Rondom de Lebuinuskerk in het hart van Deventer liggen drie pleinen die elkaar raken, zonder ooit echt samen te komen. Het Grote Kerkhof, de Stromarkt en de Nieuwe Markt: elk hebben ze een eigen functie, een eigen karakter, maar ook een gedeeld probleem. Ze waren verouderd, rommelig en functioneerden als doorgangszones, in plaats van als plekken waar mensen wilden zijn. Na een traject van tien jaar - van visievorming tot oplevering - zijn ze getransformeerd tot een samenhangende verblijfsruimte die recht doet aan de geschiedenis van de stad. Robert Boomkamp, projectleider bij de gemeente Deventer, blikt terug op een project dat hem naar eigen zeggen zijn hele carrière bij zal blijven.
Drie pleinen, één verhaal: hoe Deventer zijn historisch hart herontdekte
Van parkeerplaats naar plein
De aanleiding voor de herinrichting van de Lebuinuspleinen lag bij de bouw van het nieuwe stadhuis op het Grote Kerkhof. Om daarvoor een raadsmeerderheid te krijgen, werd als voorwaarde gesteld dat het plein autovrij zou worden. Dat was in die tijd geen kleine stap: er stonden zo'n honderd parkeerplaatsen. “Ergens in 2019 zijn die parkeerplaatsen verdwenen”, vertelt Boomkamp. "Door gewoon eindeloze rijen paaltjes eromheen te zetten. Daarna lag er gewoon een lege parkeerplaats. Iedereen had wel in de gaten dat er een keer wat mee moest."
Tegelijkertijd drong ook de vernieuwing van de aangrenzende pleinen zich aan. De Stromarkt, waar de nieuwe bibliotheek was verrezen, had een bestrating die Boomkamp omschrijft als een lappendeken van asfalt en stenen uit verschillende tijdperken: “waarschijnlijk zo'n dertig keer gerepareerd met stroken stenen erdoorheen.” En bij de Nieuwe Markt lagen plannen voor een nieuw filmtheater. “Het lag zo voor de hand om dat er ook bij te pakken”, zegt hij. “Het voordeel is dat je dan een ontwerp hebt dat op elkaar aansluit. Elk plein heeft zijn eigen karakter, maar het is als geheel ontworpen.”

Dat de drie pleinen tegelijk werden aangepakt, had ook een praktisch voordeel: dezelfde ontwerptaal kon worden doorgevoerd zonder dat de pleinen identiek werden. De tussenliggende straatjes en verbindingsroutes zijn eveneens meegenomen in het ontwerp, zodat de samenhang ook op loopniveau voelbaar is.
Eerst luisteren, dan tekenen
Eerdere ervaringen met een vergelijkbaar project, een eerste poging tot herinrichting van het Grote Kerkhof, had de gemeente geleerd dat een directe ontwerpbenadering niet werkte. Dat traject was vastgelopen in discussies over kosten en draagvlak, zonder dat het tot uitvoering kwam. Voor de Lebuinuspleinen kozen ze daarom voor een andere aanpak: eerst placemaking, dan pas een architect. Bureau Stipo werd ingeschakeld om de wensen en behoeften van gebruikers op te halen, nog vóór er een schets op papier stond.
“Letterlijk iedereen die op het plein liep, konden we bevragen”, vertelt Boomkamp. “Stipo stond soms een week lang met een caravan op het plein om bewoners, ondernemers en toevallige voorbijgangers te spreken; of het nu een buurtbewoner was, een winkelier of een toerist. Uit al die gesprekken rolde een uitgebreid programma van eisen en wensen: honderden suggesties, samengevat in zes thema's. Van groen en klimaat tot mobiliteit, verblijven en verkeersfuncties. Per thema werden aparte gespreksavonden georganiseerd waar iedereen die dat wilde zijn of haar mening kon geven.”
Pas daarna ging de architect (Bos & Slabbers, red.) aan de slag. Die maakte, voordat hij een schetsontwerp opstelde, zijn eigen ronde langs de betrokkenen om te verifiëren of hij de input goed had begrepen. Dat ontwerp ging vervolgens weer terug naar de omgeving. “Zo van: wat vinden jullie hiervan?”, beschrijft Boomkamp de cyclus. “En dan pas ga je de rest van de stad raadplegen.”
Om dat proces te structureren, was een zogeheten regiegroep opgericht: een vaste groep van ondernemers, culturele instellingen, bewonersverenigingen en andere sleutelpartijen die het hele traject meevolgde. Daarin zaten onder meer de binnenstadsmanager, de horeca, vertegenwoordigers van de Lebuinuskerk, de bibliotheek, het museum op het plein en drie bewonersverenigingen uit de buurt. “Die waren altijd de eerste die de schets zagen, om op te reageren. En om te horen of er vanuit de achterban signalen kwamen dat iets goed of niet goed liep. De regiegroep functioneerde niet als inhoudelijk klankbord in de klassieke zin, maar als verbindingsschakel tussen het projectteam en de bredere omgeving.”
‘Elk plein heeft zijn eigen karakter, maar het is als geheel ontworpen’
Materialen met een verhaal
Deventer is een van de oudste steden van Nederland, met een geschiedenis die teruggaat tot ruim twaalfhonderd jaar geleden. De Lebuinuspleinen liggen in wat vroeger de immuniteit heette - het kerkelijke domein rondom de Proosdij, waar ooit het bisschoppelijk paleis van Utrecht stond. Die historische gelaagdheid moest zichtbaar worden in de inrichting, zonder nostalgisch te worden.
Voor het Grote Kerkhof kozen de ontwerpers voor halfverharding uit de Achterhoek. Dat was een bewuste duurzaamheidskeuze, want het materiaal komt uit de regio en hoeft nauwelijks te worden getransporteerd. Bovendien heeft halfverharding een praktisch voordeel: regenwater zakt er doorheen, waardoor afwatering nauwelijks een probleem is. Bestaand straatwerk werd zoveel mogelijk hergebruikt. Waar dat niet lukte, werd nieuw gebakken materiaal toegevoegd.
Ook de bomen kregen bijzondere aandacht. Aan weerszijden van het Grote Kerkhof stond een dichte rij lindes die de historische gevels aan het zicht onttrok. "Één van de uitgangspunten was om die gevels te laten spreken", legt Boomkamp uit. De bomen werden deels gekapt, en vervangen door een bredere mix: een tweede lindensoort en meerstammige bloeiende bomen. Bijna alle panden werden bovendien aangelicht vanuit de grond of via spots in de gevel, zodat ze ook 's avonds en 's nachts zichtbaar zijn. "Ze zijn mooi, laat ze maar zien."

De verlichting is ontworpen door Studio DL en volgt een consistente logica: zo weinig mogelijk obstakels op het plein, met armaturen zoveel mogelijk tegen de gevels aan. Voor de verlichting van het binnenste van de pleinen zijn grote houten masten van vijftien tot twintig meter geplaatst, speciaal ontworpen voor deze locatie. Op het Grote Kerkhof dragen die masten bovenaan een kruis als verwijzing naar de staf van de heilige Lebuinus, die in de negende eeuw aan de basis stond van de stad. "Dat soort historische verwijzingen zitten wel op zo'n plein", zegt Boomkamp. "Volgens mij komt de originele staf ook één keer per jaar vanuit Utrecht naar Deventer voor een ceremonie."
De fontein als middelpunt
Op het Grote Kerkhof vormt de fontein het ruimtelijk en sociale middelpunt van het plein. Ze is groot. Bewust groot, want op een plein van deze omvang valt een bescheiden fontein weg. De fontein heeft de vorm van een grote ronde cirkel: deels een stille waterspiegel die het beeld van de Lebuinuskerk weerkaatst, deels voorzien van spuiters die op bepaalde momenten in een patroon opspuiten.
Het idee achter de fontein sluit aan op het bredere doel van de herinrichting: mensen uitnodigen om te blijven. Met bankjes, picknicktafels, ruimere terrassen voor de horeca en meer groen. "Zo langzamerhand begint het plein wat meer te leven", constateert Boomkamp. Waar vroeger mensen doorliepen of parkeerden, zitten ze nu in de zon. Evenementen vinden er een vanzelfsprekend thuis: een wijnfeest, een boekenmarkt, activiteiten vanuit de kerk.
%20700.jpg)
Skeletten onder het maaiveld
Wie in Deventer graaft, graaft in de geschiedenis. Letterlijk. Het Grote Kerkhof is een voormalig kerkhof, en dat liet zich gelden tijdens de uitvoering. Vanaf zo'n zestig tot zeventig centimeter onder het maaiveld stuitte het uitvoeringsteam op intacte skeletten, en dan niet een handvol. "Het gaat om tienduizenden", zegt Boomkamp. "Bij alles wat je doet dat dieper is, komt een behoorlijk archeologisch onderzoek bij kijken."
Voor de waterberging, de fundering van de fontein en de plantgaten voor grotere bomen moesten skeletten worden vrijgemaakt en elders herbegraven. Uiteindelijk ging het om zes kubieke meter aan botmateriaal en 600 intacte skeletten. "Dan moet je er wel zorgvuldig mee omgaan", benadrukt Boomkamp. Het archeologische werk beperkte de ontwerpvrijheid in de ondergrond aanzienlijk: systemen moesten zo ondiep mogelijk worden ontworpen om verstoringen te minimaliseren.
Ook op de Stromarkt kwamen verrassingen tevoorschijn: restanten van het middeleeuwse bisschoppelijk paleis, blootgelegd tijdens de vervanging van het riool. Ze zijn zorgvuldig in kaart gebracht voordat de werkzaamheden konden doorgaan. Boomkamp is er nuchter over: "Dan lopen de kosten wel op als je dit soort dingen tegenkomt." Maar hij voegt er direct aan toe dat het ook bij het karakter van de plek hoort. Je werkt niet zomaar in het oudste deel van de stad.
Water vasthouden in een hellend plein
Klimaatadaptatie was van meet af aan een van de leidende thema's van het project. De pleinen liggen in een dichtbebouwde binnenstad waar het regenwater traditioneel snel werd afgevoerd via het riool. Bij de herinrichting is dat systeem fundamenteel omgedraaid: water wordt nu ter plekke opgevangen en geinfiltreerd in de bodem.
Dat was op het Grote Kerkhof technisch een flinke puzzel. Het plein heeft een hoogteverschil van maar liefst één meter tussen het hoogste en het laagste punt. Om te voorkomen dat het water bij elke bui meteen naar de lage kant stroomde, is onder de verharding een stelsel van horizontale waterbergingscompartimenten aangelegd - gevuld met grof puin met een drain erin. De compartimenten staan niet met elkaar in open verbinding, maar lopen over van hoog naar laag zodra ze vol zijn. "Ze zoeken zo hun weg door alle compartimenten", legt Boomkamp uit. "Daardoor hou je het water ook op de plek zelf."
‘De pleinen zelf beslaan zo'n dertienduizend vierkante meter, maar in totaal is er twintigduizend vierkante meter aan dak- en verhardingsoppervlak afgekoppeld’
Bijzonder aan het project was ook hoe de gemeente de afkoppeling van omliggende panden aanpakte. In plaats van alleen de openbare ruimte aan te pakken, schreef Boomkamp eigenaren van panden rondom de pleinen persoonlijk aan met het verzoek hun regenpijpen los te koppelen van het riool. Een apart project bijna. De Lebuinuskerk was het eerste gebouw dat werd benaderd. Dat is, met zijn enorme dakoppervlak, meteen ook het meest impactvolle. "Het dak is ook heel hoog, dus je moet goed ontwerpen dat er geen overlast van komt. Maar het is gelukt."
Uiteindelijk heeft negentig procent van de pandeigenaren ingestemd met afkoppeling. De pleinen zelf beslaan zo'n dertienduizend vierkante meter, maar in totaal is er twintigduizend vierkante meter aan dak- en verhardingsoppervlak afgekoppeld. "Dat tikt wel aan, qua klimaatadaptatie", zegt Boomkamp tevreden. Als het bij extreme neerslag toch te veel wordt, is er een laatste vangnet: de IJssel ligt vlakbij.
Voorbereid op de toekomst
De herinrichting is ook met een blik op de toekomst ontworpen. Het Grote Kerkhof is volledig parkeerplaatsvrij. De Stromarkt en de Nieuwe Markt hebben nog parkeerplaatsen, maar die zijn bewust zo aangelegd dat ze later eenvoudig kunnen worden omgezet. "Als we ooit de parkeerplaatsen willen opheffen, kun je gewoon een paar steentjes uit de grond halen en vervangen door een andere steen. Dan is de parkeerplaats weg." Over vijftien of twintig jaar, als parkeren in de binnenstad wellicht overbodig of anders georganiseerd is, hoeft het hele plein niet opnieuw te worden heringericht.
Die flexibiliteit is niet toevallig. Ze past in een bredere tijdgeest die Boomkamp ook bij de politiek zag: "Het Grote Kerkhof is nu al helemaal parkeerplaatsvrij. En ook ondernemers dachten op een gegeven moment: het is toch wel mooier geworden. Gelukkig was het bestuur er ook rijp voor." De verschuiving van auto naar voetganger als maatstaf voor de inrichting van de openbare ruimte is bij de Lebuinuspleinen niet gepredikt, maar gewoon gedaan.
‘Als we ooit de parkeerplaatsen willen opheffen, kun je gewoon een paar steentjes uit de grond halen en vervangen door een andere steen. Dan is de parkeerplaats weg’
Tien jaar werk, een leven lang herinnering
Het project heeft Robert Boomkamp tien jaar van zijn carrière gevraagd. Van de eerste visievorming en het mislukte voorproject, via de placemaking-sessies en de ontwerpfase, tot de uitvoering met al zijn archeologische en logistieke verrassingen. Aan elk plein werd in afzonderlijke fases gewerkt, zodra het geld beschikbaar was. "Qua schetsontwerp is alles in één keer ontwikkeld. Later, als er dan geld was, werd zo'n plein verder uitgewerkt."
Gevraagd of hij tevreden is, lacht hij. "Oh ja. Dit is waarschijnlijk het grootste en belangrijkste project dat ik in mijn hele leven zal hebben uitgevoerd." De uitdaging van werken in een historische binnenstad met honderdduizend belangen van bewoners, ondernemers, toeristen, de kerk, de gemeente, archeologen: het maakt de tevredenheid over het resultaat des te groter. "Om dan iets te realiseren waar iedereen vrolijk van wordt en blij mee is... dat was nogal een uitdaging."
En dan, bijna als nawoord: "Er zijn altijd van die dingen waarvan je denkt: hadden we dit maar anders gedaan. Maar dat is voor de volgende keer. De Lebuinuspleinen zijn nu wat ze altijd hadden kunnen zijn: het levende hart van een levende stad.”
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 3/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Een groene ontmoetingsplek in binnenstad Oosterhout
6 jul om 13:15 uurHet Arendsplein in Oosterhout is herontwikkeld tot een groene en aantrekkelijke ontmoetingsplek in de…
Amsterdam maakt werk van veiligheid in onderdoorgangen
2 jul om 09:04 uurDonkere onderdoorgangen, lange zichtlijnen zonder ontsnappingsmogelijkheden en verblindende verlichting: voor…
Openbare verlichting in Hengelo: besparing én beleving
1 jul om 09:00 uurHoewel in Hengelo pas 60 procent van de openbare verlichting slim en verled is, heeft de gemeente toch al de…
Het Amadeiroplein: een plein dat het verleden respecteert en de toekomst verlicht
29 jun om 09:00 uurJohny Schellings is senior specialist openbare verlichting bij de gemeente 's-Hertogenbosch. Zijn favoriete…
Schréder neemt Edge Machines over
25 jun om 09:41 uurSchréder, wereldwijd leider in slimme buitenverlichtingsoplossingen, kondigt de overname aan van het…
De wildeplannenfase, het ideale startpunt voor integraal lichtadvies
25 jun om 08:10 uurRuben Fernandes, ontwerper en adviseur stedelijke en architecturale verlichting bij CLAFIS Team Verlichting,…
Zo helpt handreiking gemeenten bij transformatie naar beweegvriendelijke naoorlogse wijken
24 jun om 11:42 uurIntegreren van beweegvriendelijkheid in de herontwikkeling van naoorlogse wijken, dat is niet eenvoudig en…
Brede coalitie vraagt om landelijke groennormen voor hittebestendige steden
17 jun om 10:01 uurEen groeiende coalitie van maatschappelijke organisaties roept de minister van VRO op tot wettelijk verankerde…
