Delft groeit van 110.000 naar 123.000 inwoners. De openbare ruimte groeit niet mee. Meer groen, betere voetpaden, ruimte om te spelen en te ontmoeten; het moet allemaal passen op dezelfde vierkante meters. Niet alles kan overal tegelijk. Met een vernieuwde Visie Openbare Ruimte wil Delft die keuzes explicieter maken. Projectleiders Maaike Kaiser en Marieke Dijkhuizen leggen uit hoe.
Delft moet kiezen: niet alles past meer op straat
De openbare ruimte moet het visitekaartje van Delft zijn: de plek die bijdraagt aan een gezonde leefstijl, sociale cohesie en een prettige leefomgeving, waar inwoners zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en ontspanning zoeken. De stad wil die inwoners daar ook vaker naartoe halen, omdat vereenzaming en vergrijzing trends zijn waar de buitenruimte een antwoord op moet bieden.
Maar meer mensen buiten betekent ook meer druk op dezelfde ruimte. En dan is er nog het klimaat, dat zijn eigen eisen stelt aan de inrichting van de stad. Scherpere keuzes maken over wat waar een plek krijgt, is daarom onvermijdelijk. De gemeente was op zoek naar kaders om die ambities beargumenteerd te kunnen rangschikken.
Van arbitraire naar gemotiveerde keuzes
Om die zoektocht te vergemakkelijken, kregen Kaiser, Dijkhuizen en hun projectteam de opdracht om de Visie Openbare Ruimte te herijken, met als doel een handvat voor het maken van keuzes. De oude visie stamde uit 2009. De eerste stap was dan ook kijken waar die niet meer in voorzag, vertelt Dijkhuizen.
“We merkten dat er soms arbitrair keuzes werden gemaakt, enkel omdat er geld voor een bepaalde opgave was. Als je zoals Delft bredere ambities hebt, dan moet je daar wel voor durven te kiezen en budgetten vrij maken om er invulling aan te kunnen geven.”
De visie moest daarom niet alleen de ambitie beschrijven van hoe de openbare ruimte eruit moet komen te zien, maar ook handvatten bieden om die keuzes te kunnen maken. De uitkomst was het toevoegen van een prioriteringskader. Dijkhuizen en Kaiser vonden de gemeenteraad aan hun zijde. “Die stonden er ook niet achter dat de beleidsvelden waar het meeste geld naar toe ging, om die reden voorrang kregen. De gemeenteraad heeft ook ambities op spelen, bewegen en ontmoeten, op vergroenen en de voetganger op één. Dus ze vroegen ons het expliciet te maken en hen de mogelijkheid te geven daarin keuzes te maken.”
'We merkten dat er soms arbitrair keuzes werden gemaakt, enkel omdat er geld voor een bepaalde opgave was'
Zes speerpunten, drie niveaus
Het projectteam ging aan de slag en formuleerde, vanuit het bestaande sectorale beleid, zoals de Omgevingsvisie, ambities en beleidsdoelen. “We zoomden eerst uit omdat we een visie en niet alleen een prioriteringskader maakten”, zegt Dijkhuizen. “Dus we zijn gaan ophalen wat we willen met de openbare ruimte. Dan kom je bij die stapeling van ambities en de beperkte ruimte en zijn we op zoek gegaan naar speerpunten voor de openbare ruimte.”
Dat werden er uiteindelijk zes. De Delftse openbare ruimte moet:
Uitnodigend zijn – in 2040 is buiten zijn in Delft vanzelfsprekend
Uitdagend zijn – een levendige omgeving die nieuwsgierigheid opwekt
Samen gemaakt worden – de bewoner praat mee
Klaar zijn voor de toekomst – ingericht voor toekomstig gebruik
Duurzaam zijn – zowel in inrichting als beheer
Voldoen aan basisvereisten – zoals sociale veiligheid en toegankelijkheid
Om binnen die samenwerking regie te kunnen houden op de openbare ruimte, deelt de visie de ruimte in langs drie structuren: de stedelijke, de wijk- en de buurtstructuur. De stedelijke structuur dient de stad als geheel, het zijn de lange lijnen. De wijkstructuur zorgt er met bijvoorbeeld interactiegebieden voor dat buurten met elkaar in contact komen en dat buurt- en stadsniveau samenkomen.
“Op stedelijk niveau is de regie van de gemeente anders dan op buurtniveau”, legt Kaiser uit. “Daardoor kunnen we op buurtniveau de bewoners ook meer regie geven op hun eigen directe omgeving. Op stedelijk niveau kunnen we dan zeggen dat we daar als gemeente van zijn. Daar dienen we het gemeentelijk belang. Initiatieven indienen kan, maar de gemeente zit daar - vanuit het principe ‘sturend tenzij’ - strikter bovenop.”

Acht knoppen om aan te draaien
Uit het sectorale beleid zijn acht opgaven gehaald, die de gemeente bij de inrichting van de openbare ruimte de mogelijkheid tot prioriteren biedt:
- De voetganger en de fietser
- Autobereikbaarheid, parkeren en OV
- Groen en biodiversiteit
- Klimaatadaptatie
- Ruimtelijke kwaliteit en identiteit
- Spelen, ontmoeten en bewegen
- Inclusief en toegankelijk
- Bezoekerseconomie en gastvrijheid
Van die opgaven gelden in elk plangebied vijf als prioritair. “In het begin wordt bij een plangebied natuurlijk gekeken of alles past”, zegt Dijkhuizen. “Dat is helaas niet overal zo, dus het prioriteringskader geeft dan aan wat op deze plek in Delft bij het maken van keuzes prioriteit moet krijgen. Met het advies om daarbij multifunctioneel te werk te gaan en waar mogelijk de opgaven te koppelen.”
Waar keuzes moeten worden gemaakt, kunnen dilemma's ontstaan. Het prioriteringskader biedt dan een handvat voor de ambtelijk opdrachtgever of de bestuurder om knopen door te hakken. “De visie geeft richting om het ontwerp te starten. En ook om je participatie in een buurt te doen bijvoorbeeld”, legt Dijkhuizen uit. “Maar het blijft iets waar beargumenteerd vanaf kan worden geweken. Het maakt de keuzes minder arbitrair en juist explicieter en zet de bestuurder meer in het zadel om het dilemma te beslechten.”
Ontwerpers voelen zich senang
De visie werd in de zomer van 2025 goedgekeurd door de raad. Stedenbouwkundigen, projectleiders en omgevingsmanagers zijn er inmiddels mee aan de slag gegaan. De eerste ervaringen zijn positief, vertellen Kaiser en Dijkhuizen.
“Je ziet dat waar de ontwerpers voorheen de thema's maar in moesten passen, ze nu met het kader een ruggensteun hebben. Dus dat ze niet overal die vier meter voetpad hoeven te realiseren, maar ook ruimte kunnen geven aan de andere prioriteiten. Ik heb het gevoel dat de ontwerpers zich nu meer senang voelen in de ontwerpen die ze maken dan voor het kader er was”, denkt Kaiser.

De Verwersdijk in het centrum van Delft, met de impressie van hoe het gaat worden
De visie stimuleert ook integraal werken. Een ambitie die steeds meer gemeenten hebben, maar die niet overal eenvoudig van de grond komt. Delft heeft daarom sinds dit jaar een projectmanager Voorfase ingesteld.
“Door verder vooruit te plannen, krijg je inzicht in elkaars opgaven”, legt Dijkhuizen uit. “De projectmanager Voorfase zet de trechter open voor grote en in potentie integrale projecten die wat verder weg op de planning staan. Zij filtert voor die plangebieden de opgaven en wensen en kijkt welke opgave daar voorrang heeft, waar geld voor is en waar dat nog voor geregeld moet worden. En ze zorgt dat er uiteindelijk een duidelijk vastgestelde scope ligt, voordat er tot uitvoering wordt overgegaan. Dan kunnen er nóg opgaven van tafel vallen waar mensen teleurgesteld over zijn, maar zij zullen niet het idee hebben niet betrokken of voorbijgelopen te zijn. Het is de bedoeling dat deze visie in dat proces als kaderstellend handvat gebruikt wordt.”
'Men moet met de visie werken, maar mag er beargumenteerd van afwijken. Mits geaccordeerd door een opdrachtgever'
Niet vrijblijvend
Vrijblijvend is het inzetten van de visie en het kader niet. “Men moet ermee werken, maar mag er beargumenteerd van afwijken, mits geaccordeerd door een opdrachtgever”, zegt Dijkhuizen. “Die opdrachtgever moet ook strak sturen dat in voortgangsrapportages gerapporteerd wordt over hoe ze invulling geven aan de visie.”
Die rapportages geven de werkgroep vervolgens ruimte om het nu nog ontbrekende budget aan te vragen. “We hebben met de visie geen extra geld aangevraagd. Dus als we belangrijk vinden dat spelen, ontmoeten en bewegen terugkomt in de verschillende structuren, moet daar ook budget voor zijn. Dat lost deze visie niet op. Maar ze maakt het wel explicieter zichtbaar, waardoor we verwachten dat het bestuur daar straks de goede keuzes in kan maken.”
Zo moet elk ontwerp voor plannen in de openbare ruimte in Delft het gevolg worden van een goed onderbouwde keuze. Kaiser besluit: “De afgelopen jaren bleven projecten en initiatieven vaak hangen op het niet durven maken van keuzes. Dan duren projecten en fases heel lang, terwijl we toch voor grote opgaven staan die we zo snel mogelijk willen wegzetten. Door met de visie en het prioriteringskader aan de slag te gaan, kunnen onze opdrachtgevers zeggen: ‘nee, we hebben het aan de hand van deze punten uitgewerkt en zijn er hier beargumenteerd van afgeweken.’ En kunnen dan dus verder.”
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 3/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Meest gelezen
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Helmond test als eerste gemeente biobased asfalt
6 jul om 13:26 uurHelmond is de eerste gemeente in Nederland waar CIRCUROAD - een samenwerking van overheden, bedrijven en…
Een groene ontmoetingsplek in binnenstad Oosterhout
6 jul om 13:15 uurHet Arendsplein in Oosterhout is herontwikkeld tot een groene en aantrekkelijke ontmoetingsplek in de…
Amsterdam maakt werk van veiligheid in onderdoorgangen
2 jul om 09:04 uurDonkere onderdoorgangen, lange zichtlijnen zonder ontsnappingsmogelijkheden en verblindende verlichting: voor…
Openbare verlichting in Hengelo: besparing én beleving
1 jul om 09:00 uurHoewel in Hengelo pas 60 procent van de openbare verlichting slim en verled is, heeft de gemeente toch al de…
Het Amadeiroplein: een plein dat het verleden respecteert en de toekomst verlicht
29 jun om 09:00 uurJohny Schellings is senior specialist openbare verlichting bij de gemeente 's-Hertogenbosch. Zijn favoriete…
Schréder neemt Edge Machines over
25 jun om 09:41 uurSchréder, wereldwijd leider in slimme buitenverlichtingsoplossingen, kondigt de overname aan van het…
De wildeplannenfase, het ideale startpunt voor integraal lichtadvies
25 jun om 08:10 uurRuben Fernandes, ontwerper en adviseur stedelijke en architecturale verlichting bij CLAFIS Team Verlichting,…
Zo helpt handreiking gemeenten bij transformatie naar beweegvriendelijke naoorlogse wijken
24 jun om 11:42 uurIntegreren van beweegvriendelijkheid in de herontwikkeling van naoorlogse wijken, dat is niet eenvoudig en…

