Ruimte voor de Jeugd bracht dit jaar de essaybundel "Meer spelen, gezond opgroeien – Het recht op spelen borgen" uit: negentien wetenschappers reflecteren op hoe we het recht van kinderen op spelen beter kunnen borgen. Voor dit artikel leggen we één vraag uit die bundel voor aan drie auteurs van essays uit het onderdeel 'Wonen en spelen'. Namens initiatiefnemer Ruimte voor de Jeugd reageert Saskia van Hoore. De vraag luidt: Hoe kunnen we de balans tussen de belangen van volwassenen en kinderen bij de inrichting van de buitenruimte verbeteren?
Hoe kunnen we de balans tussen de belangen van volwassenen en kinderen bij de inrichting van de buitenruimte verbeteren?

Bron foto: Christa Romp
Marco te Brömmelstroet
Hoogleraar Urban Mobility Futures aan de Universiteit van Amsterdam
Ik denk dat wij vooral iets kunnen zeggen over waaróm dit belangrijk is, niet zozeer over het hóe. Kinderen hebben in de afgelopen twee generaties hun recht op gebruik van de openbare ruimte goeddeels verloren. Uit allerlei onderzoek blijkt hoe dat samenhangt met problemen op het gebied van hun mentale, fysieke en sociale gezondheid, vergelijkbaar met wat we zien bij smartphone- en social media-gebruik. Kinderen zijn simpelweg niet meer vrij om zelfstandig van de openbare ruimte gebruik te maken.
Maar ik heb wel bezwaar tegen het woord 'balans'. Het gaat volgens mij niet om het balanceren van belangen, maar om het borgen van niet-onderhandelbare rechten, onder andere vastgelegd in het VN-Kinderrechtenverdrag. Het probleem is dat, zodra er keuzes gemaakt moeten worden, er eigenlijk niemand echt opstaat voor de rechten van kinderen. Scholen richten hun ruimte bijvoorbeeld nog altijd liever in om hun personeel te laten parkeren, dan om die veilig te maken voor kinderen. Zodra dat gebeurt, is er vaak geen partij die op dat moment de belangen van kinderen centraal stelt.
Neem de parkeernorm: die bestaat, en wordt gehandhaafd. Een vergelijkbare 'kindernorm' bestaat niet. Zelfs de beweegnorm, die er wél is, wordt niet hard gehanteerd; we zien vooral dat kinderen er niet aan voldoen, zonder dat dat ergens toe verplicht. Bij een stad die niet aan de parkeernorm voldoet, kunnen bewoners naar de rechter. Voor kinderen en hun rechten bestaat zo'n mechanisme niet, of wordt die nooit in werking gezet.
Wat er moet gebeuren: de indicatoren waarmee we straten ontwerpen en beoordelen, moeten op het hoogste niveau veranderen — minder gericht op doorstroming en parkeren, meer op de andere belangen en rechten die een plek op straat verdienen. Maar ik denk ook dat het tijd is voor een partij die, net als bij de stikstofzaken, de staat of gemeenten voor de rechter daagt omdat de rechten van kinderen structureel niet worden meegenomen in de belangenafweging over de straat. Niet nog een pleidooi voor balans dus, maar een harde eis dat het recht van het kind op de openbare ruimte eindelijk geborgd en gehandhaafd wordt.

Martin van Rooijen
De pedagogische waarde van risicovol spelen
Onafhankelijk onderzoeker, PhD – Kinderontwikkeling & Spel
Meteen een interessante stelling, want volgens mij bestaat die balans eigenlijk niet. Wat hier als tegenstelling wordt neergezet, zou dat niet moeten zijn. Volwassenen hebben namelijk net zo veel belang bij goede speelmogelijkheden voor kinderen als kinderen zelf. Het is niet zo dat het ene belang boven het andere gaat: beide groepen zijn erbij gebaat dat kinderen kunnen spelen, en zeker dat ze risicovol kunnen spelen. Daar krijg je weerbare, krachtige en blije kinderen van.
Maar dan moet er buiten wel echt iets te doen zijn. Spelen gebeurt niet vanzelf als de omgeving niet uitdaagt: het moet interessant en spannend zijn. Daar liggen wij als volwassenen aan de lat. Het idee dat volwassenen iets anders zouden willen dan kinderen, is vaak niet juist: ouders hebben er evengoed belang bij dat hun kind lekker buiten kan klimmen, verstoppen en de grenzen kan verkennen.
Wat ik vooral wil meegeven: mensen die met de openbare ruimte te maken hebben, mogen net als kinderen dat doen, ook hun eigen grenzen meer opzoeken. Er is vaak veel meer mogelijk dan ze denken. Dat vraagt om creatief denken, out of the box in plaats van vanuit bestaande structuren. Niet vragen "waarom kan dit niet", maar "hoe kan dit wél".
De Rommelspeeltuin in Utrecht is daar een mooi voorbeeld van. Geen openbare ruimte in de klassieke zin, maar wel een plek die laat zien hoe het wél kan als je die bestaande kaders durft los te laten. Diezelfde denkwijze kunnen we ook in de buitenruimte toepassen: er zijn talloze manieren om daar risicovol spelen te stimuleren en kinderen weer naar buiten te krijgen. Denk aan iets simpels als een loose-parts-container in de straat, grote keien of bloembakken met trapjes waar kinderen op en af kunnen klimmen. Klein qua ingreep, groot qua effect; als we maar bereid zijn om anders te durven kijken. Ik denk graag mee!

Saskia van Hoore
Adviseur en projectleider spelen en bewegen/eigenaar bij Tante Kastanje
Ik zou de vraag willen omdraaien: hoe richten we de buitenruimte zo in dat die voor iedereen fijn is - om te spelen, te bewegen, te sporten en te ontmoeten? Volwassenen en kinderen zijn geen twee groepen met tegengestelde belangen bij de buitenruimte; het zijn allemaal bewoners die samen gebruikmaken van diezelfde openbare ruimte. Het gaat dus niet om 'zij tegen wij', maar om een ruimte die voor iedereen werkt. Een openbare ruimte die geschikt is voor kinderen, is namelijk vrijwel altijd ook geschikt voor volwassenen.
Buitenspelen gaat bovendien verder dan alleen een speelplek. Kinderen zijn daar tegenwoordig vaak op aangewezen simpelweg door ruimtegebrek, maar in werkelijkheid spelen ze overal: het begint al bij de voordeur, en dat geldt voor volwassenen net zo goed, alleen niet specifiek in de vorm van spelen. Kinderen moeten zich vrij kunnen bewegen in de openbare ruimte: op de stoep, op verkeersluwe straten, tussendoorpaden; een omgeving die uitnodigt tot spelen en ontdekken. Daarvoor moet je vooral kijken naar de directe omgeving van woningen.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Het vraagt beleid, en minstens zo belangrijk: iemand binnen de gemeente die zich hier hard voor maakt, met een duidelijke richtlijn, voldoende ruimte per buurt, vastgelegd in integraal beleid voor een speel- en beweegvriendelijke omgeving. Dat werkt alleen als die persoon ook collega's meekrijgt in het besef hoe belangrijk die ruimte voor iedereen is.
Het denken van Jane Jacobs blijft relevant: de straat als plek van leven en ontmoeting, veilig doordat er ogen op gericht zijn. Ontwerp je de stad op ooghoogte van een kind (STIPO), dan ontwerp je automatisch een ruimte die voor iedereen geschikt is.
.jpg)
Dirk Vermeulen
Adviseur en ontwerper speelruimte bij Kenniscentrum Buitenspelen
Het blijkt dat de essays van het thema "Spelen in de woonomgeving" vaak parallel lopen en elkaar aanvullen. Lia Karsten pleit ervoor om het alledaagse en het ontmoeten weer mogelijk te maken in de directe woonomgeving. De omgeving dicht bij de woning zo creëren dat die gemaakt is om te verkennen, samen of alleen, waar je kunt spelen, ontmoeten en je veilig voelt en veilig geweten wordt (door ouders/verzorgers). De agenda van kinderen zou best meer niet ingevulde momenten mogen hebben: ouders zouden minder op de ontwikkeling van hun kinderen moeten willen sturen. Ik vat dat advies kort samen met ‘Ga op je handen zitten en kijk... of beter: ga wat anders doen.’
Marco te Brömmelstroet en Jonne Silonsaari pleiten voor het recht op zelfstandige mobiliteit voor kinderen: verkeer moet kindproof worden en kinderen stimuleren tot autonome verplaatsing, lopend en/of fietsend. Zij signaleren, overigens net als ik, dat kinderen mobiliteit een andere semiotische betekenis geven dan volwassenen. Zij waarderen het speelse, ontdekkende en niet-functionele aspect van het onderweg zijn. Daarbij gaat het om verkennen, avontuur beleven, samen zijn en vriendschappen maken. Mobiliteit betekent dat je je lichaam gebruikt. Met je lijf ontwikkel je betrokkenheid op plekken, plaatsgebonden kennis, sociale situaties en bewustwording. Kortom je bouwt zelfvertrouwen en je leert zo de weg door het leven kennen.
Martin van Rooijen toont in zijn bijdrage overtuigend aan dat de risicovolle rommelspeeltuin grote pedagogische waarde heeft. En eigenlijk zou dit ook buiten de grenzen van de rommelspeeltuin normaal kunnen zijn. Kinderen weten heel goed wat zij willen en kunnen en durven hun grenzen te verleggen en risico’s aan te gaan: “Ik vind het eng en daarom doe ik het juist!” Ze kunnen eigenlijk meer dan wij volwassenen denken/aannemen. Aan ons dus de taak daarvoor de ruimte te creëren, met vertrouwen, duidelijke kaders en een pedagogische blik.
In mijn bijdrage pleit ik voor een directe woonomgeving waarin kinderen, vanaf het moment dat ze kunnen lopen, kunnen dwalen en de kans krijgen om nieuwe dingen te ontdekken. De argumenten daarvoor leest u in het essay zelf. Ik presenteer enkele stedenbouwkundige ontsluitingsprincipes, waar jonge kinderen dat zonder begeleiding kunnen doen.
Een pleidooi dus voor het alledaagse, voor kindproof, voor autonome verplaatsing en voor het verkennen (en verleggen) van grenzen. Om dat te bereiken bij nieuwbouw- en verbeterprojecten zou dat kunnen dwalen van jonge kinderen als kader moeten worden gesteld. Betrek en benoem ook in een vroeg stadium iemand die dat belang langdurig behartigt (Advocacy Planning). De ‘volwassenwereld’ wordt altijd bediend. Maar zorg dat opleidingen meer aandacht aan de 'kinderwereld' besteden. En dat er landelijk weer middelen komen voor systematisch en participerend onderzoek naar hoe kinderen buitenspelen.
Download de essaybundel
De bundel met alle essays is gratis te downloaden via Ruimte voor de jeugd.
Meest gelezen
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Vakbeurs Openbare Ruimte groeit opnieuw: hallen al in de zomer volgeboekt
21 sep om 11:00 uurOp 23 en 24 september 2026 vindt in Jaarbeurs Utrecht de Vakbeurs Openbare Ruimte plaats. Mart van Alem van…
Young professional in de openbare ruimte: Mike Blauw
18 sep om 08:00 uurQuooker kijkt honderd jaar vooruit
17 sep om 10:17 uurOp 3 juli vierden Quooker en het bouwteam de oplevering en opening van het nieuwe distributiecentrum in…
Straatbeeld op Vakbeurs Openbare Ruimte: kennisdelen door ontmoetingen en lezingen
16 sep om 08:35 uurOp 23 en 24 september 2026 is het weer tijd voor de Vakbeurs Openbare Ruimte in de Utrechtse Jaarbeurs, dé…
Waardensturing in de beheerpraktijk
15 sep om 08:00 uurIn de omgevingsvisie van een gemeente staan veel waarden, bijvoorbeeld over biodiversiteit, gezondheid,…
Van probleem naar oplossing: Statiegeldpaal. Goed verhaal.
14 sep om 12:00 uurSinds de invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes en blikjes is er iets veranderd in de openbare…
Wat een Utrechtse nieuwbouwwijk kan leren van de Blue Zones
11 sep om 10:00 uurIn Blue Zones – plekken waar mensen aantoonbaar langer en gezonder leven – spelen voeding, beweging,…
Podiumbank opvallende blikvanger in Tilburgse Binnentuin
10 sep om 14:14 uurOp 3 maart 2026 werd de Binnentuin, een van de verblijfsruimten in de Tilburgse Spoorzone, officieel geopend,…
