Project

Hoe houden we samen ons natuurspeelpark leefbaar en netjes?

Een speelplek in de openbare ruimte realiseren door middel van burgerparticipatie is leuk en aardig, maar hoe houden we samen zo’n natuurspeelpark leefbaar en netjes? Wat doet de gemeente en wat doen de wijkbewoners aan onderhoud? Wie is waarvoor verantwoordelijk? Deze vragen stonden centraal in een bewonersavond evaluatie op 9 april over het Jacques Kieftpark in Oisterwijk en zijn in een open gesprek beantwoord.

Afspraken over onderhoud

Het Jacques Kieftpark in de nieuwbouwwijk Pannenschuur Buiten te Oisterwijk is in de periode van oktober 2013 tot september 2014 gerealiseerd. Betrokken partijen waren de gemeente Oisterwijk, BTL Advies/Realisatie, Speelmaatje, Urban Jazz en KrachtigBuiten. Daarnaast hadden de bewoners een belangrijke inbreng bij het ontwerp, de inrichting en de realisatie van het park.
 

Tijdens de totstandkoming van het park sprak de gemeente met de burgers af dat de buurt verantwoordelijk was voor klein onderhoud van onder meer de groenvoorzieningen. Petra Wevers van KrachtigBuiten gaf daarin advies, bijvoorbeeld over de wilgentenenhutten: “De hutten zijn afgelopen jaar flink gebruikt en misschien zelfs al aan vervanging toe. Omdat de burgers meegeholpen hebben met het plaatsen hiervan, is het leuk hen ook bij het opknappen hiervan te betrekken.”
 

Uitkomsten burgerevaluatie

De onderhoudskwestie van het park is besproken tijdens de bewonersavond evaluatie. Daarin werd voorgesteld een jaarkalender bij te houden waarin staat aangegeven wat de gemeente qua onderhoud en beheer uitvoert. “Op die kalender kan dan bijvoorbeeld ook een jaarlijks onderhoud voor de wilgentenenhutten komen te staan en een landelijke opschoondag,” aldus Wevers. Het vlechten van de wilgen wordt nu opgepakt door enkele inwoners.
 

Ook kwam er een idee vanuit Berk Klerks van het biodiversiteitsteam ( B-team Oisterwijk) om met de buurt bloembollen te planten. Zo wordt de vraag voor meer kleur in het park beantwoord met materiaal dat gemakkelijk te onderhouden is. “Nog diezelfde avond heeft een buurvrouw een uitnodiging gemaakt om de week daarop samen te gaan kijken waar en welke bollen geplaatst kunnen worden,” aldus Wevers. Inmiddels is besloten dat er door de gemeente machinaal krokussen in een slinger worden geplant.
 

Verder wordt door de gemeente treetjes bij de ondergrond van de glijbaan van de speeltoren geplaatst omdat hier door veel gebruik bijna geen gras meer groeide. Klein onderhoud aan het groen, zoals het plaatsen van paaltjes, het maaien van het gras en oplossingen voor water in de zandbak, zijn besproken en worden door gemeente en bewoners opgepakt.
 

Burgers aan zet

Wat kunnen andere gemeentes van Oisterwijk leren? “Door de evaluatie is vooral voor de gemeente duidelijk geworden wat burgerparticipatie oplevert,” laat Wevers weten. “Er is nu een jaar samen gebruik gemaakt van het park. Hoe kunnen we dat samen mooi houden? Welke acties kunnen we ondernemen om dat gezamenlijk te doen? Dat is waar het om gaat.”
 

Zo’n evaluatie is cruciaal om burgers op de hoogte en betrokken te houden. “De burgers zijn aan zet: wat kunnen en willen zij?” Wevers kaart aan dat inwoners zo zelf ook initiatief gaan ondernemen om zorg te dragen voor het gebied. Het is immers, zoals te lezen is in Straatbeeld #1 van 2015, ‘ook hun tuin’. Belangrijk is en blijft echter dat er een kartrekker is die bemiddelt tussen burgers en gemeente.
 

Natuurtekort

Wevers behartigt die rol vanuit haar bedrijf KrachtigBuiten. Zij zet zich voornamelijk in voor het vergroten van de bewustwording van de gezondheidsvoordelen die natuurlijk spelen met zich meebrengen. “Ik help bijvoorbeeld in Zevenbergen met het inrichten van een stuk grond, het begin van een boerenwandelpad. Daarin wil ik educatie voor kinderen integreren, maar ook activiteiten als hutten bouwen, beestjes zoeken, bloemen plukken. Natuurlijk spelen dus.”
 

“Vervolgens kreeg ik een telefoontje van mijn buurman: ‘Maar er is toch al een speelplek in de wijk?’ Voor de duidelijkheid: dat is een strak gesnoeide speeltuin met enkel een wipkip, schommel en een trapveldje. Kinderen kunnen hier geen hutten bouwen, in bosjes verstoppen, bloemen plukken, de natuur beleven. Natuurlijk spelen is gezond en om dat aan te tonen is advies en wetenschappelijk onderzoek nodig.”
 

Twee van die onderzoeken onderbouwen haar ambitie. Zo bleek onlangs dat één op de drie kinderen in Nederland een vitamine D-tekort heeft omdat ze te weinig blootgesteld worden aan zonlicht. Website J/M noemt het zelfs een natuurtekortstoornis. “Voor mij was dat echt een eye-opener. We moeten ons bewust worden dat die kinderen meer naar buiten moeten.”
 

Springzaad

Wevers benadrukt hiervoor het nut van Stichting Springzaad die zich voor meer speelnatuur inzet. “Dit is een landelijk netwerk van speelnatuur en wordt helemaal door vrijwilligers bijgehouden. Een geweldig netwerk waar ik als regionaal consulente van West-Brabant kennis over speelnatuur kan halen en ook kan brengen/delen.”
 

Met nadruk benoemt ze de ideeënkoffer van Springzaad, een verzameling van gelamineerde fotocollages met voorbeelden in binnen- en buitenland voor de inrichting van speellandschappen. “Die gebruik ik bij ieder project om mensen te inspireren. Je hebt collages over allerlei thema’s, zoals klimbomen, hutten en holletjes of bloemen,” verkrijgbaar op een stickje in hun winkel.
 

Ook aan risico’s, onderhoud en inspecties in speelnatuur wordt door Springzaad  veel aandacht besteed. Als u vrienden wordt  van Springzaad ontvangt u hun nieuwsbrief en blijft u op de hoogte.

 

Deel dit artikel