moeten versterken en moeten vergroenen om hittestress tegen te gaan en dat daarbij de historische waarde en structuren en de regie op de ondergrond belangrijk zijn.” Binnen de straatprofielen kan de projectleider bovendien zien welke breedte dominant is en wat zijn mogelijkheden zijn om ruimte vrij te spelen.
Koppeling met beheer
Deel C van het IBOR zorgt voor inzicht in de gevolgen van de doelstellingen voor het beheer en onderhoud. “Zodat je niet aan de voorkant iets moois bedenkt en het daarna bij beheer over de schutting gooit”, zegt Wesselius. “Dat is ook bewustwording: meer bomen is mooi, maar dat betekent wel wat voor de beheerorganisatie: een andere inrichting van de groeiplaats bijvoorbeeld, want anders heb je daar weer kosten aan. En met bladafval geld vrijmaken voor extra veegrondes.”
Ede werkte vanuit de oude visie al met beeldkwaliteitsniveaus: top, hoog en basis. Het topniveau is bijvoorbeeld het centrum en het stationsgebied, waar het een tandje meer mag zijn. “Zo zie je duidelijk dat je er aan de voorkant veel geld inpompt om dat topniveau te halen, maar aan de achterkant voor beheer niet voldoende vrij hebt gemaakt om dat niveau met onderhoud te kunnen handhaven. Daar geef je dan op deze manier bewustwording in mee.”

Ze vervolgt: “Per asset is dit aangegeven, bijvoorbeeld bij straatmeubilair. Eerst is duidelijk het areaal in kaart gebracht, inclusief de middelen. En er staat bij waar de beheerder op moet sturen aan de hand van de thema’s. “Ook heeft dit met bewustwording te maken, zodat de beheerder ziet dat het verder gaat dan alleen schoon, heel en veilig, maar dat je bijdraagt aan een groter maatschappelijk geheel.”
Dat vergt niet alleen een cultuuromslag in de organisatie, zegt Wesselius, maar ook als beheerders moeten we daarin mee. “Aan de voorkant zaten assetbeheerders altijd met hun eigen pet te kijken. Maar je wilt dat je ook over die petten heen kunt kijken: dat je akkoord gaat met die extra bomen, maar wel naar de bomenbeheerder toestapt en zegt dat je als wegbeheerder extra onderhoudsgeld nodig hebt. Voor die integrale afstemming moet aandacht zijn.”
Niet vrijblijvend
We komen terug bij de roze wolken en de soms weerbarstige praktijk van de uitvoering. “Je belooft veel, maar hoe meet je of je dat haalt als je dat niet monitort? Dus je moet gaan rapporteren. Voor sommige onderdelen kunnen we dat al hard doen, bijvoorbeeld bij boomkroonbedekkingsnorm: daar kun je nu een nulmeting doen en dat bijhouden. Bij sommige andere zaken als verkeer, milieu of geluid is het wat lastiger en zoeken we nog naar goede mogelijkheden. Maar het IBOR is niet vrijblijvend voor een projectleider, er wordt gekeken of hij voldoende maatregelen neemt: vooraf geven wij nu mee wat er meegenomen moet worden en we checken we ook of dat er voldoende in zit.”
Het IBOR is dus al in gebruik en is een levend document. “We werken ermee en het gaat de goede kant op. Het gaat nu mee in alle projecten en je ziet dat we dit met vervangingsopgave van de kapitaalgoederen goed kunnen adresseren. We toetsen ook of dat gebeurt. En we hebben zo een mooi instrument in handen om groen een goede sturing te geven. Dat gaat niet in een keer goed, maar we zien wel dat er een verandering aan de gang is en een andere mindset is om meer met elkaar te kijken. Het is wel een mantra geworden hier in huis. Met het IBOR hebben we zo niet alleen het beleid, maar ook organisatorisch mensen bijeengebracht. En de koppeling van de openbare ruimte aan het sociale domein komt ook mooi naar voren.”
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 6/2025. Lees deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Meest gelezen
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Slimme sturing openbare verlichting opent weg naar voorspelbaar onderhoud
12 jan om 09:00 uurGemeenten staan onder toenemende druk om hun openbare verlichting betrouwbaar en betaalbaar te beheren.…
Young professional in de openbare ruimte: Pim Buijs
9 jan om 10:49 uurOok in de openbare ruimte is de zoektocht naar een nieuwe generatie gaande. Straatbeeld geeft ter inspiratie in…
Nieuw stadsdeel 't Zoet Breda: van industrieterrein naar bruisende leefomgeving
8 jan om 11:34 uur'Een plek waar historie, ambitie en toekomst samenkomen. Waar hoogstedelijkheid, wonen, werken, groen en …
Arnhemse Park Beekdal wordt plek voor sport, natuur en recreatie
8 jan om 11:08 uurHet Arnhemse Park Beekdal krijgt steeds meer vorm. Het gebied tussen de wijken Angerenstein, Geitenkamp en…
Panoramabanken Zaanse Helden fraai voorbeeld van maatwerk
7 jan om 11:07 uurHoe maak je van een grote daktuin, die onderdeel is van een groene wandelroute, ook een plek om te verblijven?…
Nieuwe regels voor buitenreclame in Tilburg
7 jan om 10:36 uurTilburg heeft de regels voor reclame in de openbare ruimte aangepast. De gemeente wil dat de reclame beter…
Innovatiecatalogus 2026: nieuws, inspiratie en inzichten
5 jan om 11:35 uurDe innocat 2026 is verschenen. Deze jaarlijkse innovatiecatalogus, samengesteld in samenwerking met Stedebouw…
Succesvolle vergroeningsubsidie in Arnhem verlengd
4 jan om 10:53 uurEen groot deel van de buitenruimte is in particuliere handen. Via burgerparticipatie hopen veel Nederlandse…
